‘We gaan richting gemengd onderwijs en werk’

| Michaela Nesvarova

Online of op de campus? ‘We gaan richting een gemengde vorm van onderwijs en werk.’ Rector Tom Veldkamp en vicevoorzitter Machteld Roos van het college van bestuur bespreken hoe studeren en werken aan de Universiteit Twente er in de toekomst uit gaat zien.

Photo by: RIKKERT HARINK

Streeft de universiteit naar een hybride vorm van onderwijs en werk?
Machteld Roos: ‘Onze strategie en visie, Shaping 2030, gaat al veel over werken op de campus en thuis. De campus is en blijft heel belangrijk voor onze gemeenschap, maar we zien andere mogelijkheden. We zien dat mensen aan het experimenteren zijn en een dialoog aangaan over hoe en waar men werkt.’

Tom Veldkamp: ‘De online dimensie is en blijft. Vooral in de context van onzekerheid, want de pandemie is nog niet voorbij. Zoals mensen zich vast herinneren, hadden we een zeer snelle overgang naar online onderwijs en door dit proces hebben we ook geleerd wat niet werkt. De uitdaging was altijd hybride onderwijs. Dat wil zeggen een hoorcollege waarbij sommige studenten op de campus in de collegezalen zitten en anderen thuis. In deze vorm moesten professors vaak de interactie met studenten opofferen en kreeg slechts één groep studenten de aandacht. Daarom gaan we naar gemengd onderwijs. Dit betekent het opnemen van colleges, die de studenten op hun gemak kunnen bekijken, waarna interactie op de campus georganiseerd wordt; want interactie met docenten en medestudenten is de meerwaarde van op de campus zijn.’

Is dat al het plan voor volgend academisch jaar?
Veldkamp: ‘Niet alles zal klaar zijn voor 1 september. Het zal tijd kosten, maar dit is de richting die we in gaan. We hebben geen overzicht van hoeveel docenten de stap naar het gemengd onderwijs al hebben gezet en we willen geen extra werkdruk toevoegen. We gaan echter niet terug naar ouderwetse hoorcolleges zoals voor de pandemie. We willen bestand zijn tegen corona. We hopen dat we door zowel online als offline mogelijkheden aan te bieden, we veerkrachtiger worden en zowel studenten die op campus zijn, als studenten die misschien niet fysiek kunnen komen, van dienst te zijn. Werkcolleges en andere interactieve vormen van onderwijs zouden op de campus moeten plaatsvinden, want studenten moeten ook leren hoe waardevol het is om hier te komen.’

Hoe zit het met werk? Wat kunnen medewerkers verwachten?
Roos: ‘Dat gaat parallel met onderwijs en we zien dat veel medewerkers al gemengd werken. De pandemie bracht veel uitdagingen met zich mee. Ook hier waren hybride vergaderingen, waarbij sommige collega’s fysiek aanwezig zijn en anderen online, een uitdaging. Maar er zijn ook veel goede dingen geweest die we willen behouden.’

Zal het college van bestuur duidelijke regels geven die voor de hele universiteit gelden?
Roos: ‘We delen de beste werkwijzen, maar geen verplichtingen. We hebben algemene richtlijnen opgesteld, maar geen strikte regels. Het blijft belangrijk dat medewerkers regelmatig naar campus komen. Niemand zal volledig vanuit huis werken. Maar het is geen verplichting om op de campus of thuis te werken. Dat past niet bij iedereen. Iedereen heeft een andere baan, een andere levensstijl en zit in een andere levensfase. We willen de oplossingen op maat kunnen maken, zodat het past bij het individu, het team en de organisatie. Het is belangrijk om hierover een open gesprek te voeren.’

Heb je een overzicht van hoeveel mensen het liefst deels thuis zouden studeren of werken?
Roos: ‘Op basis van enquêtes weten we dat 73% van de UT-medewerkers minimaal twee dagen per week thuis wil werken. Ongeveer 9% gaf aan bij voorkeur volledig op campus te werken. Deze cijfers zouden drie jaar geleden waarschijnlijk heel anders zijn geweest. Er heeft een grote verschuiving plaatsgevonden.’

