Peter IJzerman (53) is sinds 1992 korpschef van de Regiopolitie Twente en in die functie belast met de algehele leiding van dit veertienhonderd medewerkers tellende politieapparaat. Per 1 oktober zou hij de pensioengerechtigde prof.dr.ir. B. Veltman moeten opvolgen.
IJzerman noemt zichzelf een generalist. Hij kent weliswaar (als manager) de universiteit niet, maar ziet voldoende overeenkomsten met zijn eigen organisatie, waarin bureaucratie, creativiteit en denkkracht eveneens zorgen voor een 'uitdagend spanningsveld'.
Zijn omgeving noemt hem een representant van het moderne politiemanagement, met een scherp inzicht in bestuurs- en beleidsprocessen, een groot strategisch vermogen en een nimmer aflatende vernieuwingsdrang. 'Vrijblijvendheid is mij vreemd', zegt IJzerman, doelend op de prestaties die de maatschappij van de politie, maar ook van de universiteit verlangt.
IJzerman is één van de 25 korpschefs in Nederland. Hij bereikte deze hoogste politiefunctie in 1992 na een imposante loopbaan die begon met het doorlopen van de Nederlandse Politie Academie. Van 1965 tot 1972 werkte hij in diverse functies bij de gemeentepolitie Amsterdam. Daarna volgde Zwolle waar hij plaatsvervangend korpschef en chef algemene dienst was.
In 1978 werd IJzerman benoemd tot plaatsvervangend korpschef en hoofd geüniformeerde dienst van de Enschedese gemeentepolitie. Zijn taak bestond eruit het korps om te vormen van een traditioneel reactieve organisatie tot een meer omgevingsgerichte, probleemoplossende organisatie. Zijn talent om processen te verbeteren en te vernieuwen manifesteerde zich in Enschede met name in de realisering van het zogenaamde wijkteammodel.
Met het aantrekken van IJzerman (hij werd door een headhuntersbureau benaderd) breekt de UT met de traditie dat haar voorzitters afkomstig zijn uit de industrie of het universitaire bestel. De jurist A. Hooites Meursing kwam begin jaren zeventig over van de directie van het toen noodlijdende Vredestein. C. van Lookeren Campagne, eveneens jurist, was tot begin jaren tachtig topman bij Douwe Egberts. De huidige CvB-voorzitter Veltman, die in 1992 de voorzittershamer overnam, heeft een universitaire achtergrond. Hij was hoogleraar natuurkunde en rector magnificus van de TU Delft.
Het grootste probleem waarmee IJzerman in zijn nieuwe functie zal worden geconfronteerd is de dalende studenteninstroom waarmee de UT net als de andere TU's te kampen heeft. Een pasklare oplossing voor dit vraagstuk zegt hij nog niet te hebben, maar dat er flink aan de weg moet worden getimmerd staat voor hem als een paal boven water. Zoals voor hem ook vaststaat dat de UT nationaal en internationaal moet gaan excelleren op een aantal deelgebieden. Hij prijst de ondernemende opstelling van de UT.
Gesprek met beoogd voorzitter CvB
IJzerman gecharmeerd van ondernemende UT
Sinds hij in Twente woont (1978) heeft de beoogd voorzitter van het CvB van de UT, Peter Dirk IJzerman, de universiteit van nabij kunnen volgen. Vooral met Bestuurskunde onderhoudt hij goede contacten vanwege het binnen deze faculteit gevestigde Internationaal Politie Instituut (IPIT). Diverse bestuurskundestudenten lopen binnen zijn korps stage of kregen er een baan aangeboden. Zijn zoon tenslotte is aio bij CT. Hij zegt gecharmeerd te zijn van de ondernemende opstelling van de UT en de wijze waarop de universiteit haar maatschappelijke rol vervult. 'Ik werk graag in het publieke domein'.
