Opmerkelijk

| Redactie

Coëvolutie, het aanpassen van soorten aan elkaar, komt algemeen voor. Zowel de genen als het gedrag van een soort kunnen hierdoor veranderen. Een combinatie van de twee treedt op tussen mens en koe: mensen die melkkoeien hielden ontwikkelden betere melk-drink-genen, en de koeien ontwikkelden melk-maak-genen. Een team van Europese onderzoekers koppelde de genetische en archeologische aanwijzingen a

Coëvolutie, het aanpassen van soorten aan elkaar, komt algemeen voor. Zowel de genen als het gedrag van een soort kunnen hierdoor veranderen. Een combinatie van de twee treedt op tussen mens en koe: mensen die melkkoeien hielden ontwikkelden betere melk-drink-genen, en de koeien ontwikkelden melk-maak-genen. Een team van Europese onderzoekers koppelde de genetische en archeologische aanwijzingen aan elkaar.

Als je er over nadenkt is koemelk eigenlijk een heel raar idee: het komt uit de tiet van een koe. Het is eigenlijk bedoeld voor een beest met vier magen in plaats van één, en als dat beest dan die melk opdrinkt wordt het in een jaar tijd acht keer zo zwaar. Geen wonder dus dat wereldwijd de meeste mensen geen melk drinken.

In melk zit een suiker, lactose, dat in het lichaam wordt afgebroken door het eiwit lactase, als dat tenminste aanwezig is. Mensen die geen lactase aanmaken zijn lactose-intolerant; het drinken van melk resulteert in slijmvorming, winderigheid en diarree. Als je nooit meer melk te drinken krijgt nadat je van de moederborst afbent, heb je niets aan je lactase, en de meeste mensen en dieren maken geen lactase meer aan nadat ze 'gespeend' zijn.

In een samenleving waar koeien werden gehouden en gemolken, echter, is lactase wel handig om te hebben: dan kan je de melk van die koeien opdrinken. In Noordwest-Europa en bij de Afrikaanse Masai zijn er dan ook veel meer mensen die ook als ze van de borst af zijn nog lactase aan kunnen maken. Hier evolueren genen -voor lactase- en gedrag -koeien houden- dus samen.

Behalve dat de mensen zich aan de koe aanpasten, groeide de koe ook naar de mensen toe: op plaatsen waar sinds het Stenen Tijdperk melkkoeien werden gehouden hebben de koeien meer en vaker genen voor melkeiwitten, zo meldt een Europees team van onderzoekers in Nature Genetics. Dit 'samen evolueren' heet coëvolutie, en komt heel veel voor: ziekmakers en hun gastheren zitten in een voortdurende wapenwedloop, bloemen en bestuivers raken steeds beter op elkaar afgestemd.

Bij melkkoeien worden de kalfjes zo vroeg mogelijk van de moederborst afgehaald - anders drinken de hebberds alle melk op - terwijl vleeskoetjes juist langer melk mogen drinken zodat ze later meer vlees geven. Dat verschil is terug te zien: aan de hand van koeientanden kunnen archeologen zeggen of de koeien op een bepaalde plaats dienden voor vlees- of melkproductie. Waar tijdens het Stenen Tijdperk melkkoeien rondliepen, zijn nu nog steeds de genetische gevolgen voor mens en koe zichtbaar. (bron: Natuur&Techniek)


Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.