Welvaart en wetenschap lastig voor rekenmeesters van CPB

Extra geld voor onderwijs en onderzoek is fijn, maar wat levert het eigenlijk op? Die vraag blijft moeilijk te beantwoorden voor de invloedrijke rekenmeesters van het Centraal Planbureau.

Onderwijs en onderzoek werpen vaak pas jaren later vruchten af, en je weet nooit precies wat voor vruchten het zullen zijn. Daarom valt moeilijk te bepalen wat de opbrengst van extra investeringen zal zijn.

Die onzekerheid is een politiek probleem, want politieke partijen laten in verkiezingstijd hun plannen bij het CPB doorrekenen en willen dan als beste uit de bus komen. Maar in de rekenmodellen lijken uitgaven aan onderwijs en wetenschap weggegooid geld.

CPB kost geld

Bijna tien jaar geleden zwengelde toenmalig president Hans Clevers van wetenschapsgenootschap KNAW de discussie aan. Het CPB-regime kost de wetenschap geld, stelde hij. Ook in de politiek ontbrandde de discussie: konden er geen betere modellen komen? Premier Mark Rutte erkende het probleem.

Maar het speelt niet alleen op het gebied van de wetenschap. De politiek zou de ‘brede welvaart’ in het oog moeten houden: economie, gezondheid, rechtvaardigheid, milieu enzovoorts. Alleen, hoe vang je dat in een model? Voor investeringen in wetenschap is dat haast niet mogelijk, betoogde het CPB in 2015.

Daarmee was de kous niet af. Minister Dijkgraaf (OCW) reageert nu op een motie van D66 en ChristenUnie uit 2020, waarin de partijen vragen om de effecten van investeringen in kennis beter in kaart te brengen. We zijn ermee bezig, is de reactie in een notendop.

Iedereen is het er wel over eens dat investeringen in onderwijs, onderzoek en innovatie een positief effect hebben op economische groei, welzijn en welvaart, schrijft minister Dijkgraaf, maar de ene investering is de andere niet. Op ‘deelgebieden’ is er nog veel onduidelijk over het rendement.

Menselijk kapitaal

Als eerste stap gaat het CPB een nieuwe indicator ontwikkelen om de hoeveelheid ‘menselijk kapitaal’ in het land te meten. Verder buigt het CPB zich onder meer over schooladviezen, kansenongelijkheid, armoede en welvaart.

Het CPB heeft een notitie gepubliceerd over het rekenen aan brede welvaart. Als bijvoorbeeld het talent van sommige scholieren niet erkend wordt of zelfs helemaal niet tot bloei kan komen, heeft dat duidelijke effecten: ze kunnen misschien niet naar het hoger onderwijs of de weg naar het diploma duurt een paar jaar langer. Daarmee kan het CBP uit de voeten, want dat heeft invloed op het ‘menselijk kapitaal’.

Maar andere dingen zijn niet, of maar deels, in cijfers te vangen, schrijft het CPB. De politiek moet zelf afwegingen maken. 'De opgetelde brede welvaart in Nederland is niet te meten en dat hoeft ook niet.'

Verwachtingen

De woorden ‘wetenschap’ en ‘innovatie’ komen overigens niet in de notitie voor. Dijkgraaf tempert dan ook de verwachtingen voor de toekomstige CPB-berekeningen op dat gebied: 'Effecten van investeringen in onderzoek zijn vaak pas na lange tijd zichtbaar, en niet eenvoudig te kwantificeren. De benodigde wetenschappelijke kennis in de toekomst is bovendien niet makkelijk te voorspellen.'

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.