Rector: ‘Integriteit is het grootste goed’

| Rik Visschedijk

De UT krijgt een zorgplicht over wetenschappelijke integriteit van onderzoek. Dat staat in de herziene Nederlandse gedragscode die 1 oktober van kracht gaat. Rector Thom Palstra: ‘Integriteit is het grootste goed in de wetenschap.’

Photo by: Gijs van Ouwerkerk

Rector: 'Integrity is our greatest asset'

The UT will have a duty of care regarding scientific integrity of research. This is stated in the revised Dutch code of conduct that comes into force on 1 October. Rector Thom Palstra: 'Integrity is the greatest asset in science.'

Instellingen waar onderzoek plaatsvindt moeten volgens de nieuwe code het onderwerp diep verankeren in hun beleid. ‘Als instelling hebben we nu een zorgplicht’, licht Palstra toe. ‘Wij moeten een werkomgeving bieden waar goede onderzoekspraktijken worden bevorderd en gewaarborgd. Eerder kon je zeggen: wetenschappelijke integriteit is een zaak van het individu. Nu is dat anders.’

In de praktijk komt ‘integriteit’ nog hoger op de agenda van de UT en wordt het onderwerp dieper in de organisatie belegd. ‘De Twente Graduate School (TGS) krijgt een belangrijke rol. Zij brengen de code onder de aandacht bij promovendi’, zegt Palstra. ‘Maar je kunt ook denken aan aandacht voor het onderwerp in het bachelor curriculum. Ik ben ook gecharmeerd van het dilemmaspel; leg een integriteitsdilemma voor en vraag hoe de onderzoeker daarmee om zou gaan. Dat kan in alle geledingen van de UT.’

brede code

De gedragscode wetenschappelijke integriteit gaat per 1 oktober in en is gezamenlijk opgesteld door de KNAW, de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU), het NWO, de TO2-federatie (de organisaties voor toegepast onderzoek), de Vereniging Hogescholen en de Vereniging van Nederlandse Universiteiten.  De nieuwe gedragscode is een herziening en verbreding van de code die stamt uit 2004 en is eerder herzien in 2012 en 2014.

De rector benadrukt dat hij niet twijfelt aan de integriteit van de individuele onderzoekers en dat de code ook niet op wantrouwen is gestoeld. ‘Het gaat erom dat je overwogen keuzes maakt. Neem een onderwerp als het auteurschap van wetenschappelijke artikelen. Wie is coauteur en wie zet je in de dankbetuigingen? In mijn publicaties komt iedereen die een technische bijdrage levert in de dankbetuiging en alle inhoudelijke medeonderzoekers zijn coauteur. Dat is een keuze, want er zijn geen eenduidige regels voor.’

Geest van de code

In het verlengde hiervan ligt het dilemma hoe om te gaan bij auteurschap bij multidisciplinair en internationaal onderzoek, aldus Palstra. ‘In Duitsland is iedere coauteur van een publicatie verantwoordelijk voor het gehele eindproduct. In de Verenigde Staten ben je verantwoordelijk voor jouw deel van het onderzoek. De nieuwe Nederlandse gedragscode stelt dat alle auteurs volledig inhoudelijk verantwoordelijk, tenzij anders vermeld. Het gaat erom dat onderzoekers hierover nadenken: wat is de beste en ethisch sterkste oplossing? De geest van de code is niet om elkaar de maat te nemen, maar transparant en helder te zijn.’

De gedragscode wil volgens Palstra niet uniforme regels opleggen. Het gaat volgens hem om de onderzoekscultuur. ‘Door het onderwerp zichtbaar en bespreekbaar te maken, kom je tot transparante afspraken. Integriteit kun je cultureel verschillend uitleggen. De één verstaat er net iets anders onder dan een ander. Het gaat erom dat we individueel en gezamenlijk werk maken van integriteit. Als we in de hele organisatie het onderwerp op de agenda hebben, dan is onze zorgplicht van de gedragscode geslaagd.’