'Het gaat om de strategie in plaats van het verbeteren van de middelen'

| Redactie

Hans Lammertink (36) verruilt deze week zijn baan als hoofd studievoorlichting voor een stek bij TSA, een nieuw conglomeraat van Twentse assuradeurs. Hij wordt daar marketing-manager. Zijn afscheid valt op een moment dat de dienst Voorlichting & Externe Betrekkingen een reorganisatie ondergaat en nieuw elan opbouwt.

Waarom verlaat je de UT?

'Het is geen slecht moment om weg te gaan en te kiezen voor mijn eigen loopbaan. Ik heb de reorganisatie niet afgewacht. Het plafond bij de UT was na zeven jaar in zicht, vond ik. Als je dan deze kans krijgt dan ben je weg. Ik heb een HEAO-achtergrond en was vóór m'n UT-tijd onder andere zes jaar bij Centraal Beheer werkzaam, ook commercieel dus. Het bedrijfsleven blijft trekken.'

Wat is er in die zeven jaar veranderd?

'Veel. Marketing en werving, dat waren destijds vieze woorden. We zijn in de beginjaren negentig begonnen met brochuremateriaal, goed opgezette voorlichtingsdagen, een verdere uitbouw van het blad Campus, het aanleggen van adressenbestanden, mailings, noem maar op. We hebben kortom de studievoorlichting sterk geïntensiveerd. Het besef groeide dat we meer moesten doen aan de instroom van nieuwe studenten. Er kwamen nieuwe opleidingen bij, CT&M, BIT, de drie stromen bij Bestuurskunde, TCW. Maar het dilemma was dat er een wezenlijk verschil is tussen studievoorlichting en marketing. Marketing is een totaal ander vak.

We staken relatief veel energie steken in de dingen die toch al goed liepen. We hadden toen al het accent kunnen verleggen naar echte marketing, teneinde nieuwe markten aan te boren en te weten wat er leeft onder jongeren.'

Dus?

'Ik had veel meer aan marketing willen doen, maar daar was personeelstechnisch geen ruimte voor. Studievoorlichting deed de hele productieketen, van het bedenken van activiteiten tot en met de uitvoering. De ambitie van de UT om de instroom jaarlijks met acht tot tien procent te laten groeien laat die opzet niet meer toe. Als studievoorlichting trekken we dat niet meer. Je moet een onderscheid maken tussen studievoorlichting en marketing. Studievoorlichting zou bij wijze van spreken ook bij een dienst Studentenzaken ondergebracht kunnen worden. Naast de objectieve studievoorlichting krijgt nu ook de marketing gestalte. Het gaat erom studenten binnenhalen en te zorgen dat ze blijven.

'Dat vergt een andere benadering. We leggen het accent nog steeds teveel op de inhoud van het product en te weinig op dat waar vanuit de markt behoefte aan is. Neem de discussie rond de nieuwe vijfjarige opleiding telematica. Die is door techneuten in elkaar gezet. Het ging naar mijn idee te veel om de inhoud van de studie en te weinig om de uitstraling die zo'n studie kan hebben. Je komt er niet mee door te denken dat de studenten vanzelf wel komen als de studie goed in elkaar steekt. En was er wel nagedacht over het gevaar dat studenten in de toekomst voor telematicakiezen in plaats van informatica? Kennen we de markt? Weten we wel wat vwo-ers willen? En hun ouders? Want die spelen op de achtergrond ook nadrukkelijk mee. Het gaat er nu om de UT te positioneren, herkenbaar neer te zetten in de markt. De gehele UT zal zich daarvan bewust moeten worden.

'Dat marktgerichte denken, dat moet ook bij het CvB vandaan komen. We moeten ons beter verkopen. Kwaliteit? Essentieel, maar de meeste opleidingen in Nederland op dit niveau zijn kwalitatief goed. Er zijn weinig marges. Studenten komen op meer af dan alleen kwaliteit, de voor de UT gunstige visitaties ten spijt. De keuze voor een bepaalde studie kan door hele subtiele of emotionele factoren bepaald worden. En de campus? Daar is veel meer uit te halen.'

Doet de UT het dan niet goed op de studentenmarkt?

'Dat wel, maar het kan gerichter. Ze staat voor een beslissende fase. Voor een omslag van productgericht denken naar een marktconforme benadering. Dat vraagt om een andere manier van denken. Natuurlijk, het major-minor concept speelt uitstekend in op een trend in de maatschappij, maar er is binnen deze instelling nog veel fragmentatie. De kunst is om het faculteitsbelang ondergeschikt te maken aan het UT-belang. Je ziet ook dat major-minor, hoe goed ook, er als het ware wordt ingedouwd en dat het draagvlak nog moet groeien. Dat zou andersom moeten, net als andere belangrijke beslissingen van de top; eerst het draagvlak creeëren en dan pas invoeren. We moeten ook andere vijvers zoeken dan alleen het contingent vwo-scholieren.'

Zoals?

