Een zweetband om emoties te herkennen

| Rense Kuipers

Vibratiemotortjes in een zweetband die blinden en slechtzienden kunnen helpen gezichtsuitdrukkingen te herkennen. Dat idee werkte een groepje van vier studenten CreaTe en informatica uit tot verschillende prototypes.

De vier tweedejaars studenten Mick Sneekes, Wouter Timmermans (beide informatica), Jeroen Jansen van Rosendaal en Dylan Verburg (beide CreaTe), voerden hun onderzoek uit voor het vak Human Computer Interaction. Hun project heet F.A.C.E.: Feedback through Artificial Cognitive Emulation.

Zweetband

‘De opzet was om een product te ontwerpen voor een bepaalde doelgroep en samen met die doelgroep dat product te realiseren’, legt Verburg uit. ‘We kozen voor de doelgroep blinden en slechtzienden omdat er veel technische mogelijkheden zijn om hen te helpen, maar dat naar ons idee te weinig is gedaan.’

Ze bedachten een concept in de vorm van een zweetband met daarin een raster van 3 bij 3 vibratiemotortjes. In combinatie met een bril die gezichtsuitdrukkingen herkent, kan de band – die om de onderarm moet komen te zitten – iemand met een ernstige visuele handicap door middel van trilpatronen helpen om gezichtsuitdrukkingen van andere mensen te herkennen.

Zigzag

Verburg: ‘Er bestaat al software die gezichtsuitdrukkingen vertaalt. In dit project hebben we ons gefocust op de interface en het aanleren van patronen. Zo kan een zigzagpatroon aangeven of iemand boos is en een rondje wanneer iemand verbaasd is.’

De studenten werkten samen met acht mensen – onder wie twee slechtzienden – om hun prototypes te testen. Eerst werd aan hen patronen geleerd, daarna volgde een interactieve training om te bepalen of de proefpersonen de zeven aangeleerde emoties (blijdschap, boosheid, verdriet, verbazing, angst, afkeer en neutraal) ook daadwerkelijk herkend werden.

Roodkapje

De laatste stap in het testen was het vertellen van een verhaal – een ingekorte versie van het sprookje van Roodkapje – met het doorgeven van de daarbij behorende emoties op momenten in het verhaal (‘De wolf sprong uit bed en riep: “Dan kan ik je beter opeten!”’). Testpersonen moesten vervolgens aangeven welke emotie het verhaal overheerste.

‘Een slechtziend testpersoon had het idee dat het heel slecht ging, terwijl dat eigenlijk wel meeviel’, zegt Verburg. ‘Maar we merkten wel dat we voor het aanleren van patronen meer tijd moesten uittrekken dan verwacht.’

Een Utrechtse masterstudent heeft de paper van de F.A.C.E.-projectgroep opgevraagd, om die te combineren met een eigen project: een bril die registreert en onthoudt wie een slechtziend persoon ontmoet.