Vroeg uit de veren voor plekje in sportschool

| Jelle Posthuma

Bijna driekwart van de gebruikers vond het vóór corona te druk in de fitness van de UT, blijkt uit een enquête van het Sportcentrum. Nu er een maximum van vijftien sporters geldt, lijkt dat probleem verleden tijd. Maar, het bemachtigen van een felbegeerd sportuurtje is geen sinecure.

Photo by: Frans Nikkels

Begin maart, vlak voor het uitbreken van de coronacrisis, hield het Sportcentrum een klanttevredenheidsonderzoek. Ruim zeventig procent van de gebruikers vond het te druk in de sportschool, zo bleek uit de cijfers. Bijna de helft ervaarde deze drukte als hinderlijk. ‘Niet gek’, zegt coördinator individuele sport, Ingrid Bos-Bosscha. ‘Op de drukste momenten hadden we soms wel vijftig, zestig sporters tegelijk in de fitness. Terwijl de ruimte geschikt is voor veertig mensen.’

Door de coronamaatregelen geldt er nu een maximum van vijftien gebruikers in de fitnessruimte. ‘Eigenlijk is het probleem daarmee opgelost. Sporters hebben alle ruimte en de apparaten zijn vrijwel altijd direct beschikbaar. Alleen zorgt de coronacrisis weer voor hele nieuwe uitdagingen. Het lukt niet iedereen om een plekje in het rooster te vinden.’

Het bemachtigen van zo'n plekje gaat via een reserveringssysteem. Sporters kunnen zich 24 uur van tevoren inschrijven voor een tijdslot van één uur. ‘Als de inschrijving om acht uur ’s morgens opengaat, zijn alle plekjes vrijwel direct vergeven. Dat geldt ook voor de groepslessen. We zien een enorme toename in het aantal deelnemers. Het blijft passen en meten, zeker in de sportschool, waar we niet de gehele ruimte kunnen benutten. Alle ventilatiecapaciteit wordt ingezet voor het achterste gedeelte. Het voorste deel van de fitnessruimte is daarom afgesloten.’

‘De afgelopen weken kregen we veel mails over de capaciteit', vertelt Bos-Bosscha. ‘Mensen vragen bijvoorbeeld: waarom maken jullie geen gebruik van de sporthallen voor extra groepslessen.’ De hallen worden niet of nauwelijks gebruikt, omdat teamsporten niet langer zijn toegestaan. ‘We zouden daar in theorie extra groepslessen kunnen geven, maar dan halen we meer mensen naar de campus. Dat is precies wat we niet willen. Het voelt bovendien niet eerlijk tegenover de sportverenigingen.’

Spierballen kweken

Een andere belangrijke constatering uit het klanttevredenheidsonderzoek is dat het aantal krachtsporters de laatste jaren sterk toeneemt, zegt Bos-Bosscha. Driekwart van de sporters komt naar de sportschool om spierballen te kweken, blijkt uit de cijfers. ‘Het lukt nog niet om de groep krachtsporters volledig te faciliteren. Zo traint Hercules, de crossfitvereniging van de UT, op een externe locatie. In het LTSH (Lange Termijn Strategisch Huisvestingsplan, red.) zijn plannen opgenomen voor een nieuwe sporthal die hopelijk ruimte biedt om de fitness opnieuw in te richten.

Bos-Bosscha benadrukt dat het om toekomstplannen gaat. Vooralsnog vraagt de coronacrisis om alle aandacht. ‘We moeten continue schakelen, aanpassen en creatief zijn. Daar worden we steeds beter in, trouwens. Een mooi voorbeeld is de verhuizing van de fysio naar de sportkantine. Nu die dicht zit, gebruiken de fysiotherapeuten deze ruimte voor oefeningen met hun patiënten. Zo kunnen wij weer extra plaatsen aanbieden voor studenten en medewerkers in de sportschool.’

Volgens Bos-Bosscha is het door de coronacrisis al een half jaar ‘alle hens aan dek’ voor het Sportcentrum. ‘Ik ben heel benieuwd wat de persconferentie van morgen gaat opleveren. Het voelt een beetje als een continue stilte voor de storm, maar daar zijn we inmiddels aan gewend. We functioneren als een geoliede machine in coronatijden.’