Meet the Teacher: Sandor Löwik

| Rense Kuipers

Wat maakt een docent goed? Waar haalt iemand de passie vandaan de soms stoffige stof boeiend te brengen? In de rubriek ‘Meet the teacher’ stellen we je voor aan de mensen met hart voor onderwijs. Deze aflevering: universitair docent innovatiemanagement Sandor Löwik.

Photo by: RIKKERT HARINK

Een hoorcollege van anderhalf uur, achteroverleunende studenten en een multiplechoicetoets na tien weken. Sandor Löwik bedankt ervoor om met die ingrediënten zijn onderwijs te bereiden. Al meer dan tien jaar probeert hij ervoor te zorgen dat studenten geen trucjes aanwenden, maar écht leren hoe ze moeten leren.

Het is geen gemakkelijk gevecht voor Löwik. Zeker als je bedenkt dat onderwijs misschien wel wereldwijd kampt met hetzelfde probleem: alle ijkpunten – van deadlines tot toetsen – zijn gestoeld op extrinsieke motivatie. En daarin zit volgens de universitair docent bij de vakgroep NIKOS het probleem: studenten werken toe naar ijkpunten en docenten denken dat studenten die stipjes op de horizon nodig hebben om te slagen.

Volgens Löwik moet het systeem omgedraaid worden. In de ideale wereld die dan zou ontstaan tonen studenten zelf volop intrinsieke motivatie om naar colleges te komen, om vragen te stellen, om een stapje extra te zetten. Want studeren doe je echt voor jezelf. Dat credo geldt volgens Löwik nog sterker op het moment dat je aan een universiteit studeert – het hoogste onderwijsniveau van Nederland. Als docent kan Löwik vooral zijn rol pakken in het signaleren van problemen, verdieping aanbieden en extra uitdagen.

Stukje bij beetje lukt dat, vertelt de docent. Vanaf dit collegejaar werkt Löwik met een flipped classroom: studenten bereiden van tevoren de stof voor, tijdens de les duikt hij meteen met ze de verdieping in. Heb je je niet voorbereid, dan heeft het niet veel zin om te komen. De docent vertrouwt volledig op het zelfregulerend vermogen van zijn studenten. En een stukje extrinsieke motivatie hoort er in dit geval ook bij: wie zijn huiswerk goed doet, kan een bonuspunt verdienen. Ook Löwik kan niet helemaal ontsnappen aan het systeem.

Zo’n flipped classroom leidt tot wisselend succes, weet de docent. Je kunt niet iedereen op deze manier bedienen. Maar wie liever uit een boek leert en het daarbij wil houden, heeft daar ook alle ruimte voor. Aan de andere kant gebruikt Löwik software waarin studenten comments kunnen achterlaten bij de lesstof, waarmee ze niet alleen elkaar maar ook hem kunnen helpen. Zo weet hij immers snel de knelpunten op te sporen en kan hij tijdens het college onderwerpen behandelen die zijn studenten ingewikkeld vinden.

Uiteindelijk komt alles voor Löwik neer op de waarom-vraag. Waarom wil ik dit leren? Waarom moet ik dit toepassen? Waarom heb ik deze stappen genomen? Löwik hamert er constant op bij zijn studenten, misschien wel tot vervelens toe. En het is nodig vindt hij. Want zowel voor hem als docent als voor studenten geldt: als je het voor jezelf niet kunt uitleggen, hoe kun je het dan aan een ander overbrengen?

Het mooiste vindt hij om te zien dat zijn studenten daarin groeien, die actief en gretig zijn en een gelijkwaardige discussie met hem kunnen voeren. Zorgen dat er geen docentgedreven onderwijscultuur is, maar dat studenten de cultuur bepalen. Löwik weet dat een hele cultuur op de kop gooien een heel lange adem vereist. Zonder mensen die vooruitlopen op de troepen komt echter nergens beweging in. En hij wil dolgraag een van de pioniers zijn.