‘We zijn niet hét, maar een studentengeluid’

| Rense Kuipers , Martin ter Denge

Op de UT werken vijf studentassessoren, één per faculteit. Hoewel ze meebeslissen over beleid van faculteiten zijn ze naar eigen zeggen nagenoeg onzichtbaar. In een rondetafelgesprek vertellen ze over hun rol, verantwoordelijkheden en dilemma’s. ‘Je doet wat het beste is voor de hele faculteit, daar maak je nooit iedereen blij mee.’

De studentassessoren vlnr: Sarah Krebbers (TNW), Carolina Rivas Fajardo (ITC), Bram Brinkman (BMS), Matthijs Jansen op de Haar (EEMCS) en Tom Bijwaard (ET).

Jullie denken dat de gemiddelde student nauwelijks weet wat jullie doen. Hoe komt dat?

Sarah Krebbers (TNW): ‘Je merkt dat de actievere studenten ons wel kennen, maar verder niet. We werken vooral achter de schermen. De gemiddelde student ziet het eindresultaat, bijvoorbeeld een nieuw beleid of een bepaalde budgettoekenning, maar niet de weg ernaartoe of wie erachter zit. Ik denk dat velen niet eens van het bestaan van de functie weten.’

Tom Bijwaard (ET): ‘Ik ben pas net begonnen, dus moest de afgelopen tijd wel honderd keer aan medestudenten uitleggen wat ik doe.’

Bram Brinkman (BMS): ‘De website van de UT is ook niet handig ingericht om ons goed uit te lichten. Bovendien leest de gemiddelde student de website nauwelijks. Daarbij zijn we vooral betrokken bij beslissingen die alleen onze eigen faculteit aangaan. Dat is niet altijd even interessant voor de rest.’

Matthijs Jansen op de Haar (EEMCS): ‘We horen medestudenten weleens praten over bepaalde beslissingen waar wij bij zijn. Ze hebben niet door dat wij medeverantwoordelijk waren voor die beslissingen.’

Wat doet een studentassessor?

Jansen op de Haar (EEMCS): ‘Als studentassessor ben je een niet-stemgerechtigd lid van het faculteitsbestuur. Kort gezegd zitten we er elke week bij als het faculteitsbestuur plannen of besluiten bespreekt en bieden we advies over hoe wij daar als student naar kijken.’

Brinkman (BMS): ‘Wij kijken kritisch naar beleidsstukken om te beoordelen wat de impact is op de student. We signaleren ook mogelijke blinde vlekken, dus dingen die het bestuur over het hoofd ziet. Die kunnen er zeker zijn, want iedereen werkt vanuit een eigen referentiekader, ook bestuurders. Dan is het goed dat wij er zijn, om af en toe te zeggen: ‘Maar de studenten dan?’

Krebbers (TNW): ‘Daarnaast krijgen we ruimte voor persoonlijke inbreng. We worden geacht een proactieve houding aan te nemen en persoonlijke projecten op te pakken. De verdeling daarin is fifty-fifty: de ene helft van onze tijd besteden we aan vergaderen, de andere aan persoonlijke projecten, bijvoorbeeld op onderwijsverbetering.’

Voel je je serieus genomen tussen alle hoogleraren en ervaren bestuurders?

Krebbers (TNW): ‘We zijn als het ware een tussenpersoon tussen faculteitsbestuur en studenten. Meestemmen mogen we niet, maar ze vragen wel vooraf onze mening ergens over en die zien we terug in de voorstellen. Het is bijna alsof we wél een stem hebben.’

Brinkman (BMS): ‘Overigens komt het eigenlijk nooit op stemmen aan. Besluitvorming gebeurt meestal heel organisch, al pratende. We zitten er gewoon bij als alles wordt besproken en dan praten wij heel natuurlijk mee. En het is al eens gebeurd dat de rest van het bestuur het met elkaar eens was en ze dan alsnog vragen wat ik ervan vind als studentassessor. We voelen ons dus zeker gehoord.’

Hebben jullie het idee dat je het geluid van de studenten goed vertegenwoordigt binnen jullie faculteit?

Jansen op de Haar (EEMCS): ‘We bieden vooral een studentenperspectief, niet hét studentenperspectief. We hebben niet de illusie dat we alle sentimenten binnen onze eigen faculteit kennen, noch dat we al die sentimenten ook kunnen representeren.

Bijwaard (ET): ‘Onze belangrijkste contacten lopen vooral via studieverenigingen en de actieve studenten. Maar natuurlijk proberen we wel zoveel mogelijk in het belang van de faculteit te denken en niet toevallig in het voordeel van je eigen situatie.’

Krebbers (TNW): ‘Ik ga wel eens ergens zitten studeren puur om zichtbaar en aanspreekbaar te zijn. Zo hoor ik een beetje wat er leeft binnen mijn faculteit.’

Om wat voorbeelden te noemen, op wat voor onderwerpen oefenen jullie invloed uit?

Bijwaard (ET): ‘Ik ben pasgeleden begonnen, dus moet nog goed kijken waar ik mijn stempel op kan drukken. Ik weet dat onze faculteitsraad bezig is om de banenmarkt tussen studenten van de faculteit en potentiële werkgevers te verbeteren. Dat is zo’n project waar ik graag aan wil bijdragen.’

