Wyss-directeur Ingber: 'Durf strategisch te beslissen'

| Rik Visschedijk

Dat hij de baas is, daar is geen twijfel over mogelijk. Donald Ingber leidt het gerenommeerde Wyss Institute for Biologically Inspired Engineering van de Harvard University. Een advies aan de UT: ‘Als je in de top league wilt meedoen, moet je strategische beslissen durven nemen.’

Photo by: Gijs van Ouwerkerk

Ingber was een halve week te gast op de campus waar hij donderdag de jaarlijkse Bergveld-lezing van de BIOS/Lab-on-a-chip-groep verzorgde. Hij is de founding director van het cross-disciplinaire Wyss Institute. Daar werken ze met zo’n vierhonderd man aan de ontwikkeling van bio-geïnspireerde materialen en apparaten voor de gezondheidszorg, industrie, robotica, energiesector en duurzame architectuur. Ingber geldt als een van de grote initiators van de organ-on-a-chip-technologie.

Academische structuur

Het Wyss instituut is in 2009 opgericht met een gift van 125 miljoen door Hansjörg Wyss. Vier jaar later schonk hij nog eens het dubbele bedrag. Ingber kreeg de vrije hand om de organisatie van het instituut naar zijn hand op te zetten. ‘Wyss staat buiten de academische structuur, ik rapporteer niet aan een decaan of een board. Dat maakt ons wendbaar en slagvaardig. We kunnen snel beslissen waarin we investeren of welke apparatuur we aanschaffen.’

De missie van Wyss is om ‘de grenzen van technologie op te zoeken’. Ingber: ‘Engineering heeft de afgelopen vijftig jaar de medische wetenschap getransformeerd. Denk aan heupimplantaten of pacemakers. Maar wij willen dertig jaar vooruitdenken. We weten goed hoe biologie werkt, helemaal vanaf de nanoschaal. En we zijn nu op het punt gekomen dat we vanuit biologische principes nieuwe engineering-innovaties kunnen ontwikkelen.’

‘Tegelijk is ons doel om wetenschappelijke ontdekkingen snel naar de markt – en dus de samenleving – te brengen’, vervolgt hij. ‘Een doorbraak heeft geen impact als je het niet uit het laboratorium krijgt. Mijn filosofie is; in de wetenschap liggen altijd vijftien wegen open, waarom zou je dan niet de kortste weg naar maatschappelijke impact kiezen?’

Luisteren naar Don Ingber tijdens de Bergveld-lezing.


Wat is uw indruk van de UT?

Ingber: ‘Indrukwekkend. De kwaliteit is hoog. De sterke focus op de micro- en nanowereld op het gebied van materialen en applicaties is onderscheidend, net als de robotica. Het is mooi om te zien dat de UT actief is op zowel fundamenteel niveau als op applicaties die impact maken op de maatschappij.’

En hoe is dat in vergelijking met Wyss?

‘Dat is een andere wereld. Wij hebben samenwerkingen rondom projecten, maar staan geheel los van Harvard. Als een project binnenkomt, dan koppelen we daar mensen uit onze groep aan. Wij hebben zo’n veertig man in dienst uit de industrie, met ieder tien tot dertig jaar product development-ervaring. Het fundamentele werk hebben de onderzoekers in hun eigen laboratoria gedaan. Eenmaal binnen Wyss is het de bedoeling dat die innovatie snel naar de samenleving gaat. We leggen de focus op de applicatie en de vertaling naar de markt.’

‘Start-ups generen is een van de belangrijkste doelstellingen van Wyss. We hebben er nu achttien. Dat lijkt misschien niet heel veel, maar het zijn allemaal substantiële en volwassen ondernemingen met tientallen fte’s. Het is gebeurd dat ik in één dag 22 mensen kwijtraakte aan een onderneming en een jaar daarna nog eens 15. Dat is exact wat ik nastreef. We zijn een accelerator richting de markt.’

Behoort samenwerking met de UT tot de mogelijkheden?

‘Er is natuurlijk overlap met ons onderzoek. En er zijn persoonlijke contacten, zo deed Albert van den Berg een sabbatical bij ons en werkte Andries van der Meer een tijd bij Wyss. Maar als het gaat om een formele samenwerking, dan zijn we heel selectief. Er moet wederzijds iets te halen en te brengen zijn, bijvoorbeeld dat een ander laboratorium essentiële faciliteiten heeft om een project naar een hoger niveau te tillen. Dat zou in de toekomst best wel eens mogelijk kunnen zijn met de UT.’

‘Wat we absoluut niet willen, is een papieren samenwerking, zoals veel instituten doen. Dan zie je een hele lijst met partnerschappen met Indonesië, Singapore, Australië en China. Dat is betekenisloos. Een memorandum of understanding is in de praktijk niet meer dan: gebruik mijn naam maar om jezelf te verkopen.’

U heeft MESA+ en MIRA bezocht, wat is uw indruk?

‘Wyss kun je omschrijven als een investering in het experiment om de toekomst te engineeren. Zo willen we een positieve bijdrage leveren aan de wereld. Als je als instituut nastreeft om wetenschappelijke inzichten te vertalen naar de samenleving, dan moet je met één been in die samenleving staan. Wij hebben daarvoor een nieuw model opgezet en ik denk dat de twee UT-instituten ook een geweldige stap in die richting zetten.’

‘Tegelijk denk ik dat MESA+ vooral een grote investering in de infrastructuur is met geweldig fundamenteel onderzoek en engineering. Maar het heeft niet de investering in de operationele kant om het all the way te laten gaan. Daar ligt een kans.’

Hij legt uit: ‘Stel nou dat de UT kan uitvogelen hoe je infrastructurele knowhow van MESA+ verbindt met de medische expertise en focus van MIRA. Dan heb je iets bijzonders in handen. Zo heb ik heb een tour gehad door het DesignLab. Dat leek me een opwindende plek voor studenten, maar ik zie er niet de integratie van de fundamentele wetenschap en engineering met de samenleving. Als je nu een manier vindt om dat samen te brengen - en daarmee de nadruk legt op ontdekking en innovatie - dan heb je iets waar de buitenwereld van denk: wow. En dat lift de hele universiteit verder op.’

Is dat dé manier om de hoogste academische divisie te bereiken?

‘Ik denk het wel. Wyss is succesvol omdat we slagvaardig zijn en dan vooral omdat we keuzes maken. Op de UT zie ik geweldige mensen en hoogstaand onderzoek. Maar als je echt de top league wil bereiken, moet je durven te investeren in mensen en onderzoek die het verschil maken. Dat klinkt onaardig omdat je daarmee tegen anderen zegt: je telt even niet mee. Maar dat is niet waar; de hele organisatie kan zich vervolgens optrekken aan die koplopers.’