Kippenvel

| Femke Nijboer

UT-docent en columnist Femke Nijboer merkte tijdens een eindprestatie hoe ze een groepje ouderejaars nauwelijks kende. 'Ineens snapte ik wie ze waren. Dit waren de eerste studenten van wie we zo abrupt afgesneden werden door de eerste lockdown in maart 2020.'

Photo by: AJF

Het academische jaar kwam gister, op vijf juli, tot een climax. Alsof de duvel ermee speelde, wilden alle partijen met wie we – ik en mijn collega’s - zaken doen, alles afronden. Onze onderzoekspartners organiseerden een vergadering in Slovenië en de opleiding waar ik les gaf liet alle afstudeerders (module 12) hun eindpresentatie houden. Ik had ook nog naar de demomarkt van module 4 gekund, maar dubbel geboekt staan is al moeilijk, laat staan driedubbel. Een collega ging naar Slovenië voor onze onderzoekstaken en ik bleef in Enschede om het onderwijsgedeelte te doen.

Alle docenten zijn moe. Nog wat cijfers hier en wat resits daar. Iedereen hunkert naar augustus. Een maand rust, voordat het circus weer begint. Studenten zijn ook moe. De laatste loodjes voor je afstudeerscriptie zijn zo zwaar. Aanstaande vrijdag moeten de graduation project rapporten worden ingeleverd. Je lichaam wil naar het strand, maar je brein moet van je begeleider nog broeden op een conclusieparagraaf in hoofdstuk twee, een nieuwe indeling van hoofdstuk vijf of een betere discussie. De referenties moeten nog worden geformatteerd. En dan nog dat abstract. Pffff.  

Zo vlak voor de deadline is er nog wel een feestelijk moment, een lichtpuntje in de dagen van het schrijven. Je mag je eindpresentatie geven en familie en vrienden zijn welkom. Als je van ons je eindpresentatie mag doen, dan zijn wij er wel aardig zeker van dat je gaat slagen en dus zag je gisteren studenten keurig in pak of jurk en hebben vaders en moeders alvast cadeautjes en bloemen in hun hand. Blije gezichten.

Ik was ook blij met de dag. Dit jaar in het bijzonder. In februari mochten we – mijn collega’s en ik – zes van die afstudeerders verwelkomen. In het voorstelrondje merkte ik op dat ik hun gezichten nog niet goed kende. Hoe kon dat? Dit waren toch ouderejaars? ‘Ik heb jullie toch al weleens lesgegeven?’, vroeg ik. Ja, dat was wel zo, maar: ‘wij zaten bij jou in module drie in het eerste jaar toen we plotseling allemaal in lockdown moesten. De universiteiten sloten de deuren’.

Ineens snapte ik wie ze waren. Dit waren De Eerstejaars uit het academisch jaar 2019/2020. Dit waren de eerste studenten van wie we zo abrupt afgesneden werden door de eerste lockdown in maart 2020. Ik herinner me hoe ik in afwachting van de persconferentie op 19 maart mijn kantoor leegmaakte. Ik zag ‘m aankomen die lockdown. Ik graaide alles mee: laptop, kabels, papieren, een muis en reed weg. ’s Avonds bevestigde Rutte dat de universiteiten dicht zouden gaan. De studenten met wie het vak zo lekker liep, en die zo vlijtig aan hun projecten bouwden, verdwenen op hun kamers of reisden terug naar hun thuisland. De weken erop ging de UT met stoom en kokend water over naar digitaal onderwijs. Adrenaline, stress, ongelukkige docenten, ongelukkige studenten. Webcams weigerden zogenaamd dienst. Het beeld ging op zwart. We wisten toen nog niet hoelang het zou duren. Ik weet nog dat ik dacht dat we elkaar in april weer zouden zien.

Het werd dus februari 2022. Terwijl ik opnieuw kennis met hen maakte, bedacht ik me dat deze studenten geen enkel coronavrij academisch jaar meemaakten. Hun reis door de bachelor is doorspekt met lockdowns, maatregelen, online onderwijs. En nu waren ze derdejaars en aan het eind van het traject mocht ik nog een stukje met hen oplopen. Ik kreeg er kippenvel van.

Na een opvallende schuchtere en aarzelende start (coronamaatregelenintroversie?) gaven ze gisteren hun eindpresentatie. Dappere dodo’s. Weg leek de schuchterheid! Ik zag volwassen mensen soeverein over hun projecten praten. Ze waren tot in de puntjes voorbereid en hadden er – nog belangrijker – plezier in. Wat glommen de meegekomen vaders, moeders, zusjes en partners van trots. Wat waren ze goed. Wat een sessie was het. Een sessie die ik had geopend door te benoemen waaraan ik dacht. Hoe zij ooit de eerste studenten waren die in lockdown gingen. Ik kreeg weer kippenvel. De zaal met mij. Enkele ouders knikten instemmend mee. Zij hadden hun kind dat moeilijke pad zien bewandelen. Wie weet wat zij hadden meegemaakt. Een vader sloeg een arm om zijn dochter. Ik dacht aan mijn vader. De zaal ademde het ontzag voor het leven een secondelang in en toen floten we zachtjes de zomer in.