Photo by: Frans Nikkels
Spotlight

‘Ik heb een mooie ploeg tot mijn beschikking’

| Rense Kuipers

Bijzonder transfernieuws dit voorjaar op de sportvelden van de campus. Studentenvoetbalvereniging Drienerlo wist oud-profvoetballer en UT-alumnus, Marnix Smit, te strikken als hoofdtrainer. Hoog tijd voor een interview, nu hij zijn eerste wedstrijden achter de rug heeft.

Marnix Smit (43) is allesbehalve een onbekende op de campus. Dit is de plek waar hij studeerde, zijn loopbaan als profvoetballer bij Heracles Almelo combineerde met zijn promotieonderzoek en nog enkele jaren lesgaf. Sinds deze zomer staat hij aan het roer van het selectieteam van vv Drienerlo. Zijn debuut als hoofdtrainer. ‘Heel leuk. Ik heb een mooie ploeg tot mijn beschikking, met genoeg kwaliteit, inzet en enthousiasme’, zegt Smit. ‘Maar, in het begin is het altijd even aftasten en moeten de vele nieuwe spelers en trainer wennen aan elkaar.’

Voetbalwijsheid

De resultaten bevestigen dat laatste. In de competitie, de vierde klasse van het regionale zaterdagvoetbal, staat 0 keer winst, 1 keer gelijk en 3 keer verlies. ‘De nederlagen waren allemaal close calls. Voor hetzelfde geld valt het kwartje de goede kant op’, gooit Smit er een aloude voetbalwijsheid uit. Enerzijds heeft de nieuwe hoofdtrainer een luxepositie met een selectie van 43 spelers verdeeld over het eerste en tweede team om uit te kiezen. Maar de voormalig aanvoerder van Heracles Almelo weet als geen ander dat een voetbalteam gebaat is bij stabiliteit. ‘Zeker in de verdediging, waar je je zo weinig mogelijk fouten kunt permitteren. Naarmate je beter van elkaar weet hoe in welke situatie te handelen, opereer je beter als team. Dat proces kost tijd.’

'Met negen verschillende nationaliteiten zijn we diverser dan menig eredivisieclub'

Routine en stabiliteit

Smit wist naar eigen zeggen waar hij aan begon deze zomer. ‘Bij een nieuw collegejaar moet je altijd rekening houden met doorstroom. Het kan zo zijn dat iemand klaar is met zijn studie en elders al werk heeft gevonden, of een paar maanden in het buitenland studeert, of in het weekend teruggaat naar familie.’ Extra uitdaging is de veelheid aan volkeren. ‘Met negen verschillende nationaliteiten zijn we diverser dan menig eredivisieclub. Ik weet zeker dat we de routine en stabiliteit in de ploeg gaan krijgen. Ook als het na tien keer trainen niet lukt, kan het zo zijn dat het na de elfde poging ineens wel routine wordt.’

Voetbalfilosofie

Een uitgesproken voetbalfilosofie heeft de nieuwbakken hoofdtrainer niet. Smit doet in meerdere opzichten beroep op zijn spelersgroep. ‘Ik heb uiteraard mijn eigen voorkeuren qua spelopvatting en speelwijze, maar kijk vooral naar de kwaliteiten van spelers om daar de tactiek op aan te passen. Heb ik bijvoorbeeld een opkomende linksback à la Jordi Alba (van FC Barcelona, red.), dan is het belangrijk dat mijn linksbuiten op de juiste momenten ruimte creëert. Stem je zoiets goed af, dan kunnen we dynamisch zijn en toch posities goed bezet houden.’

Ook liet hij alle spelers aan het begin van het seizoen een vragenlijst invullen. ‘Als de voltallige selectie unaniem vindt dat iemand die twee keer niet getraind heeft wel in de basis begint op zaterdag, wie ben ik dan om te zeggen dat dit niet mag? Ik heb liever dat de discipline vanuit de groep zelf komt, dan houden ze elkaar er ook aan.’

'Het mooie is dat dit echt hún club is'

Zelfredzaamheid

Smit verkondigt echter wel drie belangrijke pijlers als basis voor de spelersgroep: passie tonen, gecommitteerd zijn en willen presteren. ‘Laten zien dat je het leuk vindt om bij vv Drienerlo te voetballen, dat je aanwezig bent en bereid bent het team boven jezelf te plaatsen. En dat je jezelf wilt ontwikkelen.’ Met alle drie de dingen zit het bij de meesten in de selectie van vv Drienerlo wel snor, constateert hij. ‘Het niveau is in meerdere opzichten natuurlijk niet te vergelijken met betaald voetbal, maar dat verwacht ik ook niet. Het mooie is dat dit echt hún club is. Ze regelen zelf het vervoer, vullen wedstrijdformulieren in, ze ontvangen de tegenstander, zelfs de fysiotherapeut is een speler van de club. Die zelfredzaamheid vind ik ontzettend knap. Afgelopen weekend waren we bij Quick ’20 in Oldenzaal, waar hun eerste team op de foto ging. Hun technische staf bestond uit elf mensen. Bij Drienerlo ben ik in mijn eentje de staf, de spelers regelen de rest.’

'Op het voetbalveld kon ik mezelf fysiek uitdagen, op de campus mentaal en intellectueel'

Reageerbuisjes

Zijn baan als voetbaltrainer is een welkome terugkeer op de campus, vindt Smit. In 2001 haalde hij zijn master bestuurskunde. Huidig UT-vicevoorzitter Mirjam Bult was zijn scriptiebegeleider en overtuigde hem om, ondanks dat hij al een paar jaar een basisplek had in het eerste van Heracles, voor promotieonderzoek te gaan.

Als profvoetballer c.q. PhD-student richtte Smit zich op publiek-private samenwerkingen in de bouwsector, onder begeleiding van huidig ET-decaan Geert Dewulf. ‘Op het voetbalveld kon ik mezelf fysiek uitdagen, op de campus mentaal en intellectueel. Nee, binnen de spelersgroep was er nooit veel interesse voor. Ik zei weleens dat ze dachten dat ik in het lab zat, met reageerbuisjes te spelen.’

'Ik had voor andere clubs die acteren op dit niveau bedankt'

Intellectuele mensen

Na het behalen van zijn bul in 2010, toen hij net profvoetballer af was, bleef Smit als onderzoeker en docent verbonden aan de UT. Sinds 2015 is hij teamleider EU Consultancy bij subsidieadviesbureau Vindsubsidies. En nu dus sinds september ook twee avonden in de week en in het weekend op het voetbalveld van vv Drienerlo te vinden. ‘De club was voor mij dé reden om aan de slag te gaan als hoofdtrainer’, stelt Smit. ‘Ik had voor andere clubs die acteren op dit niveau bedankt. Hier trainen past bij mijn achtergrond. Nee, grote ambities heb ik niet. Ik wil me ontwikkelen als hoofdtrainer, met een diverse groep intellectuele mensen die passie hebben voor voetbal en niet zomaar wat van me aannemen. Ik zie wel hoe het gaat. Ik hoop op een mooie tijd, een mooie ontwikkeling van zowel de spelers als ikzelf en mooie prestaties. Meer heb ik ook niet nodig.’