Krebbers (TNW): ‘Ik heb bijvoorbeeld de contracten met de studieverenigingen transparanter gemaakt. De oude verdeelsleutel voor subsidies was niet representatief voor studentenaantallen.’

Jansen op de Haar (EEMCS): ‘Ik ben nu bezig met de nieuwe opzet van het Educafé, na het vertrek van de Starbucks. Daarnaast houd ik me bezig met een eerlijker beleid voor het aannemen van studentassistenten. Ik heb zelf veel als TA gewerkt. Eigenlijk wil ik toe naar een soort vacaturebank die wat meer eenduidigheid schept – en ook transparant is qua verwachtingen en eisen van docenten. Vaak kwamen studenten via hun netwerk aan zo’n bijbaan, terwijl iedereen met interesse een reële kans moet hebben om zich aan te melden. Een ander project doe ik samen met Bram.’

Brinkman (BMS): ‘Klopt. We zijn bezig met een enquête onder UT-studenten over wat in een AI-beleid van de UT zou moeten staan. Ik had zelf de ervaring dat het per vak ontzettend wisselt, er is haast geen peil te trekken op het AI-beleid van de universiteit. Studenten weten niet wanneer ze AI wel of niet mogen gebruiken. Daarnaast zet ik me in voor betere informatievoorziening. Laatst kwam een student uit de faculteitsraad naar me toe. Die vond dat al die termen, afkortingen en begrippen wel héél veel zijn in het begin. Daarom help ik mee met een duidelijk overdrachtsbestand, ook voor de faculteitsraad.’

Hoe zit je aan tafel bij onderwerpen die er echt om spannen, zoals een reorganisatie?

Krebbers (TNW): ‘Dat maakte ik inderdaad mee. Dat is allesbehalve gemakkelijk, geloof me. Zoiets krijg je dan ook voor de kiezen. Je weet dat er een probleem aankomt. Dan kun je alleen maar je best doen om de impact zoveel mogelijk te verzachten. Terwijl het bestuur zo’n reorganisatieplan schrijft, probeer je als assessor te adviseren over de impact op studenten. Die hoop je te minimaliseren. Ik denk dat mensen oprecht geen idee hebben hoeveel ellende we op veel plekken hebben voorkomen.’

Jansen op de Haar (EEMCS): Ik denk dat je je als studentassessor uiteindelijk vormt naar wat de faculteit nodig heeft op dat moment. Je moet ook realistisch zijn: als er volop bezuinigd wordt, moet je realistisch zijn en de juiste keuzes maken. Je bent ergens een soort strenge ouder; er zijn keuzes die beter zijn voor het geheel én de student, terwijl ze misschien niet altijd zo ervaren worden. Je moet dus nadenken over wat het beste is voor de gehele faculteit, niet voor het individu. Daar maak je nooit iedereen blij mee.’

Waarin verschilt jullie rol van de faculteitsraad? Zo te horen zijn allebei een soort volksvertegenwoordiger.

Brinkman (BMS): ‘Ik denk dat je er als studentassessor wat dichter bovenop zit. Een faculteitsraad geeft advies op de plannen. Wij zitten aan tafel terwijl die plannen worden geschreven. We hebben dus een directere en eerdere invloed op de plannen.’

Jansen op de Haar (EEMCS): ‘Ergens zijn we ook een soort tussenpersoon. Je probeert de band met de faculteitsraad warm te houden en soms een stapje terug te nemen. Soms zelfs als een soort mediator tussen faculteitsraad en faculteitsbestuur. Als de olie in de machine.’

Wat is er nodig om jullie functies beter te bestendigen? Zou een gelijkwaardig stemrecht – net als de andere leden van een faculteitsbestuur – een idee zijn?

Brinkman (BMS): ‘Dat is denk ik wel gevaarlijk, met name voor je eigen verantwoordelijkheidsgevoel. Uiteindelijk zijn we gewoon studenten.’

Krebbers (TNW): ‘Dat zou denk ik een te zware last zijn. Terugkijkend op het reorganisatieproces ervoer ik echt wel zware mentale druk. Maar het hielp uiteindelijk ook om te zeggen: ik heb mijn best gedaan, maar ik ben niet verantwoordelijk.’

Bijwaard (ET): ‘Los van het stemrecht: ik denk dat we al veel kunnen winnen aan zichtbaarheid. Je probeert als studentassessor zoveel mogelijk contact te leggen met de studieverenigingen en de medezeggenschap. Je kunt nooit elke studentenstem vertegenwoordigen, maar we hopen dat studenten ons beter weten te vinden. De functie van studentassessor heeft zijn plek gekregen binnen de faculteiten. Die wordt alleen nog niet door iedereen gezien.’

Tot slot: zou een studentassessor in het college van bestuur een goed idee zijn?

Brinkman (BMS): ‘Amsterdam, Utrecht, Groningen en Tilburg hebben zo’n constructie. Dat is een fulltime functie. Het zou een toegevoegde waarde kunnen hebben hier, maar hoe ze het aan die universiteiten doen zou aan de UT niet werken. De Student Union vervult hier deels al die rol. En we zijn natuurlijk een stuk kleiner. Maar bovenal: je moet al zoveel weten van een faculteit om als assessor je taken goed te kunnen uitvoeren. Ik kan me niet voorstellen hoe dat is voor een hele universiteit.’

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.