In Memoriam

| Redactie

Prof.dr. P.F. van der Wallen Mijnlieff Op 3 september 1996 overleed tijdens een verblijf in Zwitserland prof.dr. P.F. van der Wallen Mijnlieff, van 1971 tot 1991 hoogleraar Reologie aan de faculteit TN. Piet van der Wallen Mijnlieff werd in 1927 geboren te Haarlem en behaalde in 1945 het diploma gymnasium B te Breda. Na zijn studie scheikunde aan de Rijksuniversiteit Utrecht promoveerde hij op 15

Prof.dr. P.F. van der Wallen Mijnlieff

Op 3 september 1996 overleed tijdens een verblijf in Zwitserland prof.dr. P.F. van der Wallen Mijnlieff, van 1971 tot 1991 hoogleraar Reologie aan de faculteit TN.

Piet van der Wallen Mijnlieff werd in 1927 geboren te Haarlem en behaalde in 1945 het diploma gymnasium B te Breda. Na zijn studie scheikunde aan de Rijksuniversiteit Utrecht promoveerde hij op 15 december 1958 cum laude bij prof.dr. J.Th.G. Overbeek op het proefschrift: 'Sedimentation and Diffusion of Colloidal Electrolytes'.

Van 1960 tot 1970 werkte hij als onderzoeker in dienst van de Koninklijke Shell, aanvankelijk op het laboratorium te Amsterdam, later in Houston. Met ingang van 1 januari 1971 werd hij gewoon hoogleraar aan de faculteit TN. De officiële naam van zijn leerstoel was: 'Overdrachtsverschijnselen'. Zelf sprak hij liever over Reologie, maar zonder 'h', zoals hij er met het hem kenmerkende gevoel voor finesse aan toevoegde.

De eerste jaren ging zijn aandacht vooral uit naar het opzetten van het onderwijs in de Reologie en de Thermodynamica en de opbouw van de nieuwe leerstoel. Het onderzoek richtte zich op het ontwikkelen van reologische meetmethoden en het verband tussen het reologisch gedrag van specifieke systemen en de theoretische modelvorming daarvoor. Zijn bijzondere belangstelling ging uit naar macromoleculaire systemen, zoals verdunde polymeeroplossingen.

Velen hebben Piet in die tijd leren kennen als een uiterst beminnelijk, maar enigszins gesloten man met de typische trekjes van de klassieke academicus. Onder het vernis van formaliteit school echter een bewogen mens met een grote belangstelling voor zijn collega's en vooral voor de jongere generatie. De studenten gaven hun waardering voor hem vorm in het erelidmaatschap van de studievereniging Arago.

Iedere neiging tot verkwisting was hem vreemd, in het bijzonder van zijn tijd, maar desondanks wilde hij zich niet onttrekken aan bestuurlijke taken, zowel binnen als buiten de faculteit. Hij beschouwde die als essentiële onderdelen van zijn functie. Zo was hij vijf jaar lid van de faculteitsraad en vervulde twee ambtsperioden als decaan.

Daarnaast was hij onder andere lange tijd bestuurslid van de Nederlandse Reologische Vereniging, waarvan zeven jaar als voorzitter. Degenen die met hem hebben mogen samenwerken, zullen zich zijn fijnzinnige humor nog lang herinneren en hem dankbaar blijven voor zijn trouw en loyaliteit. Persoonlijk verlies ik in hem een goede, verre vriend, bij wie de medemens op de eerste plaats kwam en die ik zal blijven bewonderen om zijn integriteit.

Dr. H.P.van de Braak, faculteitsdirecteur TN