In memoriam prof. dr. Jan Kreiken

| Redactie

'Partir, c'est mourir un peu'. Met deze gekscherend bedoelde uitspraak openden wij het Liber Amicorum dat door vrienden van Jan Kreiken was geschreven ter gelegenheid van zijn afscheid als hoogleraar in de bedrijfseconomie, de leerstoel die hij sinds 1968 bezette. Het goed voorbereide afscheid was gepland op 6 juni 1986, doch kon officieel niet worden gehouden vanwege een ernstige ziekte van Jan.

'Partir, c'est mourir un peu'. Met deze gekscherend bedoelde uitspraak openden wij het Liber Amicorum dat door vrienden van Jan Kreiken was geschreven ter gelegenheid van zijn afscheid als hoogleraar in de bedrijfseconomie, de leerstoel die hij sinds 1968 bezette.

Het goed voorbereide afscheid was gepland op 6 juni 1986, doch kon officieel niet worden gehouden vanwege een ernstige ziekte van Jan. Hij veronderstelde zelf dat de ziektekiem zich genesteld had in de jaren vijftig in Zuid Afrika, het land waarin zijn wetenschappelijke en bedrijfsmatige loopbaan een indrukwekkende start kende.

Truusje en hij kregen daar ook hun kinderen, Ymke en Boet, en wij zullen ons Jan's enthousiasmerende, spannende en van humor doordrenkte verhalen over dat land blijven herinneren. En niet alleen over dat land. Jan was een begenadigd verhaalkunstenaar omdat hij bedrijfsmatige ervaringen, wetenschappelijke inzichten en mensenkennis in een uitzonderlijke, humorvolle balans met elkaar wist te verenigen. In alle gremia waarin hij verkeerde, van studenten tot toppers in het bedrijfsleven, van promovendi tot ministers, dwong hij op zijn eigen wijze een ontzagwekkend natuurlijk respect af. Wij beseffen ook hoezeer Truusje, en later ook Ymke en Boet, Jan daarin hebben gesteund en hem daardoor hebben gestimuleerd. Hen kunnen we dankbaar zijn dat Jan vanuit zijn veilige thuisbasis zo'n bijzondere rol in het maatschappelijk verkeer heeft mogen en kunnen vervullen. Hij was niet alleen de inspirerende man thuis, maar ook de grote inspirator in de omgevingen waarin hij actief was. Door zijn warme, rechtgeaarde en charmante karakter maakte hij vrienden voor het leven, ook onder zijn medewerkers.

Allen die onder zijn leiding hebben gewerkt en/of met hem hebben samengewerkt zullen zich dat als een voorrecht blijven herinneren: Kreiken's persoon en werk hadden een magnetische kracht, die zich al op betrekkelijk jonge leeftijd openbaarde. Reeds in 1970, Jan was toen 45 jaar, werd hij gerekend tot het uiterst beperkte groepje van leidende Nederlandse bedrijfseconomen. Dat is des te meer opvallend omdat hij niet verbonden was aan een van de economische faculteiten, hoezeer deze zich ook hebben ingespannen om hem als hoogleraar aan zich te binden.

Kreiken beoefende zijn vakgebied liever in een bedrijfskundige universitaire context. Hij was aldus werkend niet alleen de medeoprichter van Bedrijfskunde in Twente maar ook de initiator van de wetenschappelijke erkenning van dat vakgebied in Nederland. 'BK est' hebben wij aan hem te danken, zoals bedrijfskundig Europa hem dank verschuldigd is voor de verwezenlijking van het Europese wetenschappelijke bedrijfskundehuis: de European Foundation for Management Development (EFMD).

Grote wereldburgers, die wij thans managementgoeroes zouden noemen, mochten we regelmatig ontmoeten op Kreiken's kantoor op de vierde verdieping van het BB-gebouw. Die kring der groten,waarin Kreiken zo langdurig mocht verkeren, vormde de stimulans tot vele onderwijs- en onderzoekactiviteiten binnen zijn faculteit en zijn vakgroep. Zijn vakgroep vormde een collegiale vriendenkring die zich door zijn motto gestimuleerd wist: beoefen de bedrijfseconomie in een bestuurlijke context, onder verwijzing naar het angelsaksische begrip 'managerial economics'. Zijn oratie in 1968 droeg dan ook de titel Bestuurlijke Bedrijfseconomie. Die rede gaf vernieuwing aan het bedrijfseconomisch denken en zal ongetwijfeld hebben bijgedragen tot de eerder geduide kwalificatie: leidend bedrijfseconoom in Nederland.

Zijn wetenschappelijke erfenis is dus indrukwekkend en het is voor de faculteit een bijzondere eer dat Kreiken daar in haar midden zo creatief en vruchtbaar aan heeft gewerkt. Dat deed hij consistent, positief kritisch, met veel humor en een hoge moraliteit: loyaal aan de goede zaak en expliciet afkeurend daar waar dat nodig was en immer beschikbaar voor zijn vrienden en bekenden. Dat mocht voortduren tot 26 januari 2001.

Kreiken kon zijn universiteit en zijn vrienden daar niet loslaten. Tijdens zijn emeritaat bleef hij betrokken bij academische plechtigheden en getuigde hij als hooggeleerd opponent nog menigmaal van zijn actuele wetenschappelijke inzichten tijdens promotiezittingen. Kreiken's persoon en werk staan borg voor een voortlevende herinnering in onze gedachten.

Wij wensen Truusje, Ymke, Boet en hun gezinnen heel veel sterkte bij het aanvaarden van dit zo plotselinge onvoorstelbare verlies, de intense emotionele erfenis die Jan Kreiken nalaat.

Namens de faculteit Technologie en Management,

Jan Bilderbeek