Spotlight

‘Het voelt als onze ploeg, dat zorgt voor extra spanning’

| Jelle Posthuma

De Olympische Winterspelen gaan vandaag van start in Beijing. UT-alumnus Andries Kasper (69) is medeverantwoordelijk voor de samenstelling van de Nederlandse schaatsequipe. ‘Als wij iemand niet selecteren, gaat er een streep door een olympische ambitie.’

Oud-schaatser Kasper kijkt de komende weken op twee manieren naar de Winterspelen: als schaatsliefhebber én als selectiecommissaris. Sinds 2009 is de UT-alumnus toegepaste wiskunde lid van de Selectiecommissie Langebaan en daarmee medeverantwoordelijk voor de samenstelling van de olympische schaatsploeg. Over die samenstelling was de afgelopen maanden het nodige te doen. Vooral over de mannentickets voor de ploegenachtervolging en massastart. ‘Het was een moeilijke beslissing’, weet Kasper. ‘Maar voor ons als selectiecommissie is de kans op goud altijd de leidraad.’

Voor de selectie van de olympische schaatsers kijkt de commissie naar de prestaties van de afgelopen twee jaar, legt Kasper uit. ‘Dat levert heel veel data op. We gebruiken hiervoor een rekenkundig model ontwikkeld aan de Rijksuniversiteit Groningen, ook wel bekend als de ‘kansenmatrix’. Met dit model kunnen we inschatten op welke startplekken Nederland de beste prestaties kan leveren op de Spelen. Uit dit model leiden we vervolgens de zogenaamde selectievolgorde af. Dit is een rangschikking van alle startplekken op volgorde van de succeskans op een medaille.’

Aanwijsplaatsen

Daarna rijden de beste schaatsers van Nederland het Olympische Kwalificatietoernooi (OKT) om de selectievolgorde in te vullen en zo te bepalen wie er naar de Spelen gaan, vertelt Kasper. Er zijn achttien tickets beschikbaar: negen voor de mannen en negen voor de vrouwen. De selectiecommisie kan bovendien gebruikmaken van drie aanwijsplaatsen, waarbij ze zelf iemand selecteren voor een startplek. ‘Ook dit jaar hebben we daar met twee aanwijsplaatsen gebruik van gemaakt.’

Juist deze aanwijsplaatsen zorgden voor discussie in de schaatswereld. Sven Kramer en Marcel Bosker mochten naar Beijng. Dai Dai N’tab en Tijmen Snel niet. Ook Patrick Roest uitte zijn onvrede over de samenstelling. ‘Ik snap de emoties’, reageert Kasper. ‘Als wij iemand niet selecteren, gaat er een streep door een olympische ambitie. Tegelijkertijd weet iedereen dat het kan gebeuren. Er zijn op voorhand afspraken over gemaakt. De kritiek komt vaak van mensen die met te weinig kennis naar de regels kijken.’

Studentenleven

Tot zover de selectiecommissaris Kasper. Terug naar de schaatsliefhebber. Als boerenzoon groeit Kasper op in de omgeving van Kampen. ‘Schaatsen werd bij mij thuis gezien als iets leuks voor in de winter, maar ook niet meer dan dat. Als er tijd over was, moest ik helpen op de boerderij.’ Pas in Twente, waar de jonge Kasper toegepaste wiskunde gaat studeren, wordt het schaatsen serieuzer. ‘Ik sloot me aan bij De Skeuvel. Vanaf dat moment trainde ik twee keer in de week. We reisden in een koude tochtige bus naar Deventer, want een kunstijsbaan was er nog niet in Enschede.’

Volgens Kasper heerst er op de universiteit in die jaren een ‘behoorlijke sportcultuur’. Maar er is ook genoeg tijd voor andere dingen. ‘Mijn studententijd was één groot feest, in de goede zin van het woord. Ik genoot er verschrikkelijk van, ook van mijn studie overigens.’ Ondertussen klimt de student toegepaste wiskunde langzaam op tot de subtop van de Nederlandse schaatswereld. Na zijn studie rijdt Kasper nog enkele jaren rond de top tien van het langebaanschaatsen. Maar de absolute top bereikt hij net niet. ‘Voor de lange termijn was er te weinig perspectief.’

(Foto: archief UT-Nieuws 1977)

Elfstedentocht

Kasper besluit daarom een poging te wagen in het marathonschaatsen. ‘Daar werd ik bij mijn eerste wedstrijd in Alkmaar meteen tweede. Nadien kon ik een klein sponsorcontractje tekenen bij Labello.’ In zijn eerste jaar als marathonschaatser valt Kasper meteen met zijn neus in de boter: er wordt een Elfstedentocht verreden. ‘Ik had nog nooit honderd kilometer geschaatst, laat staan tweehonderd. Voor mij was het één groot avontuur.’

Tijdens zijn eerste editie van 1985, waarbij Evert van Benthem als eerste finisht, komt Kasper als 13de over de streep. ‘Ik zat zelfs nog een hele tijd bij de kopgroep. Als er veel druk op een wedstrijd staat, en dat is natuurlijk wel het geval bij de Elfstedentocht, ben ik vaak op mijn best.’ Dat blijkt ook het jaar erop, als er weer een Elfstedentocht word verreden en Kasper een tiende plaats behaalt. Er volgt zelfs nog een derde ‘Tocht der Tochten’, in 1997. ‘Het is een prachtige wedstrijd om aan mee te doen. Heel Nederland is in de ban van de tocht.’

(Foto: Andries Kasper in actie tijdens de Elfstedentocht van 1986, met Hilbert van der Duim op de achtergrond)

Toch is het niet Kaspers meest dierbare schaatsherinnering. Dat is de Belgische Elfstedentocht – ook wel Zwinstedentocht genoemd – in 1986, een wedstrijd van zo’n honderd kilometer, die van het Zeeuwse plaatsje Sluis naar Brugge voert en weer terug. ‘Het was een paar dagen na de echte Elfstedentocht. Ik reed de laatste 30 kilometer van de wedstrijd op kop en wist uiteindelijk ook te winnen. Er stond zeker 15.000 man langs de kant. Door mijn overwinning ben ik nog altijd een soort ereburger in Sluis’, vertelt hij met een lach.

In 1997, het jaar van de laatste Elfstedentocht, zet Kasper een punt achter zijn marathoncarrière. Naast het schaatsen werkt hij zijn hele leven als wiskundedocent. Eerst in het hoger economisch en administratief onderwijs (heao) en later bij Fontys in Eindhoven. Inmiddels werkt Kasper nog één dag in de week als afstudeerbegeleider. ‘Mijn carrière in het onderwijs was altijd gericht op toegepaste wiskunde. Van mijn studie in Twente heb ik ook nooit spijt gehad.’

Wedstrijdspanning

Terug naar de Olympische Spelen in Beijing. De komende weken volgt Kasper het sportevenement nauwgezet via televisie, zeker als het gaat om de langebaanwedstrijden. Hoewel hij voor alle onderdelen een gezonde wedstrijdspanning voelt, geldt dat voor de ploegenachtervolging nog net iets meer, erkent de oud-schaatser. ‘Dat speelt als lid van de selectiecommissie wel mee in mijn achterhoofd. Het voelt toch een beetje alsof we onze ploeg naar Beijing hebben gestuurd. Daarom hoop ik natuurlijk dat ze succesvol zijn.’