'Schapen hoeden' is de titel van de tentoonstelling die deze week werd geopend: zowel schapen als hoeden keren regelmatig terug in het werk van de kunstenaar, en de titel lijkt ook te staan voor de behoedzame manier waarop Bloemena zijn werk in het gareel houdt. Zijn landschappen hebben altijd iets vervreemdends, al was het alleen maar door de afwezigheid van mensen. Een wals, midden in het landschap, de motor staat nog te stampen. Een vuurtje op een eiland, maar geen mens te bekennen. Aangetrokken door de vaak warme kleuren en het spel met licht, zal de toeschouwer vervolgens verbaasd staan over het tafereel dat zich aandient. Terwijl Wiebe Bloemena het ontbreken van mensen verklaart met 'daar ben ik niet zo goed in', bewijzen de tekeningen het tegendeel: daarin wél rake portretten, soms geïnspireerd door een enkele zin uit een roman. Een groot doek op de eerste etage beeldt eigenlijk wel mensen uit, maar dan weergegeven als peren. Peren die gebukt gaan onder hun lot, symbool voor het zware lot van de Koerden.
Bloemena wil zichzelf geen surrealist noemen. Zijn grote voorbeelden vindt hij in het expressionisme en in 'meesters van het licht' als Rembrandt. Toch lijkt deze hang naar expressionisme in strijd met de minutieuze schildertechniek en de strenge regels die hij zichzelf oplegt. Hoe dan ook: mysterie en magie blijven hangen na een bezoekje aan 'Schapen hoeden.'
Wiebe Bloemena, 'Schapen hoeden', tot en met 8 februari in Vrijhof Cultuurcentrum UT.