Techniekgeschiedenis voor een breed publiek

| Redactie

TIN20, oftewel Techniek in Nederland in de twintigste eeuw. Zes dikke boeken sieren al menig boekenkast en vorige week verscheen het zevende en laatste deel. Eind 2002 zou de klus geklaard zijn, dachten de professoren Arie Rip (UT) en Johan Schot (tot voor kort UT, nu TUE). Uiteindelijk werd het een jaar later. 'We hebben een wetenschappelijk werk gemaakt, dat bovendien zó is geschreven dat het to

TIN20, oftewel Techniek in Nederland in de twintigste eeuw. Zes dikke boeken sieren al menig boekenkast en vorige week verscheen het zevende en laatste deel. Eind 2002 zou de klus geklaard zijn, dachten de professoren Arie Rip (UT) en Johan Schot (tot voor kort UT, nu TUE). Uiteindelijk werd het een jaar later.

'We hebben een wetenschappelijk werk gemaakt, dat bovendien zó is geschreven dat het toegankelijk is voor een breder publiek,' vertelde Schot in een eerder interview. Rip vertelde toen: 'TIN20 volgt het gewone reviewproces. De kernredactie is verantwoordelijk voor een doorlopende, consistente betooglijn.' Een wetenschappelijk verantwoord werk, geschikt voor een breed publiek, met een duidelijke betooglijn, dat is wat TIN20 moet zijn. In eerdere delen is dat behoorlijk gelukt. Thema's als 'Huishouden' in het vierde deel en 'Transport' in het vijfde deel tonen duidelijk de interactie tussen technologie en maatschappij. Het thema 'Medische Techniek' in het vierde deel daarentegen is te beperkt van opzet. Een belangrijk onderwerp als de kunstnier, uitgevonden door de Nederlander Willem Kolff, wordt daar niet genoemd.

Het laatste deel bestaat uit twee delen: 'Techniek en modernisering' (een hoofdstuk) en 'Balans van de twintigste eeuw' (negen hoofdstukken). In het eerste deel geven de auteurs een vooruitblik op het tweede deel, waardoor het eerste deel grotendeels een uitgebreid voorwoord is van de negen hoofdstukken van het tweede deel. Verder verantwoordt de redactie zich hier voor haar manier van werken.

TIN20 beschrijft niet alleen de geschiedenis van de techniek, maar kijkt steeds naar de invloed van techniek op de maatschappij en andersom. In de jaren twintig komt de stroom voor een elektrisch strijkijzer nog uit de fitting van de lamp in het plafond, het enige aansluitpunt van elektriciteit in de woning. Twintig jaar later is het huishouden volledig geëlektrificeerd en zijn er stopcontacten door het hele huis te vinden voor allerlei huishoudelijke apparaten. 'Technische ontwikkeling en maatschappelijk ontwikkeling zijn onderling verweven,' is dan ook de openingszin van dit deel.

De negen hoofdstukken van 'Balans van de twintigste eeuw' vormen zelfstandige onderwerpen, een rode draad die de negen hoofdstukken verbindt is niet goed te ontdekken. Bezwaarlijk is dit niet, omdat het op die manier mogelijk is een hoofdstuk te lezen zonder de voorafgaande hoofdstukken te moeten kennen. De auteurs sluiten niet de ogen voor negatieve gevolgen van technologische ontwikkelingen. 'Schaalvergroting en haar idealen' gaat in op de voordelen van schaalvergroting, maar wijst ook op de beperkingen. In een spotprent van Albert Hahn is te zien hoe een groot warenhuisconcern een grote winkel wil plaatsen bovenop mooie Amsterdamse pandjes waar aardewerk, parfums en dergelijke verkocht worden. Het laatste hoofdstuk van het boek, en dus van de serie, heeft als titel 'Tussen sensatie en restrictie: het ontstaan van de technische consumptiecultuur'.

Is TIN20 wetenschappelijk verantwoord? Het ziet er wel naar uit: er is een uitgebreide literatuurlijst, bij elke uitspraak is een verantwoording, en alle hoofdstukken zijn nagekeken door reviewers. Is er een consistente betooglijn? Binnen een hoofdstuk in ieder geval wel, de hoofdstukken an sich zijn zelfstandig. Is het toegankelijk voor een breed publiek? Heel behoorlijk. De zinnen zijn niet al te lang, echt vakjargon kom je niet tegen en er staat genoeg interessants in om het brede publiek te boeien. Zeker gezien de prijs is de aanschaf de moeite waard.

J.W. Schot e.a. (redactie), Techniek in Nederland in de twintigste eeuw. Deel VII. Walburg Pers, ISBN 90.5730.070.2, 39,95 euro. De hele reeks kost 220,95 euro.

Han Vermaat

Na de Tweede Wereldoorlog kwam de productie van personenauto's in Nederland weer op gang. Op de foto rollen de Dafjes van de lopende band (TIN20-7-02a).


Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.