Science

Penalty’s, psychologie en participerende journalistiek

| Rense Kuipers

Veldonderzoek in optima forma, zo mag je het afstudeerproject van masterstudent Interaction Technology, Max Slutter, gerust noemen. Hij onderzocht de afgelopen maanden wat er in het hoofd van voetballers gebeurt bij het nemen van penalty’s. Locatie van het experiment: de campussportvelden.

'Voetbal is een eenvoudig spel: 22 mannen lopen gedurende 90 minuten achter een bal en op het einde winnen de Duitsers.' De gevleugelde uitspraak van oud-voetballer en presentator Gary Lineker is er eentje naar de oren van menig cynicus. De liefhebber weet wel beter: ‘de bal is rond’ is geen platitude, maar een meesterlijke metafoor. Voetbal is ‘s werelds belangrijkste bijzaak geworden door haar culminatie van briljante baltovenaars, geslepen atleten en moderne gladiatoren. Zij komen samen in voetbaltempels waar tienduizenden uitzinnige fans het spelletje verheffen tot ware religie. De grasmat kent evenveel variabelen als verhalen. Op dat podium is de scheidslijn tussen eeuwige glorie en totale vernedering flinterdun.

Bij penalty’s geldt dat adagium des te meer. Dat weten wij Nederlanders met de nodige krassen op onze ziel (dank je, Clarence Seedorf) maar al te goed. Of het nou voor de gezelligheid bij de derde helft is of voor het geluk van 17 miljoen bondscoaches: hoe goed of slecht je ook speelde tijdens de wedstrijd, dat ene schot vanaf elf meter is cruciaal. Zo ontstond ook de onderzoeksvraag van Slutter, vertelt hij. ‘Penalty’s zijn een heel gek fenomeen. Topvoetballers met een perfecte traptechniek falen ineens vanaf 11 meter, terwijl het eigenlijk iets heel simpels zou moeten zijn. In dit onderzoek combineer ik mijn fascinatie voor wat er gebeurt in de hersenen met mijn favoriete sport.’

Hersenhelm en handgelpompje

Hoog tijd om zelf de proef op de som te nemen. Op het kunstgrasveld tegenover het Sportcentrum heeft Slutter de dug-out alvast toegeëigend. Stoeltjes liggen bezaaid met laptop, hersenhelm en – tekenend voor de tijdsgeest – een handgelpompje, handschoenen en mondkapjes. De bal ligt al op de stip. Het is nog even wachten op VV Drienerlo 2-keeper Patrick van Oerle. Slutter geeft vast tekst en uitleg.

De opdracht is vrij simpel: ik doe de hersenhelm op en neem in totaal vijftien penalty’s. Vijf zonder keeper, vijf met en vijf waarin ik ook nog onderworpen word aan de nodige psychologische oorlogsvoering. Ondertussen meet Slutter mijn hersenactiviteit. Het is pionieren, zegt Slutter. ‘Er zijn wel onderzoeken gedaan waarbij de breinactiviteit gemeten werd tijdens het sporten, maar hierbij stonden mensen stil, zoals bij boogschieten. Ik heb ook geen veldonderzoek gevonden naar een bewegingsport als voetbal. Ik werk met gevoelige apparatuur en moet waken voor ruis. Penalty’s zijn daarom een ideale testcase; er is relatief weinig beweging van de speler, dus het experiment is goed af te bakenen.’

Leeg doel

De setting is niet bepaald wedstrijdecht. Geen vermoeidheid of druk op de schouders van teamgenoten, tegenstanders of supporters. ‘Nee, het komt niet in de buurt van een vol stadion tijdens een finale’, zegt de masterstudent. ‘Het is een vrij droge observatie van wat de druk van het nemen van een penalty met je doet als speler. De uitgeklede setting is ook juist weer een voordeel als je kijkt naar de gelijkheid in omstandigheden. Zelfs het kunstgras helpt; je hoeft niet te vrezen voor een polletje.’

