Studenten blij met major-minor model

| Redactie

Het major-minor model doet het goed in het UT-onderwijs. De mogelijkheid om een 'opleidingsvreemd' bijvak (de minor) toe te voegen aan de hoofdopleiding - een peperdure onderwijsvernieuwing die eind jaren negentig haar beslag kreeg - heeft volgens 88 procent van de studenten een duidelijke meerwaarde, zo blijkt uit een tussentijdse evaluatie.

De onderwijskundige poot van de dienst Informatietechnologie, Bibliotheek & Educatie (ITBE) voert het evaluatieonderzoek uit in opdracht van het college van bestuur, vanwege de 'majeure impact' die de veelbesproken onderwijsvernieuwing op de werkdruk van de betrokken UT-medewerkers heeft en de 'aanzienlijke hoeveelheid middelen' die ervoor zijn vrijgemaakt. Het onderzoek naar de ervaringen van de wetenschappelijke en ondersteunende staf loopt nog, maar als het aan de studenten ligt is major-minor in elk geval een blijvertje.

Een grote meerderheid van hen geeft aan dat ze dankzij het volgen van hun minor een bredere kijk op de wetenschap hebben gekregen en grensverleggend hebben leren denken. Het bewerkstelligen van deze 'paradigmashift' was een van de belangrijkste doelstellingen bij het invoeren van het major-minor model.

De belangstelling om de blik op een andere discipline te richten is bij techniekstudenten overigens het grootst: 71 procent van hen kiest voor een minor die voor een duidelijke paradigmashift zorgt. Studenten uit de maatschappijwetenschappelijke opleidingen (met name BSK en TCW) kiezen maar in 55 procent van de gevallen een minor die ver buiten hun eigen vakgebied ligt.

Een andere doelstelling van de major-minor invoering, het vergroten van de aantrekkingskracht van het UT-onderwijs op potentiële eerstejaars, wordt duidelijk niet gehaald: voor 77 procent van de ondervraagden heeft de minor geen enkele rol gespeeld bij de keuze voor de UT. De minor was bij 19 procent van de lichting 1999/2000 nog wel een van de drie belangrijkste redenen om voor de UT te kiezen, maar bij de eerstejaars 2002/2003 was dat nog maar in vijf procent van de gevallen een zwaarwegende reden.

Een betere kans op de arbeidsmarkt denkt slechts 36 procent van de studenten te hebben dankzij het volgen van een minor. Verbetering van het arbeidsmarktperspectief was wel een van de redenen om in 1999 tot invoering van het major-minor-model over te gaan.

De TU Delft en de TU Eindhoven gaan ook het major-minor model invoeren, in het kader van de onderlinge afstemming van het onderwijs aan de drie tu's.


Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.