Meet the teacher: Stans Drossaert

| Jelle Posthuma

Wat maakt een docent goed? Waar haalt iemand de passie vandaan de soms stoffige stof boeiend te brengen? In de rubriek ‘Meet the teacher’ stellen we je voor aan de mensen met hart voor onderwijs. Deze zevende aflevering: Stans Drossaert, universitair hoofddocent bij de opleiding psychologie.

Photo by: RIKKERT HARINK

Goed onderwijs begint bij enthousiasme, weet Stans Drossaert. Daarnaast is het volgens haar minstens zo belangrijk om te weten wat de studenten bezig houdt. Je kunt als vakidioot nog zoveel weten, als je niet kunt afdalen naar de student, dan komt de stof niet over. Daarom moet een goede docent zich verplaatsen in de student. Wat weten ze al? Hoe kan ik daar op aansluiten? Als coördinator weet Drossaert precies wat studenten al hebben gehad en daar kan ze op aansluiten.

Ze betrekt studenten actief bij haar colleges. Het vak sociale psychologie is daar heel geschikt voor, vindt ze. In dit vak draait het om het dagelijks leven. Hoe vorm je een mening over iemand anders? Hoe houden mensen zichzelf voor de gek? Deze vragen staan centraal. Haar colleges zijn, ondanks het grote aantal studenten, vaak interactief. Zo laat ze studenten opschrijven wat ze de mooiste letter van het alfabet vinden. Het blijkt dat mensen meestal hun eigen voorletters opschrijven. Impliciet egoïsme, heet dat in de sociale psychologie.

Alle vormen van onderwijs hebben hun eigen charme. Masterstudenten zijn actief bezig met hun toekomst, ze realiseren zich dat de psychologie hun werkveld wordt. Drossaert organiseert gastcolleges voor deze studenten, om ze kennis te laten maken met mensen uit het veld. Of ze laat haar studenten samenwerken met techneuten. Zo ging een groep uit de master om tafel met Creative Technology-studenten. Een psycholoog zit namelijk niet meer op een eilandje. Je moet de taal leren spreken van een web- of appbouwer, legt ze uit.

Toen Drossaert op de UT arriveerde was er nog geen opleiding psychologie. Ze had een collegezaal vol techneuten die psychologie slechts als bijvak volgden. Na het uitleggen van een sociaalpsychologische theorie kreeg ze opmerkingen als: ‘nee, dat heb ik niet’. Psychologie geldt voor de meeste mensen in een bepaalde situatie, geen absolute natuurwetten dus, maar dat ging er bij sommige techneuten niet in.

Studenten zijn tegenwoordig misschien wat rumoeriger, ze blijven wel geïnteresseerd, weet Drossaert. Het gevaar van een interactief college is dat studenten gezellig onderling gaan kletsen. Na een blokje interactief moet het wel weer stil worden. Ze maakte zich in eerste instantie zorgen over de internationalisering, want zou dat niet ten koste gaan van de interactie? Het tegendeel bleek waar. Studenten uit Mexico kijken heel anders naar overspannen zijn als ziektebeeld. Dat geeft mooi vergelijkingsmateriaal. Of een vergelijkingsexperiment tussen Duitse en Nederlandse studenten: wie lacht waarom? Natuurlijk vanuit het stereotype van de zogenaamd humorloze Duitser.

Soms vindt ze het lastig om onderzoek en onderwijs te combineren. Als er studenten voor de deur staan, dan moet onderzoek even wijken. Maar juist de combinatie van onderzoek en onderwijs vindt de universitair docente mooi. Het werkt enthousiasmerend voor studenten, als een docent de colleges baseert op eigen onderzoek. Onderzoek en onderwijs moet je niet loskoppelen. Het versterkt elkaar.