Van Oerle arriveert ondertussen, maar is voor de eerste penaltyreeks nog niet nodig. Ook een leeg doel kan de nodige zenuwen oproepen, merk ik. Zeker in de wetenschap dat de kicksen tijdens de ruim twee weken coronabreak alleen maar stof hebben gehapt. Een totale afgang blijft me bespaard, alle vijf vliegen ze er redelijk overtuigend in.

Ronde twee. Keeper Van Oerle meldt zich tussen de palen en weet meteen de eerste strafschop te keren. Ondanks alle beschikbare apparatuur, is er geen VAR om me te redden. De versoberende conclusie: matig geschoten, goed gered. De volgende vier strafschoppen van de reeks vinden gelukkig wel het netje.

Psychologische oorlogsvoering

Dan de derde ronde. Slutter zet een flesje water bij de middencirkel. Het is de bedoeling dat ik na elke penalty vanaf het midden evenals de profs de lange weg richting penaltystip bewandel. Psychologische tik nummer één. Job van Regteren, hoofd BHV, komt toevallig buurten en maakt dankbaar gebruik van de gelegenheid om mij verder uit de tent te lokken. Tik twee. Slutter voert de druk op en daagt me uit. Scoor ik er minder dan vier, dan moet ik in dit artikel met het schaamrood op mijn kaken mijn falen opbiechten ter ouverture van de U-Todaylezers. Scoor ik er meer, dan mag ik van Slutter deze schrijfruimte gebruiken om mezelf de hemel in te prijzen. Dat is nog niet genoeg druk, want bij de aanloop naar de eerste strafschop is ook duidelijk: Van Oerle kon wel de zoon van Jerzy Dudek én Hans van Breukelen zijn, gezien zijn pogingen ter afleiding en vertraging.

De eerste drie penalty’s: overtuigend rechtsonderin. En dan slaat gaandeweg de wandeling richting stip de twijfel toe, aangewakkerd door de aanwezigen: toch weer mikken op die vertrouwde rechterhoek? Ik ga voor een stukje 360 graden-psychologie: de keeper verwacht nooit dat ik weer rechtsonderin ga schieten. Maar, omdat hij denkt dat ik dat denk, zal hij vast die hoek in duiken. Dan schiet ik linksbovenin. Het resultaat na die mini-mindfuck: de bal spat op de kruising uiteen. De uiterst matig ingeschoten vijfde strafschop dwingt mij tot de volgende biecht: lieve lezers, ik heb gefaald.

‘Niet te veel nadenken’

Gelukkig heeft Slutter de nodige theoretische onderbouwing voor dat falen, zeker nu hij al zijn data verzameld heeft en binnenkort zijn scriptie inlevert. ‘Je motorcortex is meer geactiveerd als je moet presteren, terwijl je je frontale cortex – verantwoordelijk voor het langetermijndenken – en linker temporale cortex – verantwoordelijk voor de zelfinstructie – juist minder geactiveerd moeten zijn.’ Zo zag Slutter tijdens zijn onderzoek al verschil in ervaren en onervaren deelnemers. ‘De onervaren penaltynemers deden veel meer een beroep op hun linker temporale cortex. Ze presteerden beter en voelden zich minder onder druk gezet als ze die meer activeerden. Voor ervaren spelers was precies het tegenovergestelde waarneembaar.’

Met andere woorden: ben je een meer ervaren speler en draait de motorcortex op volle toeren, dan zal het met de druk ook wel reuze meevallen. Of, zoals Slutter het achteraf zegt: ‘Gewoon niet te veel nadenken is misschien het beste voor voetballers.’ Hij is bijna klaar met zijn onderzoek, dat de deuren opent voor vervolgstudies: is de druk niet veel beter te reguleren door erop te trainen? Zijn er verschillen te zien tussen de profs met hun leger aan mental coaches en VV Drienerlo 5? En hoe kunnen de inzichten niet alleen voetballers, maar bijvoorbeeld ook chirurgen helpen? We maken het graag van dichtbij mee. Ondertussen zal ik na de coronabreak niet meteen mijn vinger opsteken, mocht de bal op de stip belanden.