Philips en Jason, deel 2: de werkelijkheid

| Wiendelt Steenbergen

Mijn blog Philips en Jason, deel 1: het sprookje, is natuurlijk het product van mijn fantasie bij een door Philips gepubliceerd filmpje. Mijn blog is niet bedoeld als commentaar op Jason: hij heeft groot gelijk dat hij bij Philips is langsgegaan om daar een leuke dag te hebben. Hopelijk komt Jason ooit aan de Universiteit Twente studeren.

Maar ik hoop ook dat het tegen die tijd, en liever al veel eerder, niet meer nodig is om zo over Philips te schrijven. Want het verhaal gaat wél over Philips, en mogelijk over andere bedrijven van een dergelijk kaliber.

Achtergrond en aanleiding

De achtergrond van dit verhaal is de eis aan Nederlandse universiteiten om steun te vragen van bedrijven, willen ze in aanmerking komen voor bepaalde vormen van subsidie door NWO-TTW (voorheen STW). Het is een milde en voorwaardelijke eis bij het Open Technologieprogramma, een harde maar bescheiden eis bij het samenwerkingsverband met KWF, en een keiharde eis bij Perspectief-aanvragen: daar moeten bedrijven een flinke hoeveelheid geld bijleggen.

De aanleiding is mijn recente ervaring bij een door NWO-TTW en KWF gehonoreerde onderzoeksaanvraag van het NKI-AvL en de UT. De aanvraag wordt ondersteund door Philips.

Vies woord

Ik vind ‘bedrijf’ geen vies woord. Als universiteit hebben we op zeker twee manieren impact: door het opleiden van studenten, en doordat onze technologische vindingen via bedrijven praktisch worden toegepast. In mijn onderzoek werk ik al jaren samen met bedrijven, binnen NWO-TTW-projecten, en in EU-verband. Dat geeft soms interessante spanning, maar gaat verder prima: we komen bij elkaar op bezoek, proberen profijt van elkaar te hebben, en vallen elkaar niet lastig met allerlei claims. Er is geen sprake van een financiële bijdrage door de bedrijven. Maar zodra die bijdrage, met name die in geld, een verplicht karakter krijgt ontstaan er problemen. Het heeft soms iets van een gênante bedelpartij, om een bedrijf naast actieve betrokkenheid ook om geld te vragen. Verder leidt het tot schimmige rondpompconstructies van geld en apparatuur. Het optuigen van dit soort projectvoorstellen kost extra moeite, met veel formulieren, steunbrieven volgens strikte vormvereisten, bevestigingen van bijdragen, contracten en andere zaken waar je als wetenschapper niet voor op aarde bent. Maar het meest schadelijk is: je bent als universiteit niet in de positie om dit proces gelijkwaardig aan het bedrijf in te gaan: jij hebt het bedrijf veel harder nodig dan dat het bedrijf jou nodig heeft. Dat geldt zeker in het geval Philips.

Juridisch piepschuim

Philips eist in het bovengenoemde project een niet-exclusief mede-eigenaarschap op alle resultaten binnen zo’n project, voor commercieel gebruik. Even rondvragen leert dat Philips zich altijd zo groot maakt. Doe je als universiteit binnen zo’n project een briljante vinding, op basis van expertise die je als universiteit in jaren hebt opgebouwd, dan is die vinding dus ook van Philips, of die er nu concreet iets aan heeft bijdragen of niet, en of die er nu uiteindelijk iets mee gaat doen of niet. Universiteiten hebben in deze constructie geen mogelijkheid om geheel eigen rechten op de kennis op te bouwen, in de vorm van eigen patenten. Zijn patenten dan zo belangrijk? Ja, dat zijn ze. Niet dat ik een patentfreak ben: veel patenten zijn technisch-inhoudelijk waardeloze gedrochten, virtuoos verpakt in duurbetaald juridisch piepschuim. Maar in de huidige realiteit is het hebben van een eigen patent noodzakelijk voor het richting de markt brengen van nieuwe technologie. En zelfs voor het binnenhalen van nieuwe subsidies is het hebben van een eigen patent behulpzaam, heb ik zelf meerdere keren ervaren. Die weg is nu dus geblokkeerd.

Staatssteun?

De claim op kennis zou je nog billijk kunnen noemen als een bedrijf de universiteit vorstelijk voor het onderzoek betaalt. Of de toenadering van universiteiten en bedrijven zover moet gaan, daar kan je over discussiëren. Maar van een royale bijdrage is geen sprake: in bovengenoemd project is de inbreng van Philips  op zijn hoogst ca. 10% van de totale projectkosten van ca. 1.4 miljoen euro, waarvan slechts tienduizend euro in cash. Het overgrote deel wordt opgebracht door de belastingbetaler, gulle gevers aan het KWF, en de kennisinstituten zelf. Het komt erop neer, dat Philips voor een wel erg bescheiden bijdrage het universitaire onderzoek intellectueel-eigendomsrechtelijk koopt. Je kan je afvragen of dit geen ongeoorloofde staatssteun in natura is, maar bestuursrechtelijk zal deze kromme praktijk wel recht te praten zijn. Het zou interessant zijn als een jurist daar eens zijn/haar tanden in zet. Voor de universiteit geldt: ga je niet akkoord, dan geen Philips-bijdrage, en dus geen subsidie. Tja, wat moet je dan?

Buitenspel

Het eisen van een financiële bijdrage als voorwaarde voor NWO-subsidie werkt in het voordeel van grote bedrijven, en zet het midden- en kleinbedrijf op achterstand. Dat lijkt me niet goed voor het innovatieve vermogen van Nederland. Voor échte, ‘disruptieve’ innovatie moeten we het vooral hebben van startups, spin-offs en andere kleinere bedrijven. NWO-TTW zou bedrijven die bij deze projecten willen aanschuiven moeten verbieden om dit soort claims op kennis te doen. Bedrijven die dat niet willen zetten zichzelf hiermee buitenspel: ze hebben het Nederlandse universitaire onderzoek blijkbaar niet zo hard nodig.

Tot slot: ik vroeg mijn gesprekspartner bij Philips hoe hij meewoog dat dit onderzoek voor het overgrote deel door de belastingbetaler en particuliere donaties wordt gefinancierd. Hij antwoordde dat ook Philips fiscaal zijn steentje bijdraagt.

De Koninklijke Philips is niet royaal, maar humor hebben ze wel.