'Ondernemen is niet alleen geld verdienen, maar vooral ook nieuwe wegen inslaan, risico's aangaan, vooruit kijken, sprongen in de toekomst maken. En af en toe onderuitgaan, dat hoort er ook bij. Die missie vergt een creatieve, alerte opstelling. Ik besef dat de organisatie daarmee onder druk wordt gezet. Maar op onze prestaties liggen maatschappijke claims. In dat beeld is geen ruimte voor eilandgedrag of vrijblijvendheid'.
IJzerman zegt het profiel van de UT, in de jaren tachtig al uitgedragen door mensen als de toenmalige rector magnificus Harry van den Kroonenberg, te herkennen. In de gesprekken met de benoemingsadviescommisie werd hem duidelijk dat de UT aan de vooravond staat van bestuurlijke en inhoudelijke veranderingen. Hij kan zich geheel vinden in het door rector magnificus Frans van Vught gepredikte nieuwe elan en wil zich daar ook sterk voor maken. 'Ik ben een gedreven vernieuwer. Benchmarking? Dat is het nieuwe jargon, ben ik helemaal vóór'. Het door Van Vught veelvuldig gehanteerde begrip staat voor het continu en systematisch verbeteren van de eigen organisatie en haar werknemers, ten opzichte van 'de concurrentie'.
Rust
IJzerman maakt bij eerste kennismaking een rustige indruk. Krachtige, resolute handdruk, helder blauwe ogen, sportief. Aardige vent, zoals dat heet, en niet beantwoordend aan het beeld van de 'slavendrijver' zoals sommigen hem kennen. 'Die bijnaam heb ik omdat ik soms wat ongeduldig ben en doordrammerig in processen'. De politieman is net terug van een seminar en deze avond niet gestoken in uniform, maar in burger. Een uitzondering. Legt uit: 'De mensen willen meer blauw op straat. Leiderschap betekent een voorbeeldfunctie vervullen. Ik zie het dus als een morele verplichting om het uniform te dragen'. Klaar.
Stront
Dat zal dus wel even wennen worden in uw nieuwe functie. Een universiteit is natuurlijk iets anders dan een politiekorps.
'Ik ga daar wel vanuit, ja. Maar ik wil benadrukken dat ik ruim de tijd zal nemen om de universiteit te doorgronden, met mensen kennis te maken, in te voelen wat er speelt. Goed te luisteren, contacten leggen. Netwerken op te bouwen, koppelingen te leggen naar maatschappelijke organisaties en overheden. Vergeef me de uitdrukking, maar je moet met je poten in de stront hebben gestaan. Weten wat er speelt op het laagste niveau van eenorganisatie.'
Vervolgt: 'Dit is weer 'es wat anders, ja. Ik vind dit ook wel passen bij een ondernemende universiteit. Deze baan kruiste mijn weg. Toeval? Zou best kunnen, weet ik niet. Ik zit hier nu een jaar of zes als korpschef. Deze job bevalt me prima, maar ik vroeg me af: blijf ik dit nog doen? Ik was blij verrast toen ik voor deze functie werd benaderd. Zelf zou ik eerlijk gezegd nooit op het idee gekomen zijn. Ik voelde vanaf de eerste gesprekken een verbondenheid. Het klikte wederzijds.'
Geen garantie
In detail weet IJzerman nog niet zoveel van de UT. Maar voor hem is zonneklaar dat uitstekend onderwijs en excellent onderzoek, noch een eervolle vermelding in de welbekende Keuzegids Hoger Onderwijs, een garantie vormen voor een stijgende instroom van studenten. Laat staan dat de huidige daling tot staan kan worden gebracht. 'We zullen de denkkracht en creativiteit die binnen de instelling aanwezig is, moeten bundelen en de specifieke, sterke kanten van de UT op een rij moeten zetten. Kijken of bijvoorbeeld de campus een wervingsaspect is en wat we daar verder mee doen. Ik ken de vanzelfsprekendheid waarmee Twente door westerlingen wordt afgedaan als 'te ver weg'. Dat is een handicap voor de UT, maar er moet iets op te vinden zijn. Alle fraaie ambities ten spijt, maar de toestroom van studenten is van levensbelang, een bestaansvoorwaarde. Studenten aantrekken uit het buitenland, de grenssstreek, de voormalige oostbloklanden of nog verder weg, lijkt me bepaald niet uitgesloten. Die operatie heeft echter alleen kans van slagen als we topkwaliteit bieden en excelleren op bepaalde gebieden.'
