De tweewieler en het ongerief

| Larissa Nijholt

Ik kocht twee jaar geleden een simpele, doch stevige fiets. Alles wat een student nodig heeft op zo’n stuk ijzer was aanwezig. Helaas lijkt er de laatste tijd iets mis te gaan tussen mijn fiets en mij.

UT Nieuws-medewerker en student communicatiewetenschap Larissa Nijholt heeft een haat-liefdeverhouding met haar fiets.


Ik kocht twee jaar geleden een simpele, doch stevige fiets. Alles wat een student nodig heeft op zo’n stuk ijzer was aanwezig: een flink kettingslot, een stel goede banden, een solide bagagerek én verlichting. Sindsdien heeft mijn trouwe tweewieler me overal naartoe gebracht. Als beloning gaf ik ‘em zelfs nog een nieuw kleurtje. Helaas lijkt er de laatste tijd iets mis te gaan tussen mijn fiets en mij.

Het begon allemaal rond afgelopen oktober. De herfst meldde zich en daarmee ook de gure wind en regen. Ook al regent het, ik stijg toch op mijn stalen ros. Fietsen is immers gezond. Bovendien heb ik een weekend-OV en geen zin om geld te besteden aan de bus. Normaal gesproken fiets ik in zo’n vijftien minuten naar de UT. Deze keer was het echter helemaal anders. Het regende pijpenstelen en het waaide ongekend hard. Het ritje duurde minimaal 25 minuten. Compleet doorweekt bereikte ik het college. Ach, de terugweg wind mee, dacht ik nog optimistisch. Niets was minder waar. Nadat ik op mijn natte zadel moest zitten (bah!) had ik wéér wind tegen. Eigenlijk leek het wel alsof ik de enige was die het niet mee zat. Ook de dagen (en maanden) erna leek het alsof het weer zich steeds tegen mij keerde. Heen- én terugweg steevast wind tegen. Maar, misschien lag het toch niet aan het weer en was mijn fiets de schuldige. Die begon inmiddels te protesteren en kabaal te maken. Met de volledige aandacht van alle medefietsers op straat – mijn tweewieler produceerde zowat een heel straatorkest – bleef ik maanden zo doorfietsen. Op het moment dat het geluid stopte en mijn achterband ook niet meer vooruit te krijgen was, besloot ik mijn fiets naar de fietsenmaker te brengen. ‘Hij trapt nogal zwaar’, zei ik. De fietsenmaker vindt het blijkbaar heel grappig. Hij zegt gekscherend dat ik de banden maar moet oppompen. Toch kijkt hij even. De schade? Een defect achterwiel. Een nieuwe moet d’r op. Tja, dat kost wel rond de zeventig euro, kondigt de fietsenmaker aan. Met die boodschap, neem ik mijn inmiddels niet meer zo geliefde fiets mee naar huis. Van al dat geld kan ik net zo goed een nieuwe kopen. Ik ga in beraad. Ondertussen leen ik van mijn huisgenoten. Het levert twee lekke banden op. Het lijkt wel alsof álle fietsen het op mij gemunt hebben! Ik ben niet de enige, zo blijkt na een korte rondvraag. Het ongerief varieert van niet werkende kettingen, kapotte verlichting of gesloten lichtjes! Nog erger. En wat te denken van een scheur in het zadel die nat wordt door regen? Of kwijtgeraakte sleutels, je fiets onder een stapel terugvinden of ‘m niet meer kunnen terugvinden? Stiekem hoop ik dat mijn tweewieler het op een wonderbaarlijke wijze plotseling toch weer gaat doen. Op een oude fiets valt immers veel te leren.