Door weer en wind

| Rense Kuipers

Niet zelden komt promovendus Daan Poppema buiten het kantoor of lab. Een aanzienlijk deel van zijn onderzoek bij de vakgroep Water Engineering Management bestaat uit veldwerk, de laatste tijd onder de rook van het vermaarde Huis ter Duin op het strand van Noordwijk. Tussen het honk van de plaatselijke zeilclub en een strandpaviljoen staan twee zeecontainers naast elkaar, ogenschijnlijk ingegraven, met in een hoefijzervorm eromheen opgehoopt zand.

Photo by: Ivar Pel Fotografie

Het heeft allemaal te maken met het werk van de jonge promovendus. Poppema onderzoekt de effecten van strandbebouwing zoals recreatiehuisjes en strandpaviljoens op de ontwikkeling van duinen door wind en zand. Die zogeheten eolische sedimentdynamiek toont zich in volle glorie op het strand in Noordwijk. Om de zeecontainers – van TU Delft-onderzoekers overigens, met wie Poppema samenwerkt – vormde zich binnen een maand door erosie een diepe geul, met daaromheen weer opgehoopt zand.

Het meten van die zandverplaatsing is het betere monnikenwerk, legt Poppema uit. ‘Ik leg her en der verspreid markers neer. Vervolgens loop ik al zigzaggend rond over het terrein met een vier meter lange telescoopstok met daarop een camera. Om de meter maak ik een foto, ruim duizend op een dag. Vervolgens kan een computer al die herkenningspunten identificeren en de foto’s aan elkaar plakken. Dat leidt tot een 3D-model, zodat we weten wat de effecten zijn.’

Wat voor andere mensen perfect strandweer is, is voor Poppema waardeloos. In die zin: om het zand maar een beetje in beweging te krijgen, is minstens windkracht 4 nodig, geen aangenaam briesje. Vorig jaar was hij in de weer met zo’n twintig schaalmodellen van een kubieke meter, op verschillende stranden. ‘Toen ik eens op Terschelling was waaide het de eerste dag, daarna was het twee weken praktisch windstil’, verzucht Poppema. Maar het kan ook anders lopen. ‘We konden tijdens storm Ciara wél meten, met als bijkomend voordeel dat het amper regende en veel zand zich verplaatste. Ook al werden we gezandstraald, vielen we met de neus in de boter. Zo’n storm levert heel waardevolle data op.’

Ook al is Poppema druk bezig, hij kan zich niet onttrekken aan de bijzondere setting van zijn veldwerk. ‘Daar was ik ook bewust naar op zoek na mijn masteronderzoek, waarin ik bekeek wat planten in een kwelder doen met sedimentdynamiek. Ik wilde niet alleen maar in een kantoor zitten om te modelleren. Zelfs als je dat doet, moet je weten en voelen wat voor krachten er in de praktijk spelen. Ik koos juist heel bewust voor dit onderwerp vanwege het bijbehorende veldwerk. Het is meer dan een soort vakantiegevoel, ik voel ook heel sterk de maatschappelijke relevantie.’

Die maatschappelijke relevantie reikt verder dan alleen het kleine zeer voor de plaatselijke paviljoenhouders die hun terras schoon moeten houden. ‘Duinen zijn nu al een cruciale barrière tussen de zee en het land erachter’, stelt Poppema. ‘Gezien de verwachte zeespiegelstijging, wil je dat je strand en duinen meegroeien.’

Het monitoren van die dynamiek is bepaald geen sinecure. Dat wist zelfs Albert Einstein, wiens zoon Hans sedimenttransport onderzocht. ‘In ons vakgebied halen we graag een citaat van Einstein aan, die ooit zei dat zijn zoon zich bezighield met veel moeilijkere materie dan hijzelf’, zegt Poppema. De promovendus geniet van de complexiteit van zijn onderwerp, maar bovenal ook het werk buiten. Door weer, en het liefst zoveel mogelijk wind.