‘Wees blij dat je hier mag werken’

| Rik Visschedijk

We werken bijna iedere dag met ze samen, maar hoe goed kennen we de collega’s nu echt? U-Today is benieuwd naar de persoonlijke verhalen achter het ondersteunend- en beheerspersoneel en zet ze in deze rubriek ‘On the spot’. Aan het woord is Anita Burchartz, medewerker financiële administratie bij het Sportcentrum.

Photo by: RIKKERT HARINK

Hoe lang werk je op de UT?

‘Alweer veertig jaar en dit is mijn laatste dag! Afscheid nemen is best een proces, hoor. Ik heb het ontzettend naar m’n zin. Fijne collega’s, de groene campus. Het leukste aan het Sportcentrum vind ik de constante aanwas van nieuwe studenten. Dat maakt het levendig. En het houdt je jong.’

Is er in die veertig jaar veel veranderd?

‘Oh ja, zeg maar gerust heel veel. Het is allemaal zakelijker geworden, wat onpersoonlijker. Maar dat zal iedere oudgediende zeggen. Maar joh, toen ik veertig jaar geleden in de huidige Hogekamp begon als secretaresse bij elektrotechniek, schreven we nog op elektronische typemachines. De telefoon had van die druktoetsen en als je naar buiten wilde bellen dan ging dat via de centrale. Mijn werkplek had lange gangen met allemaal dichte deuren. Eén keer in de maand kreeg je koffiebonnen, die kon je inwisselen bij de koffiekar die ’s ochtends en ’s middags een ronde maakte.’

Hebben je collega’s nog wat voor je georganiseerd?

‘Nou, Sanne Kleinenberg, hoofd Sport, heeft jullie van U-Today op m’n dak gestuurd. En er hangen in het Sportcentrum allemaal spreuken die betrekking hebben op mij. Öllie oe wa in, is wel een leuke. Smeer je in met zonnebrand, op z’n Twents. Dat heeft ermee te maken dat we vaak naar onze caravan in Portugal gaan.’

Portugal? Wat heb je met dat land?

‘Heel veel. Als we kunnen gaan we die kant op. We hebben de caravan al vijftien jaar op dezelfde plek. Het is gewoon een heerlijk land. Het klimaat is fantastisch, de mensen open en vriendelijk. En Portugal is betaalbaar. Je kunt er nog eens een drankje op het terras doen.’

‘Binnenkort zetten we ons huis in Borne te koop. We willen naar een appartement en daarnaast een vaste plek in Portugal. Niet alleen om te overwinteren, we zijn van plan om het grootste deel van het jaar daar te zijn.’

De schepen verbranden dus. Wat laat je achter in Nederland?

‘We blijven terugkomen hoor. We hebben hier onze vrienden en familie, die willen we blijven zien. Ik heb twee volwassen zoons en schoondochters en vier kleinkinderen. Die zijn 6, 4 en twee van een half jaar oud. Nu passen we nog twee dagen in de week op, de ene dag de twee zusjes, de andere dag de andere twee. Dat houdt op als we verkassen. Maar de jongens kunnen zichzelf prima behelpen. Mijn zoon Ruben werkt trouwens ook in het Sportcentrum. Dus hier laat ik ook mijn sporen na.’

Wat heb je gisteren gegeten?

‘Macaroni-pasta. Mijn man en ik koken graag. Favoriet is Indonesisch, want daar komt hij van origine vandaan. We kennen elkaar van korfbal in Den Haag, waar ik ben opgegroeid. Zo zie je maar wat er uit een gemengde sport kan groeien! Maar koken is echt een liefhebberij. Toen we veertig jaar getrouwd waren, kregen we een cursus Indonesisch koken cadeau. Dus dat doen we regelmatig. We trekken er meerdere dagen voor uit, want dat hoort zo bij die keuken. Vervolgens komen vrienden en familie langs en maken we er een gezellige avond van. In Portugal eten we natuurlijk veel vis en schelpdieren. Heerlijk vers, zo uit de zee.’

Hoe kom je zo in Twente terecht?

‘Den Haag is een heerlijke stad, we woonden in Lange Poten, midden in de stad. Ik zei altijd, verhuizen kan best, maar niet verder dan Utrecht. Maar mijn man kreeg een baan in deze regio. De stap was voor mij ook niet heel groot, want mijn ouders komen uit deze streek.’

Heb je een favoriete plek op de campus?

‘Och, wat een moeilijke vraag. Maar oké, als je het Sportcentrum uit loopt, linksaf langs de sintelbaan, dan ga je de bult op. Daar staan bankjes, die uitzicht bieden op de atletiekbaan en in je rug heb je het buitenbad. Daar kom ik graag. Maar de hele campus is mooi. Waar vind je zo’n plek, met zoveel uitzicht? Als je buiten bent, heb je helemaal niet het gevoel dat je op je werk bent. Als ik één ding mag meegeven na veertig jaar UT is het wel: wees blij dat je hier mag werken.’