Onderwijsraad hekelt ‘eenzijdige’ blik op welzijn van studenten

Stress, prestatiedruk, financiële zorgen… Het welzijn van jongeren ligt onder een vergrootglas en het onderwijs biedt steeds meer zorg en begeleiding. Maar vergeet de kracht van het onderwijs zelf niet, zegt de Onderwijsraad.

Photo by: Josje Deekens Fotografie

In een nieuw rapport over het welzijn van studenten probeert de Onderwijsraad de problemen niet te bagatelliseren. Jongeren voelen inderdaad prestatiedruk, sommigen kunnen nauwelijks rondkomen en natuurlijk leven er zorgen over klimaatverandering en polarisatie.

Daarbij heeft de maatschappij meer oog gekregen voor adhd, depressie, autisme en andere mentale aandoeningen. Er is meer ruimte om daarover te praten. Dat heeft zijn voordelen, noteert de Onderwijsraad – al bestaat het risico dat mensen zichzelf en elkaar gemakkelijker een label opplakken.

Maar wat kun je hier in het onderwijs mee? De aanpak van (studenten)welzijn is nu sterk individueel en diagnostisch gericht, zegt Louise Elffers, voorzitter van de Onderwijsraad. Het onderwijs biedt vaak speciale begeleiding en aanvullende zorg. Maar volgens de raad kun je het welzijn ook op andere manieren benaderen.

Is er volgens jullie iets aan de hand met het welzijn van studenten?

‘Jazeker. We kennen de cijfers over mentale problematiek onder studenten. Docenten zien zelf ook dat de druk op jongeren groot is. Deels horen twijfels en onzekerheid bij de levensfase, maar jongeren hebben ook te maken met maatschappelijke ontwikkelingen zoals bestaansonzekerheid en de wooncrisis. Ook hebben ze vaak het gevoel dat ze aan hoge eisen moeten voldoen.’

Wat is er dan mis met een ‘diagnostische’ blik op studentenwelzijn?

‘We zijn nu sterk gericht op de vraag wat we de individuele student aan begeleiding en aanvullende zorg moeten bieden, zodat die aan het onderwijs kan deelnemen. Dat is het standaardperspectief. Maar dan zoek je de oplossing eigenlijk buiten het onderwijs, of aanvullend erop. Je kunt ook kijken naar de bijdrage van het onderwijs zelf aan het welzijn van jongeren.’

Is dat laatste beter?

‘Het kan per geval verschillen wat passend is, maar we zien nu dat het onderwijs in een groef zit. Het is haast een reflex om in termen van aanvullende zorg en begeleiding te praten. De vragenlijsten die studenten over hun welzijn invullen, zitten ook in dat spoor van individuele diagnostiek. Wij zeggen: let op dat je ook naar andere benaderingen kijkt.’

Welke benadering bijvoorbeeld?

‘Het welzijn van jongeren is niet alleen een voorwaarde voor het volgen van onderwijs, maar ook een opbrengst ervan. Het onderwijs is een oefenplaats, een plek waar je vaardigheden krijgt aangereikt om je te verhouden tot de wereld om je heen en je plek daarin te vinden. Het onderwijs kan bijdragen aan zingeving in je leven. Het biedt een plek om je zorgen te bespreken en relaties op te bouwen. Bovendien kunnen we aandacht besteden aan kwesties die studenten bezighouden, zoals discriminatie of de wooncrisis.’

U bent bijzonder hoogleraar kansengelijkheid in het onderwijs. In het streven naar gelijke kansen moet je toch ook naar de individuele belemmeringen kijken?

‘De een kampt met problematiek waar de ander geen last van heeft; dat is evident. Je kunt het individuele probleem aanpakken, zodat alle studenten op gelijke hoogte kunnen beginnen, maar dat is niet de enige manier om studenten te helpen. De vraag is vooral welke bijdrage het onderwijs kan bieden om ermee om te gaan.’

Goed onderwijs helpt soms beter dan de zoveelste nieuwe regeling?

‘Het is niet het complete antwoord op alle problematiek – soms is er wel degelijk aanvullende zorg of een concrete voorziening nodig – maar we zitten nu erg aan de kant van de voorwaarden voor het leren, terwijl we ook naar de opbrengsten van het leren kunnen kijken.’

In het rapport van de Onderwijsraad gaat het ook over prestatiedruk. Het is niet erg om enige prestatiedruk te voelen, menen de raadsleden, want in het onderwijs leer je juist omgaan met zulke druk. Aan de andere kant moet die prestatiedruk niet doorslaan in chronische stress.

Maar hoe bepaal je de balans? Hoe kijkt u bijvoorbeeld naar het bindend studieadvies met dit rapport in gedachten?

‘Het bsa hebben wij in de raad niet besproken. Bij het bsa spelen ook andere vragen, bijvoorbeeld wat de kosten zijn en of het inderdaad meer studiesucces oplevert. Maar in het licht van onze verkenning zou je moeten vragen: zet het bsa alleen maar druk op studenten, of draagt het bij aan de vorming van onze eerstejaars en helpt het hun te leren omgaan met zulke druk? Datzelfde gesprek kun je bijvoorbeeld voeren over de spreiding van toetsen.’

U geeft les aan de Universiteit van Amsterdam en de Hogeschool van Amsterdam. Wat heeft u geleerd van het schrijven van dit advies?

‘Mijn collega’s en ik voeren soortgelijke discussies. Hoe ver moeten we gaan met het optuigen van aanvullende zorgstructuren? Wat is onze taak als docenten, wat kunnen wij vanuit onze expertise bijdragen? Ik geef onderwijssociologie, dus ik praat vaak met studenten over maatschappelijke ontwikkelingen: wat zien ze gebeuren, welk onbehagen voelen ze, wat betekent het voor hun eigen bestaanszekerheid? Ik snap wel dat het in andere vakken niet altijd zo verweven zit, maar toch: in gesprekken over welzijn moeten we de ‘onderwijseigen’ mogelijkheden niet vergeten. In het onderwijs kunnen jongeren leren om de wereld te duiden en hun eigen weg te vinden.’

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.