‘Je bent en blijft Yunophiaan’

| Rense Kuipers

Onafhankelijk Heerendispuut Yunophiat vierde vrijdag zijn dertigste verjaardag met een uitverkocht feest in het Enschedese Mystiek Theater. Dispuutslid Melvin Angelovski vertelt over het gedachtegoed, de hoge pieken en de diepe dalen van Yunophiat.

Yunophiat telt vandaag de dag 135 leden. Zestien daarvan zijn actief. Zo’n veertig ‘ouwelullen’ kwamen terug om het verjaardagsfeest mee te maken. ‘Festiviare in ultimo’, de lijfspreuk van het in 1986 opgerichte Yunophiat. ‘Het staat voor genieten tot in het ultieme’, vertelt health sciences-masterstudent Angelovski. Dat sentiment heerste vrijdag ook. Karakteristiek voor de club, volgens Angelovski. ‘Yunophiaan ben je voor het leven. Ook al ben maar even actief lid en al tig jaar aan het werk aan de andere kant van het land, je bent en blijft bij ons.’

De band met ‘oud’ is heel sterk, stelt Angelovski. ‘Zoals bij de lustrumreis vorig jaar naar Griekenland. Met meer dan tachtig man gehuld in groene truien Athene ‘onveilig maken’, schitterend toch? Het dispuut en ons gedachtegoed is de verbindende factor tussen alle jaargangen.’

Geen genoegen met doorsnee

Yunophiat ontpopte zich als tegenhanger van het meer gesloten College Cnødde. ‘Die openheid hoort bij ons,’ aldus Angelovski. ‘We zijn er ook voor studerend Enschede. Een goed voorbeeld was het concert in 1995 op de Oude Markt dat we organiseerden met een optreden van de Hermes House Band. Daar kwamen 1600 mensen op af.’

Lustrumreizen, grote feesten, diners en de vaste borrelavond op maandag,  het zijn volgens Angelovski ingrediënten waarmee het dispuut het studeren in Enschede memorabele maakt. ‘Maar het is niet alleen lachen, gieren en brullen. Vorig jaar overleed een van onze leden. Dan ben je er ook met én voor elkaar. Je biedt elkaar een schouder en we herinneren de mooie tijd die we samen hebben gehad.’

Die saamhorigheid gaat Angelovski zeker missen, want over een paar weken zit zijn tijd in Enschede erop. Hij vervolgt zijn studie in Amsterdam. ‘Voor mij was het dispuut een van de hoofdredenen om in Enschede te blijven voor mijn master. Maar nu is het zover dat ik tot de oude garde ga behoren. Maar ook dat wordt ultiem genieten.’