Bij ons thuis valt elke week trouw de Donald Duck op de deurmat. Een vast ritueel: eerst bladeren, dan lachen, soms hardop voorlezen. Net voor de jaarwisseling, bleef ik echter onverwacht hangen. Op de cover prijkte namelijk een bekende naam: Enschede. In het verhaal Het geheim van Enschede trekken Donald en zijn vrienden door Enschede, op zoek naar een mysterie dat diep in de geschiedenis van Enschede verborgen ligt.
Terwijl Donald, Mickey en Goofy langs het Rijksmuseum Twente wandelen en oude textielverhalen ophalen, realiseerde ik me hoe bijzonder dit eigenlijk is. Een wereldberoemde stripfiguur die Enschede als decor kiest. Geen Disneyland, geen Parijs, maar Enschede. Een plek die zich laat lezen als verhaal.
Misschien raakt dit me ook omdat strips en cartoons al lang een persoonlijke fascinatie van me zijn. Niet alleen als ontspanning, maar als vorm van vertellen. Goede strips reduceren complexiteit zonder haar te versimpelen. Ze maken zware thema’s licht genoeg om ze te kunnen dragen, en juist daardoor blijven ze hangen. Misschien verklaart dat ook waarom ik blijf terugkomen bij strips als Blacksad of Blake and Mortimer: verhalen die licht ogen, maar zwaar durven zijn, en laten zien dat vorm en diepgang elkaar niet uitsluiten.
En dat is precies wat er in de Donald Duck strip gebeurde: de stad wordt verteld. Niet via nota’s of jaarverslagen, maar via een strip. Toegankelijk, speels, voor jong en oud. Veel Enschedese kinderen kregen deze editie in handen, via een publieke actie in December. Je zou het citymarketing kunnen noemen, maar het is meer dan dat. Het is een overdracht van identiteit.
Verhalen doen iets wat cijfers niet kunnen. Ze verbinden plekken met emoties. Ze maken abstracte geschiedenis tastbaar. Als Donald Duck verzeild raakt in een textielmysterie, voelt dat ineens als ons verleden, ook voor iemand die nooit een spinnerij van binnen heeft gezien.
Ik moest denken aan de UT. We zijn voortdurend bezig met verhalen. We vertellen wie we zijn, aan studenten, aan onderzoekers, aan de stad. Soms doen we dat in strategiedocumenten vol pijlen en kernwoorden. Soms in persberichten. Maar zelden zo lichtvoetig en verbeeldingsrijk als een stripverhaal.
En toch weten we in onderwijs en wetenschap hoe belangrijk verhalen zijn. Studenten onthouden geen formule omdat die correct is, maar omdat ze begrijpen waarom die ertoe doet. Onderzoek krijgt betekenis wanneer het deel wordt van een groter narratief: over energie, gezondheid, digitalisering … of simpelweg over nieuwsgierigheid.
Wat deze Donald Duck-editie slim doet, is een complexe geschiedenis vertalen naar een vorm die uitnodigt. Niemand voelt zich buitengesloten. Niemand hoeft voorkennis te hebben. Het verhaal nodigt uit om verder te kijken, misschien zelfs om later dat museum te bezoeken, of vragen te stellen over de stad waarin je opgroeit.
Misschien kunnen we daar iets van leren. Niet dat we onze colleges moeten vervangen door strips (al zou ik best eens een Donald Duck-opgave in een tentamen willen proberen… mijn volgende project). Maar wel dat toegankelijkheid geen verlies van diepgang hoeft te betekenen. Integendeel: wie het verhaal goed vertelt, opent juist meer deuren.
In Het geheim van Enschede blijkt de stad, net als een goed gedefinieerd systeem, meer te bevatten dan je aan de buitenkant ziet. Het verleden komt samen in het heden. Textiel wordt technologie. Geschiedenis wordt toekomst. En een eend helpt ons dat te zien.
En zo bleek de Donald Duck ineens meer dan zomaar een strip op de deurmat. Hij herinnerde me eraan dat zelfs de meest complexe systemen beginnen met een eenvoudig verhaal. Je hoeft er alleen maar even voor te gaan zitten. En te bladeren.