Geen geleuter
IJzerman: 'Je hoort mij niet zeggen dat ik deze tent wel eventjes ga leiden, dat zou een buitengewoon arrogante houding zijn. Integendeel, ik geloof sterk in collectiviteit. Ik ben weinig confronterend in ontmoetingen, geen boekhouder, maar bij conflicterende belangen juist sterk oplossingsgericht.' De beoogde CvB-voorzitter weigert ook 'te blijven hangen in theoretische concepten'. Aan geleuter in vergaderingen heeft hij een hekel. 'Je moet goed naar elkaar luisteren, elkaar respecteren, maar het zijn natuurlijk geen therapeutische ontmoetingen'.
Het optimaal aansturen en inzetten van menselijk potentieel in een organisatie (human resource management, red.) noemt hij een kritische succesfactor. 'De kunst is traditionele barrières te slechten en denkkracht te mobiliseren. Het hoeft niet allemaal van het College van Bestuur, de decanen of de faculteiten te komen. Het gaat erom dat de mensen verbindingen zoeken, een besef van gemeenschappelijkheid ontwikkelen, dat ze gáán voor hetzelfde doel. Hun eigen performance hangt af van anderen. Dat proces moet binnen een universiteit als de UT, te organiseren zijn. Mijn rol daarin zie ik als een verbinding tussen de actoren. Ik zorg voor smeerolie in processen, met voldoende oog voor de inhoudelijke kant van de zaak.'
Rolverdeling
IJzerman ziet wel zo ongeveer voor zich hoe de rollen binnen het nieuwe CvB zullen komen te liggen. Hij zet in op de wetenschappelijke ambities van Frans van Vught ('dat mag je van mij niet verwachten'), de financieel-economische bedrijfservaring van Frits Schutte en zijn eigen rol als algemeen manager met grote ervaring in bestuurlijke processen. 'We zullen afspraken moeten maken wie met wat naar buiten treedt. Het kan natuurlijkniet zo zijn dat verschillen van inzichten binnen het CvB, in de media worden uitgevochten.' Hij herinnert zich de krantenartikelen in februari waarin de rector en de voorzitter tegen elkaar werden uitgespeeld over de zogenaamde bedrijfsbeurzen voor technische studenten. 'Dat kan dus absoluut niet'.
Loopbaan
IJzerman is één van de 25 korpschefs in Nederland. Hij bereikte deze hoogste politiefunctie in 1992 na een imposante loopbaan die begon met het doorlopen van de Nederlandse Politie Academie. Van 1965 tot 1972 werkte hij in diverse functies bij de gemeentepolitie Amsterdam. Daarna volgde Zwolle waar hij plaatsvervangend korpschef en chef algemene dienst was.
In 1978 werd IJzerman benoemd tot plaatsvervangend korpschef en hoofd geüniformeerde dienst van de Enschedese gemeentepolitie. Zijn taak bestond eruit het korps om te vormen van een traditioneel reactieve organisatie tot een meer omgevingsgerichte, probleemoplossende organisatie. Zijn talent om processen te verbeteren en te vernieuwen manifesteerde zich in Enschede met name in de realisering van het zogenaamde wijkteammodel. In 1984 werd hij benoemd tot hoofdcommissaris van de Enschedese politie. In de periode 1990 tot 1994 was hij belast met het reorganisatie en integratieproces van de gemeente-en rijkspolitie in Twente. IJzerman bekleedt tal van nevenactiviteiten.