Veldkamp: ‘Het is ook belangrijk te weten dat de productiviteit van mensen tijdens de pandemie niet is afgenomen. Voor sommigen nam het zelfs toe, omdat er niemand was die hen tegenhield om te werken, als het ware. Voor sommigen was het moeilijk om de juiste balans te vinden. En dat gold ook voor studenten, die ineens alleen thuis studeerden. In veel gevallen heeft het hun welzijn zwaar aangetast, daarom hoop ik dat we de samenleving en de campus open kunnen houden.’

Is er een stappenplan voor het geval weer een nieuwe pandemie opduikt?
Roos: ‘De rijksoverheid heeft een lijst met mogelijke scenario’s opgesteld en alle instellingen gevraagd om voor elk daarvan plannen op te stellen. Daar zijn we nu mee bezig.’

Praktisch gezien, is er eigenlijk wel genoeg ruimte op de campus voor alle studenten, lessen en medewerkers?
Veldkamp: ‘Als het om lesgeven gaat: nee, er is niet genoeg ruimte voor onze huidige aantal studenten. Daarom hebben we alle opleidingen gevraagd om 20% van het onderwijs online te organiseren. De situatie is zeker niet ideaal, maar het zou studenten er niet van moeten weerhouden om naar campus te komen. Er zijn veel ruimtes voor informele bijeenkomsten.’

Moeten opleidingen er komend jaar ook op rekenen dat 20% van de lessen online wordt georganiseerd?
Veldkamp: ‘Voorlopig is dat het plan, maar op lange termijn gaan we natuurlijk proberen om meer ruimte te creëren. Als mensen veel tijd thuis doorbrengen, moeten we misschien heroverwegen hoe we onze ruimtes inrichten. Dit moet echter nog nader worden besproken. Nog niets is besloten. Dit is nieuw terrein voor ons.’

Als de UT in de eerste plaats streeft naar onderwijs en werken op de campus, wordt dan wel voldoende rekening gehouden met alle perspectieven? Studenten met een beperking of chronische ziekte hadden bijvoorbeeld juist meer mogelijkheden om op afstand deel te nemen aan colleges.
Veldkamp: ‘Dat is waar. Aardig veel studenten zijn blij met meerdere online mogelijkheden. We hopen dat gemengd onderwijs meer mogelijkheden biedt. We zullen zeker studenten met een handicap blijven ondersteunen. We willen geen drempels, we willen een inclusieve universiteit zijn en het voor iedereen mogelijk maken om toe te treden. We moeten op zoek naar een meer gebalanceerde aanpak.

Roos: ‘Veel mensen waarderen het inderdaad om thuis te kunnen werken, omdat het hen meer mogelijkheden geeft en ze de juiste werk-privébalans kunnen creëren. We zijn van mening dat de gemengde aanpak zal zorgen voor een meer inclusieve omgeving. Het is goed voor onze gemeenschap. Het breidt ook de regio uit. Als je deels vanuit huis kunt werken, word je aantrekkelijker als werkgever. Dat zie je ook terug in onze college van bestuur. We wonen allemaal buiten Twente. Over het algemeen werken we drie dagen per week op de campus en twee dagen thuis. We proberen een voorbeeld te zijn voor gemengd werken.

Samenvattend is het dan aan elke persoon en afdeling om hun werk te organiseren?
Roos: ‘Absoluut. Onze richtlijnen geven aanwijzingen, maar er is genoeg ruimte voor iedereen om ze op maat te maken.’

Veldkamp: ‘Onderwijs moet natuurlijk ingepland worden, dus daar zitten beperkingen aan. Laten we zeggen: het is werk in uitvoering. We leven in een tijd waarin we ons heel snel moeten aanpassen.’

Roos: ‘Inderdaad. En we zijn een organisatie die aan het leren is. We leren en passen ons aan. Het is een expeditie die we allemaal ondergaan.’