Het kan nog niet, maar het zou mogelijk moeten worden: studieplekken speciaal voor vrouwen reserveren bij een populaire technische opleiding, omdat vrouwen er ondervertegenwoordigd zijn.
Dat staat in een advies van een instantie die over allerlei kwesties rond discriminatie en racisme oordeelt: het College voor de Rechten van de Mens. De minister zou hiertoe de regelgeving moeten wijzigen.
Studieklimaat
De TU Delft had het college om een oordeel gevraagd: zou je in de selectie voor de populaire technische opleiding luchtvaart- en ruimtevaarttechnologie een voorkeursbeleid voor vrouwen mogen voeren? Mag je 30 procent van de plaatsen voor vrouwen reserveren?
Zo’n beleid betekent een direct onderscheid op grond van geslacht. Dat mag alleen in uitzonderlijke gevallen.
Volgens de universiteit zou het goed zijn voor het ‘studieklimaat’ als er meer vrouwen aan de opleiding studeren, want de huidige vrouwen krijgen te maken met ‘genderstereotyperingen’, oftewel vooroordelen en seksistisch grapjes. Dat verandert misschien als ze straks met meer zijn. Nog een voordeel: dan komen er op termijn ook meer vrouwelijke docenten in de staf.
De instroom van vrouwelijke studenten ligt de afgelopen jaren rond de twintig procent. Dat zijn er dus te weinig, vindt de opleiding, gezien het aantal vrouwelijke scholieren met een geschikt vakkenpakket.
Wel selectie
In het gewenste beleid moeten vrouwen overigens gewoon de selectie doorlopen. Het gaat om een voorkeur bij gelijke geschiktheid. Met andere woorden, als een man en een vrouw even goed zijn, krijgt een vrouw de voorkeur boven een man. Het College ziet daar geen problemen in.
Twee jaar geleden werd de Delftse opleiding luchtvaart- en ruimtevaarttechnologie nog teruggefloten toen zij zo’n voorkeursbeleid voor vrouwen wilde invoeren. De Inspectie van het Onderwijs liet toen weten dat het volgens de wet niet mocht. Het College denkt daar dus anders over.
Je moet het alleen wel netjes regelen, ook bij het inspectietoezicht. Het College beveelt de minister van Onderwijs aan om te onderzoeken hoe voorkeursbeleid mogelijk kan worden gemaakt ‘binnen de huidige kaders’ van de wetgeving.
Als de minister het advies opvolgt, kan dat verstrekkende gevolgen hebben: opleidingen kunnen dan vaker een voorkeursbeleid gaan voeren voor ondervertegenwoordigde groepen. Dat kunnen vrouwen zijn, maar misschien ook studenten met een niet-westerse migratieachtergrond of studenten zonder hoogopgeleide vader of moeder.