Minister wil einde aan vernederende ontgroening

| HOP, Steffi Weber

Het moet afgelopen zijn met vernederingen tijdens de ontgroening, vindt minister Van Engelshoven. Oud-leden denken ook dat het anders moet, bleek dit weekend. Maar hoe?

Photo by: Arjan Reef

‘Ook wij waren heus niet altijd lieverdjes’, zegt voorzitter Frans van Drimmelen van oud-herendispuut S.T.O.A. met een zekere trots in zijn stem. ‘Gelukkig niet, zou ik zeggen.’ Maar hij en zijn oud-dispuutgenoten herkennen zich steeds minder in de verhalen die ze van hun studerende kinderen horen over het corps. Of eigenlijk: over de ontgroeningen. Die lopen dikwijls uit de hand. ‘Ze zijn harder dan vroeger, met meer fysiek geweld.’

100-jarig jubileum

Dit zegt hij ‘s zaterdags tijdens het 100-jarige jubileum van zijn Amsterdamse dispuut, dat al twintig jaar geen nieuwe leden meer aanneemt. Ter verhoging van de feestvreugde hield S.T.O.A. een symposium in debatcentrum de Rode Hoed. 

Onder de sprekers is ook onderwijsminister Ingrid van Engelshoven, die nogal kritisch blijkt. De ontgroening was voor haarzelf reden om in haar studententijd te bedanken voor het corps. ‘Maar ik heb niks tegen ontgroende mensen. Sommige van mijn béste collega-ministers…’

Ze wil best genuanceerd naar het ritueel kijken, zegt ze, maar verwijst wel naar de excessen (‘soms gewoon strafbare feiten’) die de laatste jaren opdoken, met name bij het Groningse Vindicat. Kern van het probleem is volgens haar machtsgevoel en machtsmisbruik, want dat laatste ligt nou eenmaal op de loer als je jonge, onervaren mensen ineens gezag geeft over anderen – met de opdracht om te vernederen. Het kan best anders, meent ze. ‘De gemeenste zijn, dat is gemakkelijk. Wees eens creatief.’

Ontgroeningen mogen inderdaad een tikkeltje creatiever, vinden ook de (oud-)corpsleden in de zaal. Maar één ding willen ze gezegd hebben: fysiek geweld is al een hele tijd taboe. ‘Er is in dat opzicht veel veranderd’, zegt voorzitter Thom Poorthuis van de Amsterdamse Kamer van Verenigingen. Leden wordt bovendien duidelijk gemaakt dat ze aangifte kunnen doen bij de politie als ze slachtoffer worden van geweld. ‘Dat konden ze vroeger natuurlijk ook al’, zegt Poorthuis, ‘maar tegenwoordig maken we heel duidelijk dat geweld niet intern moet worden opgelost.’

Prinsjesdag

Ingewikkelder wordt het bij psychisch geweld. Wanneer gaat verbale agressie, het afblaffen, te ver? De beide buitenstaanders – Van Engelshoven en Andere Tijden-presentator Hans Goedkoop – trekken bij vernedering de grens. Maar voor de corpsleden blijkt die grens vaag. Brugklassers zijn immers ook niet altijd lief voor elkaar en is de traditie van Prinsjesdag niet ook raar, met al die hoedjes en die koets?

Goedkoop stelt vast dat hij zich voor het eerst in zijn leven in een gezelschap bevindt dat vernedering een acceptabele omgangsvorm vindt. Daar wordt verontwaardigd op gereageerd. Reünisten en de huidige corpsleden zijn het eens: op buitenstanders mogen de scheldkanonnades vernederend overkomen, maar zo vóelen ze niet. Aan creatieve ideeën voor betere ontgroeningen komen de aanwezigen in de Rode Hoed niet toe.

Met de tolerantie jegens minderheden zit het al even ingewikkeld. Volgens minister Van Engelshoven zijn de ontgroeningsrituelen nu eenmaal niet ontworpen om een bont gezelschap te creëren. ‘Wie afwijkt valt af.’  Dus voor je het doorhebt ben je als corpslid ‘omringd met klonen van jezelf’. Dat vindt ze jammer, want na je studie stap je de samenleving in, ‘en die is stukken diverser dan het selecte gezelschap van je dispuut.’

De meeste aanwezigen erkennen dat de traditionele ontgroening minderheden afschrikt, maar ontgroeningen opofferen omwille van diversiteit? Dat gaat de aanwezigen te ver. Ontgroeningen zijn wel degelijk nuttig, vinden de leden

Maar hoe kunnen studentenverenigingen dan diverser worden. ‘Door met elkaar in gesprek te gaan’, stelt een van de jongere panelleden voor. ‘Wat kunnen we doen zodat jij je bij ons welkom voelt? Dat zouden we vaker moeten vragen.’