In de overlegvergadering van de UR met het college, afgelopen dinsdag, stonden zowel de studenten- als de medewerkersgeleding op het punt om een negatief advies uit te brengen over de voornemens van het CvB. Sterker nog, de raad beriep zich zelfs op zijn instemmingsrecht, omdat het CvB-voorstel een wijziging van het onderwijs- en examenreglement (OER) zou betekenen. Het college bestrijdt dit.
Waar de raad het meest tegenaan hikt is het uitvaardigen van een richtlijn om alle UT-vakken om te vormen tot een belasting van vijf ECTS. Argumenten voor de keuze van vijf punten als uniforme eenheid ontbreken volgens de raad volledig in het CvB-plan. Bovendien deinst de raad terug voor de zoveelste verandering in het onderwijssysteem, de bijbehorende rompslomp en overgangsregelingen, en twijfelt de UR aan de haalbaarheid om alle vakken op tijd tot het gewenste formaat om te smelten. En wat is een 'richtlijn', vroeg de raad zich af: een richtsnoer of een dienstorder?
Volgens CvB-portefeuillehouder Huib de Jong is de richtlijn niet juridisch dwingend bedoeld. Eraan vasthouden is niet nodig als de omvorming van vakken aantoonbaar negatieve effecten op het onderwijs heeft. Opleidingsdirecteuren zouden er vooral rekening mee moeten houden bij de - toch al lopende - aanpassing van het onderwijs aan het bama-systeem. Maar ook de meeste bestaande vakken kunnen volgens De Jong, zich baserend op informatie van de opleidingsdirecteuren, zonder problemen naar vijf punten worden omgebogen. En het beste moment om dat te doen is nu, aldus de portefeuillehouder.
De raad liet zich echter vooralsnog niet overtuigen. In de tweede week van januari overlegt de UR opnieuw met het CvB over de voorgenomen maatregelen, maar dan op basis van een nader beargumenteerd voorstel. Ook de overgang op het semestersysteem komt dan opnieuw aan de orde, met name de gevolgen die dat heeft voor stageperiodes. Studentraadsleden signaleerden daarbij een mogelijk studeerbaarheidsprobleem, die tot schadeclaims kunnen leiden.
Met het terugbrengen van het feitelijke collegejaar tot 40 weken heeft de raad minder moeite. De verlenging van het zomerreces biedt meer mogelijkheden om activiteiten op de campus te organiseren, zoals zomer- en bijspijkerkampen, die op termijn de studenteninstroom ten goede kunnen komen. De raad ziet de studeerbaarheid van de UT-opleidingen niet in gevaar komen door het inleveren van één college- en één toetsweek.