‘Een horloge op de kroeg kan natuurlijk niet’

| Jelle Posthuma

Taste-leden Van der Linden en Wigchering bezochten Niemand in de stad, een film over het studentenleven in Amsterdam, en vellen hun oordeel. ‘Ik zou mijn ouders graag meenemen naar deze film. Dan begrijpen ze het studentenleven beter.’

Het is donderdagavond, en dat betekent: kroegavond in de Pakkerij. Maar eerst pakken we een filmpje. Jasje-dasje komen Van der Linden en Wigchering aangelopen bij filmhuis Concordia, schuin tegenover de sociëteit. Op het programma staat Niemand in de stad, een speelfilm die vorige week verscheen en verhaalt over drie jonge corpsleden. ‘Ik heb de trailer alvast even bekeken’, vertelt Van der Linden bij het zoeken naar de zaal. ‘Volgens mij is-ie behoorlijk serieus.’

Brallende corpsleden

Niemand in de stad begint heftig. De film laat zien dat het Amsterdamse studentenleven draait om seks, drugs en borrelnootjes. Het bevestigt het beeld van de brallende corpsbal, een type student dat de laatste jaren flink onder vuur ligt. Maar al snel maakt de corporale extravaganza plaats voor een boeiend verhaal over de coming-of-age van drie jonge mannen, die worstelen met vriendschap, vaders en verlangens.

'Het is niet alleen maar slap ouwehoeren'

‘Behoorlijk herkenbaar’, concluderen de Enschedese studenten na afloop. Terwijl de aftiteling loopt, blikt Wigchering terug. ‘Veel van de zware momenten in de film hebben wij ook meegemaakt: vrienden die psychisch in de knoop zitten, problemen met ouders en mensen die liegen over hun studie. Op deze momenten kunnen verenigingsvrienden helpen.’

Studententijd

Zowel Thijs van der Linden (22) als Rient Wigchering (24) weten waar ze over praten. Natuurlijk: het zijn geen corpsleden, maar de masterstudenten kunnen buigen op ruime ervaring binnen het Enschedese studentenleven. Beiden zijn al jaren lid van Taste en Ius Sanctus, het moresgenootschap van de vereniging.

Het einde van hun studentenbestaan komt inmiddels in zicht. Van der Linden is bezig met zijn master industrieel ontwerpen en Wigchering doet een master Electrical Engineering. ‘Eerstejaars zullen zich minder in de film herkennen’, stelt Van der Linden. ‘Zij zijn nog onwetend. Je denkt niet in het eerste jaar: zulke heftige dingen ga ik meemaken in mijn studententijd.’

Familie

‘In mijn bestuursjaar overleed een Taste-lid’, vertelt Wigchering. ‘Toen merkte ik de hechtheid van de vereniging. Het voelde als een soort familie, waar vrienden van de overleden jongen veel steun aan hebben gehad.’ Van der Linden beaamt dat gevoel. ‘De condoleance maakte veel indruk. Binnen een vereniging is het niet alleen maar slap ouwehoeren. Dat is de buitenkant. We hebben een aantal keer per jaar een huisvergadering. Hoe het met iemand gaat, staat standaard op de agenda.’

'Taste is niet zo mega-kak'

‘Als een huisgenoot niet naar college gaat, trappen we ‘m kwart voor negen uit zijn bed. Dat is de sociale controle van een verenigingshuis. Het is simpel: als iemand zijn studie niet haalt, moet-ie weg uit Enschede. Er zit een mooie leercurve in het studentenleven. Een jong individu groeit langzaam naar de grotemensenwereld. Om dat mee te maken, zou iedere student op kamers moeten gaan.’

Kleiduiven

Naast de serieuze scènes, zorgen ook de kroegtaferelen voor herkenning. Van der Linden: ‘In de film hebben ze een bordengevecht, waarin de corpsleden elkaar bekogelen met servies. Wij hadden laatst een Griekse avond. Toen hebben we honderd borden bij de kringloop gehaald. Die zijn allemaal gesneuveld. Op zo’n avond is de kroeg een speeltuin.’

‘Ik heb trouwens ook wel wat foutjes gezien in de film. Een van de hoofdrolspelers droeg een horloge op de kroeg. Dat kan natuurlijk niet, want gezelligheid kent geen tijd. Ook is Taste niet zo mega-kak. In de film zijn het zijn allemaal jongens met rijke pappies en mammies. Ze gaan kleiduiven schieten met hun vaders en een van die gasten draagt een zegelring.’ Gelach. ‘Zo is Taste totaal niet.’

En toch: het beeld dat de film schets van het verenigingsleven, daar kunnen de studenten zich wel in vinden. ‘Mijn moeder kijkt wat negatief naar het studentenwereldje’, vertelt Van der Linden. ‘Deze film laat zien dat het vooral draait om vrienden die er voor elkaar zijn. Ik zou een aantal scènes overslaan, maar ik wil deze film graag aan mijn ouders laten zien. Dan begrijpen ze het vast beter.’

Het is half een ’s nachts. De barman van het filmhuis tapt zijn laatste ronde. Van der Linden en Wigchering gaan staan: op naar de Pakkerij. Want daar is de laatste ronde nog lang niet getapt.