‘Of ik een goede opa ben? Ik denk het wel’

| Jelle Posthuma

We werken bijna iedere dag met ze samen, maar hoe goed kennen we de collega’s nu echt? U-Today is benieuwd naar de persoonlijke verhalen achter het ondersteunend- en beheerspersoneel en zet ze in deze rubriek ‘On the spot’. Aan het woord is archiefmedewerker Gerhard Kleinsman (62).

Photo by: Frans Nikkels

Waaruit bestaat je werk zoal?

‘Mijn officiële titel is teamcoördinator recordbeheer. Ik begeleid en ondersteun de recordbeheerders bij de verschillende diensten en faculteiten. Wij zijn verantwoordelijk voor de ontsluiting, de selectie of vernietiging en het beheer van archiefmateriaal. Geef ons de spullen en wij zorgen ervoor dat het op een goede manier wordt ontvangen, geordend en opgeborgen. Daarbij proberen we andere UT-medewerkers zoveel mogelijk te ontzorgen, want er is al meer dan genoeg werkdruk.’

Hoe lang ben je al werkzaam aan de UT?

‘Ik ben in 1979 begonnen bij het archief, dat toen nog op de tweede verdieping van de Spiegel zat. Het archief was misschien niet direct een vanzelfsprekende keuze: ik kwam van de Middelbare Ondernemersschool. Maar ik was in die tijd al lang blij dat ik werk had. In 1984 kreeg ik een vaste aanstelling. Hoewel het misschien geen vanzelfsprekende keuze was, heeft het werk mij steeds getriggerd. Want waarom doen we het eigenlijk: al die materialen opslaan? Ik zie het als het rondmaken van de cirkel, de afsluiting van een cyclus. Vroeger gebruikten we daarvoor een stempel en een typmachine, tegenwoordig gaat het met de computer. Toch zijn de basisvaardigheden niet wezenlijk veranderd.’

Iets heel anders. Verliefd, verloofd of getrouwd?

‘Ik ben getrouwd. Mijn vrouw en ik hebben een samengesteld gezin. Ik heb drie kinderen uit een eerder huwelijk en mijn vrouw twee. Inmiddels ben ik zes keer opa en dat vind ik prachtig. We passen iedere week een keer op de kleinkinderen. Of ik een goede opa ben? Ik denk het wel. Volgens mij zijn de kleinkinderen best gek met mij.’

Waar woon je?

‘In Enschede. Ik ben er geboren en getogen, en ik hoef hier ook niet meer weg. We wonen in Deppenbroek, in het noorden van de stad. Mijn vrouw komt uit deze buurt. Zelf ben ik geboren in Mekkelholt, waar mijn vader een kleermakersbedrijf had. Ooit dacht ik het bedrijf over te nemen, maar mijn ogen waren niet goed genoeg. Eerlijk gezegd was het hoe dan ook een drama geworden, want ik heb totaal geen gevoel voor kleuren en dat is wel belangrijk.’

Wat is je favoriete reisbestemming?

‘Echte vakantiegangers zijn we niet. Ik hoef niet met alle geweld naar Bali of Nieuw-Zeeland: De Lutte en Espelo zijn net zo mooi. Een weekje weg is bovendien meer dan genoeg.’

Wat heb je gisteren gegeten?

‘Gebakken zalm met broccoli en opgebakken aardappels. Meestal kook ik trouwens. De laatste jaren gaan we ook wat meer uiteten. Vaak met een vriendengroep die ik al vanaf de lagere school ken. Nu de kinderen de deur uit zijn, is daar meer tijd voor. We genieten kortom.’

Wat vind je belangrijk in het leven?

‘Een goede gezondheid. Door de bank genomen ben ik altijd gezond geweest. Maar in 2019 is er tijdens een landelijk onderzoek darmkanker bij mij geconstateerd. Hoewel ik een tijdje in de mallemolen van het ziekenhuis terechtkwam, is het uiteindelijk goed afgelopen. Vorig jaar belandde ik weer in het ziekenhuis met corona. Mijn vrouw werkt in de zorg en liep in de tweede golf het virus op. Ze was echt slecht te pas. Ook ik moest na verloop van tijd wat hoesten, al voelde ik mij niet echt ziek. Tot ik op een dag vijf keer tegen de vlakte ging. Er ontstond bij ons thuis een soort traumatoestand, want mijn vrouw had nog steeds veertig graden koorts. We belden de huisarts, en die gaf de keuze: of we moeten jullie hele huis verbouwen, of je gaat naar het ziekenhuis.’

‘Op kerstavond ging ik met de ambulance naar het MST. Daar waren we nog blij mee, want er was ook sprake van een ziekenhuis in Utrecht of Rotterdam vanwege de overbezetting. In het ziekenhuis werd ik direct aangesloten op allerlei apparatuur. Ik hoefde niet naar de IC, maar kreeg wel zuurstof en een hele sloot ontstekingsremmers. Zo vierde ik kerst in het ziekenhuis. Na drie dagen ging het al een stuk beter en mocht ik naar huis. Ik weet nog goed dat mijn vrouw en ik op derde kerstdag samen tweehonderd meter liepen: meer ging gewoon niet. Voor mij pakte corona uiteindelijk uit als een korte, hevige ziekte. Mijn vrouw heeft er langer last van gehouden. Toch waren er ook goede dingen. Onze kinderen hielpen in de eerste weken met koken, zodat wij konden aansterken. De maaltijden werden zo voor de deur gezet; het was net een maaltijdservice. En ik moet een gigantisch compliment maken aan de UT.   

Vertel…  

‘Ik kreeg echt de kans om rustig op te bouwen. De UT is gewoon een goede werkgever, ik werk er niet voor niets al veertig jaar. Ook voor de ICT-afdeling, die dag en nacht doorwerkten om de thuiswerkplekken mogelijk te maken, heb ik veel respect. Echt grote klasse. Datzelfde geldt voor de zorg in Nederland. Ik heb op de corona-afdeling gezien hoe de artsen en verpleegkundigen 24 uur per dag bezigwaren met patiënten. Soms voelde ik mij zelfs wat bezwaard, omdat ik vergeleken met de anderen een milde vorm had. Als ik daar aan terugdenk, kan ik mij nog steeds boos maken over coronaontkenners, want ik weet hoe de mensen hebben geleden.’