‘Laat iedere dag maar een verrassing zijn’

| Rense Kuipers

We werken bijna iedere dag met ze samen, maar hoe goed kennen we de collega’s nu echt? U-Today is benieuwd naar de persoonlijke verhalen achter het ondersteunend- en beheerspersoneel en zet ze in deze rubriek ‘On the spot’. Aan het woord is Jeroen Meijaard (27), klantsupport- en communicatiemedewerker bij het Sportcentrum.

Photo by: Frans Nikkels

Hoe lang werk je al op de UT?

‘Zo’n drie jaar, waarvan nu ruim twee bij het Sportcentrum. Daarvoor werkte ik acht maanden bij het Universiteitsfonds. Ik kwam hier terecht via een traineeship, na mijn studie bestuurskunde aan Saxion. Mijn eerste opdracht was bij het UFonds, mijn tweede en derde heb ik hier gedaan. Dat beviel van beide kanten zo goed, dat ik inmiddels een vast contract heb.’

Hoe ziet een werkdag er voor je uit?

‘Ik ben onder andere eindverantwoordelijk voor het DMS-systeem. Toegegeven, het is een systeem dat niet altijd even goed werkt. Als je er als student van baalt, weet wel dat we er op de achtergrond alles aan doen om het te fixen, maar dat dit niet altijd even makkelijk gaat. Het kan altijd beter, maar het werkt en het aanbod is er. Ook richt ik me op de coördinatie van individuele sport en ondersteun ik mijn collega Ingrid Bos in de coördinatie van groepslessen. Daarnaast regel ik de communicatie via website en sociale media. Een lekker diverse baan dus. Dat past wel bij mij. Ik ben niet zo van de structuur en planning. Laat iedere dag maar een verrassing zijn.’

Waar haal je energie uit?

‘Ik ben een echte sporter, dus ik zit hier helemaal op m’n plek. Als medewerker kan ik een deurtje verderop gratis fitnessen, maar het mooiste vind ik het werken met mensen. Tuurlijk, sport is geen hoofdzaak hier op de campus, maar het is een fantastische bijzaak. Als mensen het Sportcentrum binnenlopen zijn ze altijd vrolijk. Oké, behalve studenten in de tentamenperiode dan.’

Verliefd, verloofd, getrouwd?

‘Verliefd. Ik heb nu anderhalf jaar een heel leuke vriendin. Zij woont in Enschede, ikzelf ben een geboren en getogen Almeloër. Ik zit trouwens wel op het punt dat ik in mijn hoofd al langzaamaan afscheid neem van Almelo. Het centrum is oud en kaal, Enschede leeft veel meer.’

Wat zijn je hobby’s?

‘Naast geregeld fitnessen, zaalvoetbal ik twee keer in de week, met een vriendenteam in Almelo. Ik heb sowieso een liefde voor voetbal en in het bijzonder voor Feyenoord. Als Almeloër hoop ik uiteraard dat Heracles het goed doet. Maar met een vader die lang in Rotterdam heeft gewoond, hoorde de liefde voor Feyenoord bij mijn opvoeding. Het is helaas een zwaar seizoen. Maar ik kijk zoveel mogelijk voetbalwedstrijden, of het nou in het stadion is of thuis op de bank.’

Over een antwoord op de vraag wat je ultieme geluksmoment was, hoef je dan zeker niet lang na te denken?

‘Zeker niet, dat was het kampioenschap van twee jaar geleden. Iedere Feyenoorder gaat een nieuw seizoen redelijk pessimistisch in, maar toen waren we na tien wedstrijden nog steeds ongeslagen. Het geloof op de titel begon gaandeweg het seizoen steeds meer te groeien, maar ik durfde nog niet te denken aan een kampioenschap. Kaartjes voor wedstrijden kocht ik dus op de korte termijn en helaas waren de kaartjes voor de kampioenswedstrijd in de Kuip, toen ze uitgerekend wonnen van Heracles, al uitverkocht. Maar ik was uiteraard in de stad om het te vieren. Wát een ontlading en wát een feest was dat.’

Met wie heb je voor het laatst geappt?

‘Met mijn collega Ingrid, deze ochtend. Ik liet haar even weten dat ik iets later zou zijn. Ik had niet verwacht dat ik de ruiten van mijn auto nog moest krabben vanochtend. Dat viel tegen.’

Welke serie kijk je momenteel op Netflix?

‘Ik ben nu halverwege het derde seizoen van Peaky Blinders. En ik wacht nog op het laatste seizoen van Homeland. Game of Thrones vond ik trouwens ook heel bijzonder, de eerste zes seizoenen dan. Het laatste seizoen was ook voor mij een grote teleurstelling. Jammer.’

Ook al ben je niet van de planning, staat er nog wel iets op je bucketlist?

‘Toch wel genoeg. Een keer een halve finale of finale van de Champions League bezoeken. Of een wedstrijd van het Nederlands elftal op een WK of EK. Ook ben ik eens vier dagen in New York geweest, maar dat was eigenlijk te kort voor hoe immens groot die stad is. Als ik weer terug zou gaan, zou ik in ieder geval een basketbalwedstrijd meepakken. Heerlijk, wat voor sfeer er in zo’n stadion hangt door die hele commerciële motor in Amerika, al kan het in de Kuip ook mooi spoken. Laat die commercie trouwens maar niet nog meer het voetbal in z’n grip krijgen. Een laatste ding voor op mijn bucketlist: opnieuw een kampioenschap of Europees succes voor Feyenoord. Ik weet trouwens niet hoe realistisch dat is.’