‘Aanpassing experiment voucher-onderwijs niet zinvol’

| HOP, Melanie Zierse

Minister Van Engelshoven ziet niks in het voorstel van regeringspartijen VVD, CDA en D66 om het experiment met flexibel voucher-onderwijs voor deeltijdstudenten aan te passen. De proef kent volgens haar te veel beperkingen en er is simpelweg geen geld voor.

Photo by: Arjan Reef

De proef met vouchers, officieel ‘vraagfinanciering’, is in 2016 opgezet om deeltijdopleidingen nieuw leven in te blazen. Werkenden die naast hun baan willen studeren krijgen tegoedbonnen van de overheid om onderwijs te volgen bij bekostigde en particuliere instellingen. Ze kunnen hiermee hun eigen opleiding inrichten en zelfgekozen modules stapelen tot een diploma. De werkgever betaalt mee en kiest samen met de werknemers het vakkenpakket.

Voorbarig

In april maakte Van Engelshoven bekend dat ze het experiment niet gaat verlengen en niet zal uitbreiden met nieuwe opleidingen. Regeringspartijen VVD, CDA en D66 zijn kritisch over dit ‘voorbarige’ besluit. Ze vroegen of de minister mogelijkheden ziet om het experiment aan te passen, zodat het wel succesvol kan zijn.

‘Ik acht dat niet zinvol’, reageerde zij schriftelijk in antwoord op Kamervragen. Het experiment kent volgens haar te veel beperkingen. Zo nemen er alleen geselecteerde opleidingen in de tekortsectoren techniek, zorg en welzijn deel aan het experiment, waardoor het niet mogelijk is generaliseerbare uitspraken te doen.

Uitgeput

Ook is het onduidelijk of de waargenomen groei van het aantal deeltijdstudenten te danken is aan de proef met vouchers. Bovendien is er niet genoeg geld beschikbaar voor de uitbreiding van het experiment. Het CDA vond dat opmerkelijk en wilde weten waarom Van Engelshoven in haar begroting geen rekening heeft gehouden met een potentiële groei van studenten met vraagfinanciering.

‘Het budget was eerder uitgeput dan verwacht’, zei ze dinsdagavond tijdens een overleg in de Tweede Kamer. Tegen de verwachting in besteedde het leeuwendeel van de studenten (89 procent) zijn voucher aan privaatonderwijs. ‘Doordat de deelname bij bekostigde hogescholen lager is dan verwacht, komt er minder budget beschikbaar uit vrijvallende reguliere bekostiging. Gevolg is dat het additionele budget sneller en intensiever moet worden benut’, aldus de minister.

Kostendekkend

Vooral de bekostigde hogescholen hebben negatieve ervaringen met het voucher-onderwijs. Zij zijn extra geld kwijt doordat de normale bekostiging is komen te vervallen, terwijl de tegoedbonnen dit maar deels compenseren. D66, ChristenUnie en VVD wilden daarom weten waarom de niet-bekostigde instellingen wel kostendekkend werken, maar de reguliere hogescholen niet.

Reguliere instellingen hebben nu eenmaal hogere kosten die wettelijk zijn vastgelegd, stelt de minister. Denk aan gebouwen en faciliteiten, maar ook aan onderzoekskosten en hogere personele lasten doordat ze meer mensen in vaste dienst hebben. Ook bieden ze volgens haar meer contacturen dan particuliere instellingen.

Het experiment vraagfinanciering loopt voor de reeds ingestroomde studenten door tot 2024.