Voor negen UT-opleidingen ligt het percentage 'temposlachtoffers' boven de 10 procent, met informatica als topper (14,7 procent). Relatief positief scoren chemische technologie (9,0 procent), toegepaste wiskunde (8,2 procent) en toegepaste onderwijskunde (7,4 procent). Uitzonderlijk presteren de studenten van de kopopleidingen toegepaste communicatiewetenschap (minder dan 1 procent) en wijsbegeerte van wetenschap, technologie en samenleving (1,8 procent).
Verdubbeld
Vorig jaar, toen de norm nog op tien studiepunten lag, werden 258 UT-studenten (3,9 procent) 'bestraft' met een omzetting van hun beurs. Het aantal slachtoffers is dus meer dan verdubbeld. Verreweg de sterkste stijging deed zich voor bij elektrotechniek, waarvan het aantal falende studenten bijna verzesvoudigde.
Overigens voldeden in het studiejaar 1995/1996 in totaal negenhonderdvijftig UT-studenten niet aan de temponorm. Maar voor een aantal heeft dat geen financiële consequenties omdat zij geen studiebeurs ontvangen. Bovendien krijgen eerstejaars die vóór 1 februari afhaken clementie.
Geen punt
Uit de rapportage van het CSA blijkt dat ruim honderd eerstejaars en 145 ouderejaars vorig studiejaar geen enkele studiepunt behaalden. Nog eens driehonderdvijftig ouderejaars haalden minder dan zestien studiepunten.
In de rapportage van het CSA staat dat door de toename van het aantal potentiële slachtoffers de druk op de Bureaus Onderwijszaken is toegenomen. Studenten proberen op allerlei manieren alsnog extra studiepunten te krijgen om aan de norm te voldoen. Bij de Commissie van Beroep werden echter slechts veertien beroepszaken aangemeld, bijna de helft minder dan vorig jaar. In elf gevallen werd het geschil na overleg tussen student en faculteit zonder zitting geslecht, veelal in het voordeel van de student. Drie zaken hebben tot een zitting geleid. Uitspraken hierin worden komende weken verwacht.