Analyse: spanning in kabinet deed zich ook bij OCW voelen

De meningsverschillen in het kabinet over het migratiebeleid waren soms ook voelbaar op het gebied van het hoger onderwijs, vooral als het over vluchtelingen en internationalisering ging.

Photo by: RIKKERT HARINK
Archief U-Today: minister Dijkgraaf op werkbezoek op de UT.

‘Heel erg gemengde gevoelens’ heeft minister Robbert Dijkgraaf (D66) over de val van het kabinet. Dat zei hij vrijdagavond in een eerste reactie, nog voordat de plotseling ingelaste ministerraad was begonnen.

Vluchtelingen

Soms raakte het migratiebeleid ook Dijkgraafs portefeuille, bijvoorbeeld als het over Oekraïense studenten ging. Half juni stelde GroenLinks-Kamerlid Lisa Westerveld in een debat de vraag waarom deze oorlogsvluchtelingen in Nederland zoveel collegegeld zouden moeten betalen. Waarom mogen zij niet tegen het gewone collegegeld een studie volgen?

‘Ik vind het idee van mevrouw Westerveld heel sympathiek’, zei Dijkgraaf, worstelend met zijn antwoord. Maar hij zou daar binnen het kabinet geen steun voor krijgen, bleek daarna. ‘De generieke maatregelen nemen we mee in het bredere gesprek over migratie. Die zijn nog niet afgerond.’

Het viel niet mee voor de voormalige wetenschapper. Iedereen kon merken hoe hij er zelf over dacht. Als het aan hem lag, zouden vluchtelingen gewoon het lage tarief betalen. De instellingen konden zelf iets voor deze vluchteling-studenten doen, onderstreepte de minister. ‘En dat wil ik ook echt wel terugzien. Sterker nog, Ze hebben het al gedaan; dat vind ik bijzonder sympathiek. Ik zou het zeer sympathiek vinden als ze dat beleid vervolgen.’

Warm welkom

En toen liet hij zich ontvallen: ‘Algemener is het belangrijk om te laten zien dat Nederland vluchtelingen en studenten uit oorlogsgebieden warm welkom heet. Nogmaals, onderwijsinstellingen doen dat met een groot hart. Ik hoop echt dat ze dat ook volgend jaar zullen doen.’

Een warm welkom voor vluchtelingen? Dan is het niet zo vreemd dat minister Dijkgraaf gemengde gevoelens heeft over de val van het kabinet in verband met het migratiebeleid.

Internationalisering

En dan is dit collegegeld nog relatief een klein punt; de instellingen komen daar wel uit. Dijkgraaf had ook last van het migratiedossier bij zijn beleid voor de internationalisering van het hoger onderwijs.

Bij de opening van het academische jaar in Maastricht – waar de meerderheid van de studenten uit het buitenland komt – spotte Dijkgraaf vorig jaar met de traditie om aan het begin van het studiejaar in de pers alarm te slaan vanwege de internationalisering. Hij dacht waarschijnlijk aan de verhalen over eerstejaars die door de woningnood op campings moeten verblijven. Maar hij wilde los van zulke incidenten over internationalisering nadenken, ‘want er zijn overduidelijk enorme voordelen voor de arbeidsmarkt en voor de kwaliteit van het onderwijs’.

Maar zouden zijn collega’s in het kabinet er ook zo over denken? Het duurde langer dan verwacht voordat minister Dijkgraaf zijn plannen voor de internationalisering naar de Tweede Kamer kon sturen. Die vertraging kwam mede door een ‘breder gesprek over migratie’ binnen het kabinet, schreef hij in een uitstelbriefje.

Hij moest laveren tussen zijn eigen hang naar een open en internationaal hoger onderwijs en de migratiezorgen van andere partijen. In april kwam zijn brief over internationalisering alsnog.

Moeilijk verhaal

Voor sommige sectoren wil hij de toestroom liever niet indammen: de minister wil ‘maatwerk’ voor studies als ict en techniek, en voor studies in de tekortsectoren op de arbeidsmarkt. Daar zullen de meeste politieke partijen zich wel achter kunnen scharen.

Maar wat hem betreft gaat de aanpak ook per regio verschillen. Universiteiten en hogescholen vlakbij de Duitse en Belgische grens hebben volgens hem een ‘andere positie’ waar het om internationalisering gaat. Dat vinden sommige partijen een moeilijker verhaal.

Zo zei Hatte van der Woude (VVD) in een debat: ‘Alleen maar Duitsers opleiden in een Engelse opleiding psychologie klinkt ons niet nuttig in de oren. Dat kan gewoon niet.’ Pieter Omtzigt noemde de opleiding psychologie in Maastricht of Enschede: ‘Die is in het Engels. Tachtig procent van de studenten komt uit Duitsland, negentig procent daarvan gaat terug.’ Dat debat gaat ongetwijfeld opnieuw opvlammen nu het kabinet gevallen is.

Andere gevolgen

De val heeft meer gevolgen. Sommige van Dijkgraafs plannen zullen vertraging oplopen. De kans is bijvoorbeeld klein dat dit demissionaire kabinet een beslissing gaat nemen over het bindend studieadvies, dat Dijkgraaf eigenlijk wil versoepelen. Want de VVD is er fel tegen.

Ook had hij het voornemen om de financiering van het hoger onderwijs onder handen te nemen. Dat is misschien wel het gevoeligste deel van de omvangrijke ‘toekomstverkenning’ waar hij aan werkt. Hij zal het karwei waarschijnlijk aan zijn opvolger moeten overlaten.

Doorgaan

Maar andere dingen zullen gewoon doorgaan. De basisbeurs komt in september terug en de honderden miljoenen euro’s voor onderwijs en wetenschap liggen ook al goeddeels vast, inclusief de bestedingsrichtingen.

De vraag zal vooral zijn hoe lang het kabinet demissionair doorregeert. De verkiezingen zijn waarschijnlijk in november en dan moeten de onderhandelingen over een nieuw coalitieakkoord nog beginnen. Dijkgraaf kan zomaar nog anderhalf jaar in functie zijn.

En wie weet komt D66 opnieuw in de regering en kan Dijkgraaf gewoon verder als minister. Als hij dat nog wil.

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.