Verplichte stagevergoeding: lastig, maar het kan

Het is een juridisch mijnenveld, maar in principe is het mogelijk om stagevergoedingen wettelijk verplicht te stellen. Tot die conclusie komen demissionair minister Gouke Moes en zijn ambtenaren.

Iedere stagiair verdient een passende stagevergoeding, herhaalt demissionair minister Moes (Onderwijs) in een brief aan de Tweede Kamer. ‘Helaas krijgt nog lang niet elke stagiair een stagevergoeding en zijn de verschillen tussen stagiairs groot.’

Dus wil de politiek die vergoedingen wettelijk afdwingen. Moes heeft ambtenaren laten uitzoeken wat de mogelijkheden zijn. Hun ‘verkenning’ heeft hij nu naar de Tweede Kamer gestuurd.

Valkuilen

De ambtenaren wijzen op allerlei valkuilen bij zulke wetgeving. Neem alleen al de vraag wat een stagevergoeding eigenlijk is. Een vrijblijvende blijk van waardering? Een heuse beloning voor geleverde arbeid? Of misschien een tegemoetkoming voor gemist inkomen, omdat stagiairs meestal geen tijd overhouden voor een bijbaan?

Als de nadruk op de ‘beloning’ voor hun inzet komt te liggen, dan verdwijnt volgens Moes en zijn ambtenaren het ‘lerende element’ van een stage naar de achtergrond. Dan worden stagiairs eigenlijk een soort werknemers en vallen ze opeens onder het arbeidsrecht. Dat lijkt Moes geen goed idee.

Is de vergoeding dan een ‘tegemoetkoming’ voor gemist inkomen? Nee, vindt de minister. ‘Een stage kan er wel voor zorgen dat studenten minder flexibel zijn om naast hun studie te werken, maar dat zal ook in andere situaties voorkomen’, schrijft hij in zijn brief.

In principe maakt het volgens de ambtenaren niet uit waar je leert: in de collegezaal of op je stageplaats. Als stagiairs een tegemoetkoming krijgen, rijst al snel de vraag: waarom andere studenten dan niet?

Waardering

Dus kiest Moes voor die eerste invalshoek: een stagevergoeding is een blijk van waardering. Dat wekt meteen wrevel bij de Landelijke Studentenvakbond en studentenorganisatie ISO, ook al zijn ze blij dat hij zich hard maakt voor stagiairs.

‘We hebben het gevoel dat we nog niet helemaal op dezelfde lijn zitten’, zegt LSVb-voorzitter Maaike Krom. ‘Studenten doen al jaren onbetaald werk voor bedrijven. Wij vinden het bizar dat een minister spreekt over ‘waardering’ van studenten, terwijl het gewoon geld voor arbeid is, dat je gewoon hoort te krijgen.’

ISO-voorzitter Sarah Evink vindt het vooral lang duren allemaal. Studenten wachten al jaren, zegt ze. ‘Er moet nu haast gemaakt worden. Stagiairs zitten financieel in de knel en hebben oplossingen nodig.’

Minder stages

Een van de risico’s die verplichte stagevergoedingen met zich meebrengen, is dat sommige bedrijven geen stagiairs meer willen aannemen. Dan zijn er dus minder stageplaatsen. Een mogelijke oplossing hiervoor is een speciaal stagefonds voor kleine werkgevers die krap bij kas zitten.

Moes is daar sceptisch over. Je loopt dan het risico dat bedrijven bij dat fonds aankloppen terwijl ze heus wel genoeg geld hebben voor de stagiair. Voor hem staat het ‘buiten kijf’ dat ieder stagebedrijf een stagevergoeding dient te betalen. ‘In dat geval zou een subsidieregeling overbodig zijn.’

Minimum

En wat wordt die vergoeding dan? Moes noemt nog geen minimumbedrag. De ambtenaren doen dat ook niet. Ze opperen een percentage van het minimumloon of misschien het meest voorkomende bedrag in de cao-afspraken. Maar ze zien geen objectieve rechtvaardiging. ‘De afweging zal uiteindelijk gemaakt moeten worden op politieke gronden’, schrijven ze.

Het ISO wil een stagevergoeding van minimaal 560 euro. ‘Deze minister heeft bijna alles klaargezet, een volgend kabinet hoeft alleen de bal nog maar het doel in te trappen’, zegt Evink.

Moes zal binnenkort worden afgelost als minister van Onderwijs. D66, CDA en VVD gaan immers een minderheidskabinet vormen en presenteren vrijdag hun gezamenlijke plannen.

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.