'Hek om de stad veel te negatief'

| Redactie

Wie minder dan 120 procent van het minimum-inkomen verdient, komt Rotterdam niet meer in. Althans, met dat plan wil het Rotterdamse college de instroom van kansarmen beperken. Bijzonder UT-hoogleraar Grotestedenbeleid Bas Denters vindt het een riskante operatie. Erik Snel, bijzonder UT-hoogleraar Intercultureel Bestuur (eveneens faculteit BBT) meent dat Rotterdam best op de rem mag trappen maar denkt dat instroom alleen het probleem niet is.

'Rotterdam schept allerlei verwachtingen', zegt Bas Denters. 'Terwijl het nog valt te bezien of het die kan waarmaken. Veel hangt namelijk af van de bereidheid van het Rijk om wetgeving, zoals bijvoorbeeld de Huisvestingswet, aan te passen. Aan de gevraagde wetswijzigingen zitten allerlei juridische haken en ogen. Je beperkt namelijk het recht van vrije vestiging en krijgt waarschijnlijk ook te maken met Europese regelgeving. Het is dus de vraag of de verwachtingen kunnen worden waargemaakt. Lukt het niet de beloften na te komen, dan leidt dat onvermijdelijk tot nieuwe frustraties bij een bevolking die toch al niet zo'n groot vertrouwen heeft in het bestuur.'

Xenofobie

Bovendien vreest Denters dat het plan vreemdelingenangst zal aanwakkeren. 'Het speelt in op sentimenten van xenofobie. Het woord allochtoon wordt weliswaar in de laatste versie van de plannen niet meer genoemd, men spreekt nu van kansarmen, maar de facto gaat het om dezelfde mensen. Die negatieve benadering is erg riskant. Je duwt een grote bevolkingscategorie nog verder in een sociaal isolement.'

Ook beschouwt de hoogleraar het plan als een brevet van onvermogen vanuit het Rotterdamse bestuur. 'De stad was een van de architecten van het Grotestedenbeleid. De filosofie was dat de grote steden de ruimte zouden krijgen voor hun eigen beleid. Maar de daadkracht lijkt weg. En nu moet ineens vooral het rijk de boontjes van Rotterdam gaan doppen. De stad heeft het wel zelf in de hand gewerkt door een eenzijdig woningbouwbeleid te voeren, gericht op goedkope huurwoningen. Bovendien, wat voor precedent schep je hiermee. Wat gebeurt er als allerlei andere gemeenten dit straks ook willen?'

Hoe moet Rotterdam de problemen dan wel oplossen?

Denters: 'In Den Haag en Amsterdam horen we deze geluiden niet, terwijl ze daar kwantitatief met eenzelfde instroom te maken hebben. Het vereist vooral een positieve inzet op het gebied van integratie. De boodschap: we zetten een hek om de stad, is een veel te negatieve benadering. Stel je voor dat ze zouden zeggen: in verband met de bevolkingsopbouw laten we geen witte Nederlanders meer toe. Dat zou toch ook iedereen onacceptabelvinden?'

Hoogleraar Intercultureel Bestuur Erik Snel benadert de kwestie anders. Toevallig is hij net op weg naar Rotterdam, waar hij ook werkt. 'Ik rijd nu naar de universiteit. Ja, ik mag de stad nog wel in hoor. Ik wil er alleen niet wónen. Dat is meteen het grootste probleem van de stad. Van alle wetenschappers die ik ken van de Erasmusuniversiteit woont bijna niemand in Rotterdam.' Selectieve migratie, zo heet het verschijnsel. Snel: 'Zodra een inwoner van Rotterdam het beter krijgt, verdwijnt hij uit de wijk en erger nog, uit de stad. Kansrijken gaan steeds sneller weg omdat Rotterdam geen attractieve stad is. Amsterdam en Utrecht hebben wel de mogelijkheid om een culturele elite aan te trekken. Daar bestaat wel een aantal welgestelde buurten. Dat verklaart wellicht het feit dat in die steden de problemen minder ernstig zijn dan in Rotterdam.'

Volgens Snel is alleen de instroom beperken dan ook een te eenzijdig middel. 'Dan kijk je slechts naar een deel van het probleem. Je moet er ook de uitstroom bij betrekken, zorgen dat kansrijken in Rotterdam blijven. En je moet je tegelijk afvragen of je een goed integratiebeleid voert. Want Rotterdam heeft al een zeer grote groep kansarmen onder de bevolking die men verder moet helpen in het leven.'

Snel kan wel begrip voor het plan opbrengen. 'Ik vind dat een stad die het water aan de lippen heeft staan best op de rem mag trappen. In noodgevallen moet dat mogelijk zijn. Daar is alleen wel een wetswijziging voor nodig.'

Maar die was toch in strijd met het recht op vrije vestiging? 'Dat is dan de afweging die je moet maken. Maar ik herinner me dat het in Nederland jarenlang beleid is geweest dat inwoners economisch aan steden gebonden moesten zijn als voorwaarde voor vestiging. Dat mocht wèl. Maar begrijp me goed, ik vind het plan nu te eenzijdig. De instroom moet één van de maatregelen zijn, niet dé maatregel.'

Jannie Benedictus


Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.