‘Ik wil het lab naar de mensen toe brengen’

| Jelle Posthuma

Hoogleraar Jaap Buurke pleit voor samenwerking tussen verschillende vakgebieden. Donderdag spreekt hij zijn oratie uit in de Waaier. ‘Wetenschappers houden vaak te rigide vast aan bestaande vormen van kennis.’

Photo by: Gijs van Ouwerkerk

CV Jaap Buurke

Buurke studeerde in 1982 af als fysiotherapeut. Hij promoveerde in 2005 aan de UT op onderzoek naar het herstel van lopen na een beroerte. Momenteel geeft hij leiding aan het onderzoekcluster Revalidatie Technologie bij Roessingh Research and Development (RRD). Aan de UT wordt hij hoogleraar Technology Supported Human Movement Analysis.

De titel van uw oratie ‘kennis mag verbazing nooit in de weg staan’ spreekt tot de verbeelding…

‘Het is een uitspraak van de Amerikaanse historicus Daniel J. Boorstin. Hij zegt dat de illusie van kennis – het te rigide vasthouden aan bestaande kennis - nieuwe bevindingen in de weg kan staan. Juist de verbazing, het openstaan voor andere ideeën, leidt tot nieuwe kennis. Daar pleit ik in mijn oratie voor.’

Hoe vertaalt zich dat tot uw eigen vakgebied?

‘Binnen mijn vakgebied, de revalidatie, is er ontzettend veel kennis over bewegen. Toen ik jaren geleden mijn proefschrift schreef over het revalideren na een beroerte, kwam ik erachter dat ingenieurs ook verstand hebben van bewegen, misschien zelfs wel meer dan onderzoekers met een medische achtergrond. Dat verbaasde mij hevig. Daarom is de boodschap van mijn oratie: kijk over je eigen vakgebied heen, laat je verbazen en houd niet rigide vast aan je eigen kennis. Vooral op het grensvlak van wetenschappen is het belangrijk dat we de samenwerking zoeken. Zo kan nieuwe kennis ontstaan.’

Hoe gaat u dat toepassen in uw eigen onderzoek aan de UT?

‘De titel van de leerstoel luidt vrij vertaald: het gebruik van techniek voor bewegingsanalyse. Deze vorm van analyse is nu nog erg gericht op onderzoek in het lab. We laten bijvoorbeeld iemand in een laboratoriumsetting tien meter rechtuit lopen. Mijn doel is om het lab naar buiten te brengen, naar de mensen toe. Op deze manier kunnen we meten in een natuurlijke omgeving, waar mensen bijvoorbeeld opstaan en omdraaien. Zo krijgen we inzicht in wat mensen doen in hun dagelijks leven. Dit levert geheel nieuwe informatie op en geeft nieuwe inzichten in het revalidatieproces.’

Waar komt de techniek om de hoek kijken?

‘Als we het lab naar buiten brengen, zijn er andere sensoren nodig, de zogenaamde inertiële sensoren. Nu meet onze apparatuur de beweging, de kinematica. Het is eigenlijk veel interessanter om ook de krachten te meten. De krachten in een lichaam, die voor beweging zorgen, zijn niet zo een-twee-drie zichtbaar. Met behulp van de inertiële sensoren gaan we proberen ook de krachten zichtbaar te maken. Naast het ontwikkelen van sensoren die deze kracht zichtbaar maken, willen we de meetapparatuur gebruiksvriendelijker maken. Nu kunnen de metingen alleen worden uitgevoerd door gespecialiseerd laboratoriumpersoneel. Dat maakt het thuismeten lastig. Voor het ontwikkelen van gebruiksvriendelijke inertiële sensoren hebben we techniek nodig, wat weer goed aansluit bij de UT als technische universiteit.’

Wat zijn de toepassingen?

‘Een van de toepassingen is dat we het verschil kunnen meten tussen echt herstel en compensatie tijdens de revalidatieperiode na een beroerte. Ter illustratie: als je een been breekt, zit je zes weken in het gips. Na deze periode is het bot volledig hersteld. Dat noemen we echt herstel. Voor een beroerte ligt het anders. Na een beroerte ontstaat er in wezen een gat in het brein. In het begin treedt er – net als bij een botbreuk – wel echt herstel op, maar dat is slechts van korte duur. Het grootste gedeelte van de revalidatie bestaat eruit dat de hersenen compensatie mechanismen ontwikkelen, zodat het lichaam een bewegingstaak op een andere manier kan uitvoeren.’

‘Wij willen het moment in de tijd vaststellen, waarop echt herstel overgaat op compensatie. Dit moment kunnen we beter meten in een levensechte situatie dan in een laboratorium. Aan de hand van deze nieuwe informatie kunnen we bijvoorbeeld een meer gepersonaliseerde revalidatie aanbieden. De analyse van de beweging in een levensechte omgeving maakt het met andere woorden mogelijk om verstandigere beslissingen te nemen over een individueel revalidatieproces.’