Privacy op UT-netwerk belangrijker dan bandbreedte

| Johannes de Vries

Nu de UT IPv6-proof is en bandbreedte geen probleem meer is, kan SURFnet, de organisatie die de UT met andere (onderwijs)instellingen digitaal verbindt, zich concentreren op privacy en flexibiliteit. Dat is nu belangrijker.

Photo by: Flickr.com | David Schmitt

In het kader van het Campus Challenge Event in de Vrijhof spraken verschillende UT’ers en externe internetdeskundigen over het internet, innovatie en wat de UT daar mee te maken heeft.

Privacy

Erik Huizer, oud-UT-hoogleraar en CTO van SURFnet, pleitte tijdens het evenement voor een goede samenwerking tussen Nederlandse of hooguit Europese internetbedrijven, om te zorgen dat ‘Nederlandse data ook in Nederland blijft, zonder besnuffeld te worden.’

Daarom wordt er gebouwd aan een transparante key-server, waar hardware en software op basis van open source worden gemaakt. ‘Daardoor kun je zien dat we geen backdoors inbouwen, zoals die door Amerikaanse bedrijven worden gemaakt. We hopen dat die bedrijven uiteindelijk ook transparant worden over wat ze allemaal voor overheden inbouwen.’

Over het gebruik van Google voor alle digitale universiteitsdiensten - waar in Groningen onrust over is - is de hoogleraar internettoepassingen kritisch. ‘Ieder bedrijf met een vestiging in Amerika valt onder de Amerikaanse regels - waaronder de Patriot Act - en heeft dus te maken met een overheid die mee kan kijken. Als ik data stuur naar een Gmail-account is het over en uit met de privacy. Als onderzoeker moet je de keuze hebben daar wel of geen gebruik van te maken.’

Huizer wijst op de diensten die ‘zijn’ SURF zelf levert, die privacy en patenten wél goed beschermen. SURF is eigendom van de universiteiten en volgens Huizer ‘dus veilig’. Sinds deze maand bestaat er bijvoorbeeld ‘SURFdrive’, een alternatief voor cloudservices als Google Drive en Dropbox.

Flexibiliteit

Huizers organisatie levert ook zogenaamde lichtpaden, bijvoorbeeld om een onderzoeker uit Twente rechtstreeks een beveiligde verbinding met een onderzoeksapparaat in Eindhoven te kunnen geven. Een belangrijk punt voor de toekomst is volgens hem om deze en andere verbindingen flexibeler te maken. ‘Zo’n lichtpad moet je snel kunnen reserveren en on demand kunnen krijgen.’

Maar ook de netwerken moeten flexibeler, vindt de hoogleraar. ‘Ik wil uiteindelijk naar een netwerk toe dat zich on the fly configureert op basis van wat nodig is. Is er veel ‘normaal’ internet nodig, dan geeft het netwerk daar veel ruimte voor. Gaat veel ruimte op aan directe verbindingen met andere onderwijsinstellingen, dan moet dat deel groter worden.’