'We blijven achter in het aanbieden van cursussen op maat en vooral deeltijdopleidingen. Toegepaste Onderwijskunde doet het met succes. Het gebeurt elders overal, maar bij ons is het mondjesmaat. Het CvB moet dat idee hebben en uitdragen. Dat wil zeggen de organisatie daar ook op toerusten. Ik geloof heel sterk in een centrale sturing. Maak geld vrij voor nieuwe initiatieven. Waarom hebben we geen Engelstalig onderwijs voor bijvoorbeeld Duitse studenten? Die zitten vlakbij, maar komen niet omdat ze de Nederlandse taal niet machtig zijn. Daar ligt een markt.'

Wat vind je van de nieuwe campagne die 'nieuwsgierigheid' hoog in het vaandel voert?

'Ik sta daar helemaal achter, heb aan de wieg gestaan van deze aanpak. Het moet de UT een echt eigen gezicht verschaffen. Het gaat nu eindelijk om een strategie in plaats van het verbeteren van de middelen. Die ondernemendheid, wat je daar ook onder verstaat, daar moet je gemotiveerd in geloven. We zijn heel goed in ondernemendheid. Kijk naar de Twente Vier, Student Union, kijk naar de activiteiten van UT-studenten op de campus en in landelijke commissies.

Wat verwacht je ervan?

'De campagne ziet er goed uit. Het gaat lukken als we er met z'n allen in geloven en dat ook uitdragen. Een enthousiast verhaal over de UT op een verjaardag is even belangrijk als een advertentie in de krant. Ik hoop dat mensen binnen de UT in staat worden gesteld daar ook handen en voeten aan te geven. Dat is een kwestie van tijd en geld. Het CvB heeft daar een leidende rol in. Het aantreden van Van Vught heeft gezorgd voor een nieuw gezicht naar buiten, onmiskenbaar. Maar ook aan de interne communicatie moet gewerkt worden, want die laat nu te wensen over.'

Waarom zit de tu Eindhoven zo in de lift zit met zijn aanmeldingen?

'Het beeld van Eindhoven is duidelijk. Techniek is techniek. De UT heeftvan oudsher twee stromen, die elkaar tot voor kort niet altijd hebben geprikkeld: de techniek en de maatschappijwetenschappen. De kunst is om daar ook één gezicht van te maken. Ik denk overigens dat Eindhoven haar studenten vooral afsnoept van Delft, dat te veel leunt op oude glorie en arrogantie. De UT zou 'es kunnen bekijken of er naast de VU ook strategische samenwerking met Groningen mogelijk is. Met het uitwisselen van majors en minors. En niet alleen op het terrein van de ingenieursstudies.'

Teleurgesteld dat je vertrekt op een moment dat het de goede kant opgaat?

'Valt mee, dit is een fantastische instelling waar ik graag contact mee hou, vooral met de studenten. Dat zal niet zo moeilijk zijn, want mijn nieuwe werkgever zit aan de overkant van de UT, op het business-en sciencepark. Nee, wat me wel altijd raakte was het gebrek aan waardering voor ons werk als voorlichter. 'Zo lang het goed gaat met de instroom hoor je niks, maar o wee, als de instroom terugloopt. Dan heeft VEB het niet goed gedaan. Dan voel ik mezelf zo ongeveer als een voetbaltrainer die het allemaal op z'n geweten heeft. Ik weet wel dat dat bij dit vak hoort, maar het is toch een beetje frustrerend. Men denkt binnen deze instelling ook te simpel over communicatie. Het gaat niet alleen om paginagrote advertenties als het even tegenzit. We moeten strategisch bezig zijn. Het is belangrijk dat de faculteiten op een voorlichtingsdag uitstraling hebben naar aspirant-studenten toe. Daar heb je mensen voor nodig met gevoel voor communicatie, een goede presentatie kunnen geven, mensen die leerlingen enthousiast maken en over de streep trekken. Naast uiteraard het vakinhoudelijk verhaal. Er is dus ook op facultair niveau professionalisering nodig, naast de dienst VEB, die de richting aangeeft.

'Ik ben blij dat er lijn in komt, want eigenlijk wisten we bij VEB al een tijdje dat het niet goed zat. Maar verander 't maar 'es als je dag in dag uit keihard werkt aan je taken. Dan is er geen tijd voor reflectie. Het onzekere van ons vak is dat je niet alle factoren die van invloed zijn op de keuze van vwo-ers, in de hand hebt. Wat dat betreft ligt er nog een terrein braak: we moeten nog meer met vwo-ers in contact komen.'

Nog tips voor de achterblijvers?

'Zorg ervoor dat je bepaalde studenten na hun afstuderen nog een tijdje in huis houdt. Dat doen andere universiteiten ook. Geef ze een trainee-programma met een redelijke honorering. Schakel ze in bij de communicatie op facultair niveau, of naar buiten toe. Ze staan nog dicht bij de studenten, ze weten wat er leeft. Dat is een groot voordeel.'

Hans Lammerink

Bert Groenman

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.