In memoriam: Herman Poorthuis

| Rik Visschedijk

Herman Poorthuis was een UT’er in hart in nieren. Hij studeerde technische natuurkunde (klas van 1981) en werkte sinds 1997 op verschillende plekken op de campus, onder andere als hoofd archief. Zijn betrokkenheid bij de organisatie gaf hij vorm in de Uraad. Begin februari overleed hij plotseling, nadat hij met vervroegd pensioen ging om mantelzorg aan zijn vrouw te verlenen.

Photo by: Arjan Reef

‘Herman was zo’n man met wie je meteen iets hebt’, zegt archiefmanager Steven Schulenberg. ‘Hij nam mij in 2008 aan. Een vaderfiguur, zo kan ik hem het best omschrijven. Herman was een echte verbinder en zorgde dat ik me meteen thuis voelde op de campus. Hij gaf de mensen om zich heen vertrouwen en verantwoordelijkheid. En Herman kon op een heerlijke manier chagrijnig zijn. Kwam je met een voorstel dat in zijn ogen ondoordacht was, dan zag je aan zijn hele lichaamstaal dat ‘ie het er niet mee eens was. “Denk volgende keer even na”, leek hij dan te zeggen.’

Mantelzorg

Poorthuis ging in oktober 2019 met vervroegd pensioen. Hij keek uit naar de vrije tijd en het maken van mooie reizen, maar het liep anders. Poorthuis had dat jaar een hartaanval gehad. Maar nog ingrijpender was de ziekte van zijn vrouw Marijke. Alzheimer. In hun woonplaats Losser werd de net gepensioneerde 24-uurs mantelzorger. Dagblad Tubantia schreef er een verhaal over.

‘De ziekte was een klap voor Herman’, zegt Schulenberg, die na het pensioen van Poorthuis af en toe nog een kop koffie met hem dronk in het Theatercafé in de Vrijhof. ‘Het past bij hem dat hij de zorg volledig op zich nam. Maar hij had er ook moeite mee. Als iemand goedbedoeld vertelde dat een oma of een buurman ook hulp nodig had, dan kwetste je hem. Want een buitenstaander weet niet hoe het voor hem was om zijn vrouw te zien bezwijken aan de ziekte. Zijn overlijden is des te tragischer, omdat hij zich volledig wilde richten op de zorg voor Marijke.’

Betrokkenheid

Zijn betrokkenheid met mensen op de UT gaf hij vorm in de universiteitsraad. Bijna een decennium bemoeide hij zich met het personeelsbeleid en HR. ‘Dat deed hij opbouwend en respectvol’, zegt Uraad-voorzitter Herbert Wormeester. ‘En inderdaad, als beleid hem niet aanstond, dan was hij op een fijne manier chagrijnig. Daarmee liet hij zien: ik ben het hier niet mee eens. Zijn houding was een manier om iets te bewerkstelligen dat hij belangrijk vond.’

Mirjam Bult, vicevoorzitter van het CvB, zegt dat Poorthuis een man was met ‘hart voor de mens’. ‘In de Uraad kon hij vasthoudend zijn, zonder krampachtig te worden. Als hij zich zorgen maakte, dan kwam hij met informatie om die zorgen te staven. Herman was invloedrijk omdat hij mensen meekreeg in zijn verhaal. Hij was er wars van om zichzelf te profileren, het ging puur om de inhoud. Hij was nauw betrokken bij dossiers als de ‘regeling organisatiewijzigingen’ of de vorming van de nieuw dienst Campus en Facility Management. Herman zorgde ervoor dat de stem van de medewerkers werd gehoord.’

Toen Bult begon als UT-bestuurder, merkte ze dat Poorthuis haar probeerde in te schatten. Ben je een bestuurder die dit een mooi baantje vindt, of doe je dit met je hart. ‘Als Herman het eerste had gedacht, dan zou hij zijn energie in iets anders stoppen’, zegt Bult. ‘Hij was niet iemand van de strijd. In vergaderingen was het voor mij een teken als Herman stil werd. Want juist dan was hij het er niet mee eens.’

Bij Uraad-partij CampusCoalitie vervulde Poorthuis ook een vaderrol, zegt Wormeester. ‘Hij hield de fractie bij elkaar. Hij vroeg zich altijd af: wat willen mijn fractiegenoten en hoe zorgen we dat de boodschap bij het CvB voor het voetlicht komt. Een echt oliemannetje, die oog had voor de kwaliteiten van de mensen om zich heen.’ Wormeester noemt het ‘uniek’ dat Poorthuis in 2008 en 2009 samen met zijn dochter in de Uraad zat.

‘Een vriend, ook in moeilijke tijden’

Nicole Torka, HR-beleidsadviseur, kende Poorthuis meer dan twintig jaar. ‘Hij was een vriend, zoals je er maar een paar hebt’, zegt ze. ‘Ook in moeilijke tijden was hij er, om te praten en vooral om te luisteren. Herman had een groot rechtvaardigheidsgevoel, hij was niet bang om tot aan de top zijn stem te laten horen. Maar vooral leefde hij het noaberschap. Aan Herman had je de beste vriend die je kon wensen.’

Drie weken voor het overlijden sprak Torka nog met Poorthuis, in het Theatercafé. Dat gesprek neemt ze voor altijd met zich mee. 'Ik vroeg hem om een eerste tussenevaluatie te maken van zijn pensioen.' Zijn reactie schreef ze op, om te bewaren. De woorden van Poorthuis: ‘Als ik terugkijk op alle stress en de drukte op het werk die ik mezelf opgelegde, waardoor ik me liet beïnvloeden en die ik op anderen legde: het is nergens voor nodig. Het is niet belangrijk.’