Voor spek & bonen: Kaneelbroodjes voor elk moment van de Paasdag
Moeilijkhijdsgraad: 3 koksmutsen
Duur: 40 minuten (+ 45 minuten wachttijd + 30 minuten oventijd)
Vlak voor Pasen staan alle kooktijdschriften vol met recepten met eieren. Op de vele kookblogs wordt stap voor stap uitgelegd hoe je een ei pocheert, een omelet bakt en zijn er hevige debatten over hoe je een perfect gekookt ei krijgt. Maar je paasbrunch is natuurlijk niet af met alleen een ei. Deze kaneelbroodjes, ook bekend als cinnamon rolls, passen naast al die eieren goed als zoete verleiding op de brunchtafel of koffietafel. Of neem ze mee op de fiets voor een heerlijke picknick of afternoon tea in het bos. Kortom, eigenlijk zijn ze zo lekker dat je ze de hele dag door wel kunt eten…
Benodigdheden
Voor 12 broodjes (gebaseerd op een recept uit Vegetarisch Fit)
- 1 pak mix voor wit brood (500 gram)
- 200 gram zachte roomboter
- 250 ml handwarm water
- 1 ei
- 100 gram bruine basterdsuiker
- 2 tl kaneel
- 75 gram kristalsuiker
- stenen ovenschaal of bakvorm (rond van 25 cm doorsnee, maar vierkant mag ook)
- deegroller of iets anders ronds om deeg mee te rollen (wijnfles)
Bereidingswijze
- We beginnen met de bereiding van het deeg. Om het gemakkelijk te houden gebruiken we een mix voor wit brood, maar niks houd je tegen om je eigen favoriete mix van meel en gist te gebruiken (neem dan een recept waar ook 500 gram meel bij wordt gebruikt). Afhankelijk van de mix, kan het zijn dat je zelf een snufje zout moet toevoegen (check de verpakking). Meng nu eerst 50 gram van de zachte boter en het geklopte ei door 450 gram van de broodmix en vervolgens beetje bij beetje het lauwe water tot je een mooie deegbal hebt gekneed. Je kunt in het begin een keukenmachine het werk laten doen, maar uiteindelijk moet je toch het deeg met de hand nog even goed doorkneden. Kneed door tot het deeg elastisch aanvoelt en net niet aan je handen blijft plakken. Is het te plakkerig, voeg er dan nog een lepel extra broodmix doorheen, is het de droog, dan voeg je een lepel extra water toe. Laat nu het deeg in een afgedekte kom of verpakt in huishoudfolie een kwartier rusten.
Bestrijk de ovenschaal met 50 gram roomboter. Gebruik alle boter, want dit gaat de lekkere kleverige laag aan de onderkant van je broodjes vormen. Vet de wanden van de vorm dun in. Strooi vervolgens de kristalsuiker over de bodem van de vorm. Meng daarnaast de basterdsuiker met de kaneel in een schaaltje.
Bestuif je werkblad met de helft van de rest van de broodmix, gebruik het restant om je deegroller te bestuiven en als reserve als de boel toch aan elkaar plakt. Nu is het de kunst om de deegbal uit te rollen tot een lap van ongeveer 30x60 centimeter die overal ongeveer even dik is. Rol liever het deeg iets groter uit, want het deeg veert altijd weer wat terug. Het kan helpen om eerst met je handen van de bal een grote worst te rollen en daarna die pas plat uit te rollen met deegroller.
Leg nu de lap met de lange kant naar je toe. Smeer 75 gram roomboter over de deeglap tot aan de randen, maar laat aan de bovenrand een strook van twee centimeter vrij (dit word je plakrand). Strooi vervolgens het kaneel-suikermengsel over de boter, zodat de hele boterlaag bedekt is met een laagje. Bestrijk het bovenrandje met een klein beetje water als die niet meer goed plakt en rol dan de deegbal vanaf de lange kant op, zodat je een rol krijgt van 60 centimeter breed. Leg de deegrol op een plank met de plakrand naar beneden en snijd de rol met een scherp groot mes in twallf gelijke delen. Zet nu alle broodjes in de besuikerde vorm met de snijkant naar beneden, zodat je aan de bovenzijde ook de mooie spiraalvorm ziet. Je plaatst alle broodjes dicht tegen elkaar aan met de plakkanten naar binnen, zodat ze niet openrollen tijdens het bakken. Het wordt zo één groot deelbrood en bij het serveren breek je de broodjes weer eenvoudig los van elkaar. Dek de vorm met de rolletjes af met plastic en laat dit nog een half uur rijzen op een warme plek. Verwarm ondertussen de oven voor op 220 graden.
Bak de kaneelbroodjes gaar en bruin in ongeveer dertig minuten in het midden van de oven. Bestrijk ze als ze uit de oven komen direct met de laatste 25 gram zachte boter. Haal de broodjes uit de vorm als ze nog warm zijn, anders zorgt de suikerlaag aan de onderkant er voor dat ze niet meer los willen.
Variatie en inspiratie
- Geen variatie, dit is gewoon lekker zoals het is. Ze smaken ook erg goed bij de Kerstbrunch…
Maaike Endedijk