Onduidelijkheid over schakeltrajecten voor hbo’ers

| HOP, Inge Schouten

Het blijft gissen waarom de ene universiteit wel veel schakeltrajecten aanbiedt aan hbo’ers en de andere niet. De onderwijsinspectie heeft dat namelijk niet onderzocht, zegt de minister. De Tweede Kamer blijft met veel vragen achter.

Bijna een op de drie wo-masters is niet toegankelijk voor hbo-studenten, bleek dit voorjaar uit onderzoek van de Onderwijsinspectie. Er zijn niet alleen grote verschillen tussen universiteiten, maar ook tussen vakgebieden en tussen reguliere en researchmasters. Hoe is dat te verklaren, wilde de Kamer weten.

De minister moet het precieze antwoord schuldig blijven, want de inspectie heeft dit niet uitgezocht. Wel blijkt uit het onderzoek dat de omvang van opleidingen, het aantal researchmasters en de selectiviteit een rol spelen, schrijft Van Engelshoven in antwoord op Kamervragen. Ook varieert de vereiste voorkennis voor bepaalde sectoren of opleidingen, waardoor er soms minder hbo’ers in aanmerking komen voor een schakeltraject, oppert de minister.

Bijspijkeren
Instellingen hebben de verplichting om een schakeltraject aan te bieden wanneer studenten de ontbrekende kennis binnen een redelijk termijn kunnen bijspijkeren. Maar wie bepaalt dat eigenlijk, wilde D66 weten. Die verantwoordelijkheid ligt bij de studenten zelf, antwoordde de minister. Ze moeten aantonen dat ze voldoende vereiste kennis hebben opgedaan. De universiteit bepaalt vervolgens of ze kunnen starten met een schakeltraject.

Hoeveel instellingen vermelden eigenlijk op hun website dat hbo’ers bij hen niet kunnen schakelen? Opnieuw kon de minister niet veel zeggen: ook dit is niet onderzocht. Ze wees erop dat de universiteitenkoepel VSNU en de studentenbonden afspraken hebben gemaakt over een betere voorlichting voor aankomende masterstudenten. Instellingen gaan daar vanaf 1 oktober mee aan de slag. Ondertussen zet ook Studiekeuze123 zich daarvoor in.

Het CDA wilde weten wat universiteiten zelf te zeggen hebben over hun ontoegankelijke masters. Maar ook daar kon de minister niet op ingaan, omdat de instellingen nooit om zo’n toelichting is gevraagd.

Samenwerken
Verder ziet ze niets in extra geld voor schakeltrajecten, zoals de SP en GroenLinks voorstelden. Ze verwijst in haar antwoord naar het advies van de commissie-Van Rijn, waarin staat dat instellingen samen verantwoordelijk zijn voor een goede doorstroom tussen sectoren. Ze moeten daarvoor intensief samenwerken en oplossingen bedenken, aldus Van Rijn.

Voorlopig laat de minister geen verdiepend onderzoek doen. Aangezien er nog onduidelijkheid is over de plichten van universiteiten, past ze liever eerst de wetsartikelen over schakelprogramma’s aan. Volgens GroenLinks biedt dat geen soelaas, en moeten de huidige bepalingen in de wet simpelweg worden nageleefd.

Maar daar denkt Van Engelshoven anders over. Ze wil voorkomen dat studenten ten onrechte geen master mogen volgen omdat ze bijvoorbeeld niet de juiste bachelor hebben gedaan of omdat ze van een hogeschool komen. ‘Door een tekstuele verduidelijking verwacht ik dat alle instellingen de wet op de bedoelde manier zullen naleven en dat meer masters toegang zullen bieden aan hbo’ers.’