Universiteit in crisis?

| HOP, Steffi Weber

Het rommelt al geruime tijd aan de Nederlandse universiteiten, ook al behoren ze tot de wereldtop. Is er sprake van een crisis? Minister Van Engelshoven ging in debat met studenten en docenten en kreeg de wind van voren.

Photo by: Arjan Reef

Meer studenten, minder geld, hoge werkdruk en controlebureaucratie – universitair docent Eelco Runia van de Universiteit Groningen was er helemaal klaar mee. Hij nam in januari ontslag en legde in een opiniestuk in NRC Handelsblad uit waarom.

Runia’s aanklacht tegen het rendementsdenken was aanleiding voor de drukbezochte debatavond ‘De overspannen universiteit’ dinsdagavond in Amsterdam, georganiseerd door NRC Handelsblad. In een uitverkochte zaal van Pakhuis de Zwijger gingen kritische docenten en studenten in gesprek met onder anderen minister Van Engelshoven en voorzitter Pieter Duisenberg van de universiteitenvereniging VSNU.

Gekookte kikker

Over één ding was iedereen het eens: zo kan het niet doorgaan. ‘Er moet iets fundamenteel veranderen, anders hebben we over vijftien jaar pas echt een probleem. Dan zullen mensen vragen wie er heeft zitten snurken in 2018’, zei Duisenberg.

Juist het feit dat Nederlandse universiteiten tot de wereldtop behoren en populair zijn bij buitenlandse studenten en wetenschappers, maakt het volgens hem lastig om de urgentie over te brengen. ‘Wetenschappelijk gezien schijnt de metafoor onjuist te zijn maar ik wil de situatie toch vergelijken met het koken van een kikker. Zet een kikker in kokend water en hij springt meteen eruit. Maar als je het water langzaam verwarmt, heeft het beestje het niet door en wordt die geleidelijk aan gekookt. Dat mogen we niet laten gebeuren.’

Wie zich in ieder geval niet zal laten koken is hoogleraar digitale geesteswetenschappen Rens Bod van de Universiteit van Amsterdam. De initiatiefnemer van de protestbeweging #WOinactie kwam halverwege de avond het podium op: ‘Jullie negeren de olifant in de kamer, de stelselmatige bezuinigingen op het hoger onderwijs, dat is het echte probleem.’

Wantrouwen

Bod doelt vooral op de 183 miljoen euro ‘doelmatigheidskorting’ die het onderwijs in het regeerakkoord voor de kiezen heeft gekregen. Het hoger onderwijs kan zich weliswaar verheugen op het extra geld dat vrijkomt door de afschaffing van de basisbeurs, maar die miljoenen zorgen volgens de universiteiten pas in 2021 voor een positief budget.

Die korting moet van tafel, stelt Bod. Als dat op Prinsjesdag niet is gebeurd, dan volgen er acties. ‘Misschien gaan we wel alle toetsen boycotten, en doen we gewoon niet meer mee aan de bureaucratie en het geïnstitutionaliseerd wantrouwen,’ zei Bod. Applaus uit de zaal.

Van Engelshoven was not amused, en miste de nuance in het debat. ‘Ik ben teleurgesteld in uw betoog’, zei ze tegen Bod. De doelmatigheidskorting waar hij vanaf wil is volgens haar een erfenis van het voorgaande kabinet. ‘Het wordt ook wel ‘het gat van Asscher’ genoemd,’ aldus Van Engelshoven. En dat gat was ooit nog veel groter, verzekerde ze.

Nek uitgestoken

Van wantrouwen kan volgens haar al helemaal geen sprake zijn. ‘Ik heb maximaal mijn nek uitgestoken, ook richting de Kamer, om het vertrouwen van de universiteiten en hogescholen terug te winnen’, aldus de minister. Dat Bod en de andere actievoerders nu komt aanzetten met woorden als wantrouwen, vindt ze een ‘vervelend trucje’. ‘Er is juist een uitgestrekte hand. Af en toe moet je uit de actiestand komen en rond de tafel gaan. We hebben meer te winnen als we met zijn allen gaan nadenken hoe we problemen als werkdruk het best kunnen oplossen. Hoe kunnen we de kwaliteit echt verbeteren?’

Daar waren wel wat ideeën over. VSNU-voorzitter Duisenberg vindt dat het hbo aantrekkelijker moet worden om zo de universiteiten te ontlasten van de grote studentenaantallen. Hij pleit ook voor meer ‘differentiatie’ tussen de universiteiten. 

De drie studentenvertegenwoordigers plaatsen er vraagtekens bij. De nadruk ligt nu te veel op excellentie, vindt voorzitter Rhea van der Dong van het Interstedelijk Studenten Overleg. ‘Wat zien we als de rol van de universiteit?’ vroeg Van der Dong. ‘Iedereen streeft naar de top, terwijl de impact veel groter is als je een studenten van een zes naar een acht kunt brengen.’ De universiteit mag haar maatschappelijke functie niet uit het oog verliezen, waarschuwt ze. De studenten zien verder vooral heil in meer inspraak en een democratischere universiteit, liefst met verkozen bestuurders.

Voormalig docent Runia riep in zijn slotwoord nogmaals op tot actie. ‘De minister wil meer nuance in de discussie, maar nuance aanbrengen is makkelijk voor wetenschappers, daar zijn ze heel goed is. Het is nu juist zaak om de ernst van het probleem te erkennen en uit te zoeken hoe we uit de crisis komen.’