‘Ik wil geprikkeld worden tot de laatste dag’

| Jelle Posthuma

We werken bijna iedere dag met ze samen, maar hoe goed kennen we de collega’s nu echt? U-Today is benieuwd naar de persoonlijke verhalen achter het ondersteunend- en beheerspersoneel en zet ze in deze rubriek ‘On the spot’. Aan het woord is Marijke Broekhuis (63), teamcoördinator van het Learning Centre in de Vrijhof.

Photo by: Frans Nikkels

Hoe lang ben je al werkzaam aan de UT?

‘Ik begon in 1976 bij het uitleenbureau van de centrale universiteitsbibliotheek (UB) in de Vrijhof. Binnen een half uurtje na mijn sollicitatie was het geregeld – zo ging dat toen. Tot ’82 werkte ik in de centrale UB, daarna verhuisde ik naar de facultaire bibliotheek van elektrotechniek en natuurkunde in de toren van de Hogekamp. In 2007 kwam ik terug naar de Vrijhof. Toen onze teamcoördinator met pensioen ging, zeiden mijn collega’s: Marijke heeft kennis van zaken. Zij moet het gaan doen. Zo werd ik teamcoördinator. Achteraf bezien, ben ik eigenlijk overal ingerold.’

Wat houdt je bezig op de afdeling?

‘Het is tentamentijd, dus het is hartstikke druk in de bibliotheek, of eigenlijk het Learning Centre. De term bibliotheek is een beetje achterhaald. We organiseren in de tentamenweek van alles om de studenten ontspanning aan te bieden, zoals een stoelmassage of een yogaklasje. De boeken in de UB staan tegenwoordig bijna allemaal in het magazijn, een verdieping hoger. Er was steeds meer vraag naar studieplekken en projectruimtes, zeker sinds de invoering van TOM in 2013. Inmiddels schaffen we bijna geen papieren content meer aan. Het meeste is digitaal.’

Ga je nog altijd met plezier naar je werk?

‘Absoluut. Ik vind het leuk om te leren, ook al ga ik over drie jaar met pensioen. Je moet me prikkelen tot de laatste dag, zeg ik altijd tegen mijn leidinggevende. Daarom volg ik de landelijke trends voor bibliotheken en ga ik nog regelmatig naar bijeenkomsten door het land. Dat geeft mij energie.’

Verliefd, verloofd, getrouwd?

‘Ik ben alleen en heb geen kinderen. Voor mij is familie heel belangrijk. Ik heb twee broers. Ook mijn moeder leeft nog. Ze is 89. We wonen allemaal in Glanerbrug, dicht bij elkaar. Ik heb ook in Enschede gewoond, maar ben twee jaar geleden weer teruggekomen.’

Wat doe je graag ter ontspanning?

‘Veel sporten. Twee keer in de week naar de fitness. Ik ga bewust niet op de campus, want dan zit je alleen maar in het UT-wereldje. Ook ben ik op mijn manier creatief. Ik zit bij een schilderclubje. Op mijn kantoor hangen een paar van mijn werken, en in een leslokaal van UTLC trouwens ook één. Ik werk graag met kleuren. Groen is mijn favoriet. O ja, en ik reis graag.’

Wat is je favoriete reisbestemming?

‘Ik ga al meer dan veertig jaar op skivakantie. Vroeger een maand, nu twee weken. Toen ik twintig was, kwam ik tijdens een skivakantie in contact met een boerenfamilie in Oostenrijk. Het klikte zo goed, dat ik er ieder jaar weer terugkom. In september maak ik elk jaar nog een andere reis. De laatste was naar Java en Bali in Indonesië. Zo heb ik al veel van de wereld gezien. Je moet reizen nooit uitstellen, is mijn motto. De volgende reis staat al op de planning. Vietnam, daar wilde ik nog een keer heen.’

Je hebt je hele leven in een bibliotheek gewerkt. Welk boek heeft het meest impact op je gemaakt?

‘Knielen op een bed violen van Jan Siebelink, zowel het boek als de film. Het gaat over een man die in de ban is van zijn geloof. Door het fanatieke geloof verwaarloost hij zijn familie en gezin.’

Ben je een hondenmens of een kattenmens?

‘Een kattenmens. Mijn laatste kat is 22 jaar oud geworden. Mijn dierenarts zei: het is de oudste kat die ik ooit een prikje heb gegeven. Nu heb ik geen dieren meer. Ik ben veel weg, dus dat vind ik zielig voor het dier.

Wat heb je gisteravond gegeten?

‘Een havermoutpannenkoek. Als ik terugkom van werk eet ik altijd iets gemakkelijks. Ik ben trouwens al veertig jaar vegetariër. Wat dat betreft was ik mijn tijd ver vooruit. Mensen vonden het altijd heel lastig. Ik vind vlees gewoon vies. Pas later dacht ik: echt gezond kan het ook niet zijn, al die dieren volgespoten met antibiotica. Ook rook en drink ik niet. Saai hè?’

Wat is het mooiste cadeau dat je ooit kreeg?

‘Lastig hoor. Misschien de oude Mini die ik van mijn vader kreeg op mijn achttiende verjaardag. Het autootje zakte bijna in elkaar, maar ik was er heel blij mee. Het gaf vrijheid.’

Als je dit werk niet zou doen, waar was je dan beland?

‘Ik wilde na mijn middelbare school bezigheidstherapie gaan studeren in Ede, Gelderland, dat paste bij mijn creativiteit. Helaas werd ik twee keer uitgeloot. Toen vertelde een vriendin dat ze nog mensen zochten bij de bibliotheek van de UT en de rest is bekend. Spijt heb ik nooit gehad. Mijn creativiteit kon ik altijd kwijt in mijn hobby’s. Van je hobby je werk maken: van mij hoeft het niet zo nodig. Volgens mij is het best goed om die twee dingen gescheiden te houden.’

‘Op de UT kan ik ook met mensen werken. Ik ben een echt mensenmens. Voor dit interview heb ik het opgeschreven: de ideale frontoffice medewerker kan gasten lezen en speelt in op hun behoeften. Moet je wel even vermelden hoor, want dat is wat wij hier doen.’

Waar heb je eigenlijk een hekel aan?

‘Aan onrecht. Als mensen je iets flikken, is het beter om te zwijgen. Ik probeer het van me af te laten glijden, en dat lukt steeds beter.’

Wat is je favoriete muziek?

‘Laatst zag ik de film Yesterday, met muziek van The Beatles. Geweldig vond ik dat. Een mooie muzikale herinnering is het concert van Pink Floyd in 1989. Toen de Muur viel, traden zij op in Berlijn. Met een vriendin ben ik er heengereden. Heel bijzonder. Dat deden wij toen gewoon.’

Tot slot, als je collegevoorzitter zou zijn voor een dag, wat zou je veranderen?

‘Ik zou het Learning Centre verder uitbouwen. Misschien over de vijver van de Vrijhof. De UB moet meegroeien met het aantal studenten. We zitten tijdens tentamentijd behoorlijk vol. Maar dat vinden wij juist leuk, hoor. Als ik hier ’s ochtends binnenkom, en het is al lekker druk, denk ik: wat fijn!’