Deze week in Utrecht zaten ze allemaal bij elkaar, de video- en computerspelletjesmakers. Een echte, wereldwijde conferentie voor vak- en branchegenoten, met een hoog wetenschappelijk gehalte. Echt waar.
Het is ook niet niks, het maken van zo'n spelletje. Tien miljoen euro gaan er zitten in de ontwikkeling van een nieuw spel. En dan ben je er nog niet: gooi er nog eens 10 miljoen aan reclame tegenaan en je mag hopen dat de consument je kindje koopt en leuk gaat vinden. Dat-ie er uren per dag mee speelt. Dat-ie gelukkig wordt in de virtuele wereld die jij voor hem geschapen hebt. Jij, als Twents opgeleide informaticus, die nooit een sprietje campusgroen gezien heeft, vooral niks aan activisme heeft gedaan, maar wel je beeldscherm van binnen en van buiten kent: als je dat voor elkaar krijgt, dan word jij een hele grote jongen in de business. Dan word je weggekocht en kun je over de hele wereld terecht. Vooral in Amerika, want daar maken ze de meeste spelletjes. En Europa heeft het nakijken, volgens de deskundigen. De oude wereld ziet een complete, lucratieve industrietak aan zich voorbijgaan, waarschuwt men. Geen Europese hond ziet brood in elektronische spelletjes, snobistisch als-ie is, beladen met een rijke culturele en wetenschappelijke historie.
Nee, laten we dan vooral een voorbeeld nemen aan Amerika. Daar gaat het lekker. Dankzij alle weggekochte campusnerds kijkt de gemiddelde Amerikaanse peuter (tussen de zes maanden en twee jaar oud) ruim twee uur per dag naar de televisie, naar dvd's, video's of computerspelletjes. En wat blijkt uit onderzoek: door dit mediabombardement lopen de peuters een ernstig tekort aan menselijk contact op. Oftewel: van nerds krijg je nerds.
Zijn wij even blij dat ze hier zijn weggekocht.
Liften
'Euh, hallo, pardon, wij zien dat uw lederen achterbank niet volledig wordt bezet. Zouden wij wellicht plaats mogen nemen in uw riante bolide? Wij doen namelijk mee aan de Hardcore Hitch Hike van onze internationale studentenvereniging AEGEE. We moeten binnen zesendertig uur zover mogelijk reizen en ook weer terug zijn op het vertrekpunt in Enschede. Dus we zouden het erg op prijs stellen als u ons een stukje meeneemt. Waar gaat u naar toe?'
'Wat ontzettend fijn dat u ons meeneemt. Hè, gezellig. Zal ik nog even broodjes halen bij het tankstation. Ik bedoel, we moeten er wel even wat tegenover stellen hoor, voor deze gratis rit. Zomaar voor niks, nada, noppes naar Zuid-Frankrijk, nou, kom daar nog maareens om.'
'Kijk, als student heb je het niet makkelijk. Het stufi-stelsel wordt enorm uitgehold en iedereen die geld dacht binnen te slepen met het effectenleasecontract van LegioLease kwam bedrogen uit. Veel studenten zitten diep in de schulden. Das niet leuk, maar het biedt wel perspectieven voor de lift-traditie. Youp van 't Hek noemt ons treintrutten, nou straks niet meer. Dan staan we gewoon weer als vanouds platzak aan de kant. Duimpje omhoog en gaan met die banaan, haha!'
'Waarom heeft u ons eigenlijk opgepikt? We begrepen dat mensen die lifters meenemen vaak behoefte hebben aan gezelschap. Aan een gezellig gesprek. Is er nog iets waar u specifiek over wilt praten? Wij doen TCW, dus communicatief gezien zit u met ons gebakken!'
'Dat liften is niet zomaar iets, hè. We hebben heel wat tips gekregen. Nooit je tas in de achterbak gooien, vrolijk kijken, er netjes uitzien, op pompstations mensen aanspreken. Enne, nog eentje. Doe de automobilist een lol. Pas als hij praat, dan praat jij ook. En als hij zwijgt dan hou je je smoel. Mwah, nogal overtrokken tip. Wij houden u toch lekker wakker, nietwaar?'
'Heee, zijn we d'r al? Maar wat doet u nu. We zijn toch nog lang niet in Bordeaux. Moeten we d'r uit? Maar...'