Prestatiedrang na halve eeuw nog fier overeind

| Redactie

Jan Greve nam vorige maand na ruim 23 jaar afscheid van de UT. En eigenlijk ook weer niet. De fpu-gerechtigde TN-hoogleraar en oud-faculteitsdecaan blijft nog even, als nul-hoogleraar, voor een dag of drie in de week. Fragmenten uit een afscheidsgesprek. 'Je hebt mensen die altijd roepen dat ze zo ontzettend veel plezier in hun werk hebben. Maar zodra ze ermee op kunnen houden, maken ze gebruik va

Jan Greve nam vorige maand na ruim 23 jaar afscheid van de UT. En eigenlijk ook weer niet. De fpu-gerechtigde TN-hoogleraar en oud-faculteitsdecaan blijft nog even, als nul-hoogleraar, voor een dag of drie in de week. Fragmenten uit een afscheidsgesprek.

'Je hebt mensen die altijd roepen dat ze zo ontzettend veel plezier in hun werk hebben. Maar zodra ze ermee op kunnen houden, maken ze gebruik van een of andere regeling en hup, weg zijn ze. Hadden ze dan echt wel zo veel lol in hun werk, vraag ik me dan af?

Ik heb echt met ongelooflijk veel plezier voor mijn onderzoeksgroep gewerkt, gevochten, geleefd. Om dat los te moeten laten is heel moeilijk. Want wat moet je gaan doen als je nog geen uitgebluste, oude man bent? Gaan genieten, zeggen ze dan. Maar reizen deed ik als hoogleraar al veel. Tuinieren is leuk, en kleinkinderen zijn ook belangrijk. Maar ik ben het liefst nog een tijdje met een uitdagend onderzoek bezig, hou contact met mensen, doe iets nuttigs, waar hopelijk iets goeds uit voortkomt.

Ik heb ontzettend genoten van het informele feestje rondom mijn afscheid. Ik wilde ook helemaal geen officieel symposium of zo. Waar is dat voor nodig als je toch de wetenschap verlaat? Het moest een feest worden voor de hele groep, die ik sinds 1980 heb opgebouwd (in het begin hadden we helemaal niets: ons lab was in de kelder en de apparatuur moesten we zelf bouwen). Natuurlijk krijg je zelf heel veel credits over je uitgestort, maar men vergeet vaak dat de mensen in de groep het werk doen. De hoogleraar is er daar maar één van.

Een groep zonder hoogleraar is natuurlijk wel kwetsbaar. Dat heb ik gemerkt toen mijn opvolging een jarenlang slepende kwestie werd. In '97 - ik was toen decaan - hadden we al afgesproken dat ik nog vijf jaar decaan zou blijven, in 2001 met pre-FPU zou gaan, en er dus een opvolger voor mijn leerstoel gezocht zou worden. Maar eind '98 werd mijn beoogd opvolger ongeneeslijk ziek en overleed een jaar daarna. Een goede vriend van mij, heel tragisch. Maar daarna heeft het nog vier jaar geduurd voordat er een opvolger gevonden was. De commissie die daarvoor moest zorgen heeft, laat ik het voorzichtig zeggen, niet goed gewerkt. Ik zag het gebeuren, kon er niets aan doen, en ging er emotioneel aan kapot. Nu ben ik er wel weer overheen, maar het blijft heel zuur om te zien dat we op het gebied van bio-nanotechnologie zijn ingehaald door andere universiteiten, terwijl wij daar in '93 als eerste in Nederland mee begonnen. Vooral de laatste jaren, toen het hele land wist dat ik zouvertrekken en mijn groep geen hoogleraar meer had die de richting kon bepalen, zijn er miljoenen onderzoeksgeld door FOM verdeeld. Aan andere groepen, omdat wij met gebonden handen stonden. Ik kan daar nog steeds boos over worden, maar daar los ik niets mee op. Gelukkig gaat mijn opvolger binnenkort beginnen.

Nu begeleid ik nog wat staartjes van promotieonderzoeken en ik ga een STW-project doen, waarin we een heel gebruiksvriendelijk apparaat ontwikkelen voor het uitvoeren van zo goedkoop mogelijke aidstests in Afrika. Zo'n test mag geen 50 dollar per stuk kosten zoals hier, maar die moet in arme landen ter plekke uitgevoerd kunnen worden voor minder dan 1 dollar per keer. De techniek die we daarvoor gebruiken hebben we een anderhalf jaar geleden al ontwikkeld uit een ander apparaat van ons, dat nu in Amerika wordt gecommercialiseerd door een start-up bedrijf waar één van mijn eerste promovendi nu werkt. Er is nu ook een Europese vestiging van die firma hier in Enschede waar we nauw mee samenwerken. Zij gaan die AIDS apparaten op niet-commerciële basis bouwen. Dat zijn mooie dingen waar ik nog een tijdje aan kan werken.

Ik ben op m'n vijftiende begonnen te werken, als analist bij Shell. Na bijna vijftig jaar zit de wil om te werken en te presteren er nog steeds in bij mij. Als ik nu wel eens pas tegen half tien op het lab ben, heb ik het gevoel dat ik te laat ben. Dan bekruipt me een schuldgevoel ...

Officieel ben ik al sinds 1 februari 2001 uit dienst. Kort daarvoor had ik een brief thuis gekregen van P&O. Een onthutsende ervaring vond ik dat: na ruim 20 jaar krijg je op een dag een koud, eenregelig standaardbriefje uit naam van de decaan waarin staat dat je op jouw verzoek eervol ontslag krijgt. Zulke verschrikkelijke standaardbriefjes zijn er waarschijnlijk ook verstuurd toen ik decaan was, maar die heb ik nooit gezien. Iemand moet toch zonder veel moeite iets veel menselijker van die briefjes kunnen maken?'

Menno van Duuren

Jan Greve: ...koude standaardbriefjes kunnen veel menselijker...


Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.