Twentse opening academisch jaar weinig inspirerend
Terwijl de stoet eerbiedwaardige, in het zwart gehulde heren, de meesten grijs of grijzend aan de slapen, de kerk binnenschrijdt, verdrinkt het aarzelende 'Gaudeamus igitur, Juvenus dum sumus' in de aanzwellende orgelmuziek. Het zwakke gezang is de voorbode van een krachteloze opening van het Academische Jaar. De rector-magnificus en de staatssecretaris van Economische Zaken benutten de plechtige gelegenheid niet voor een inspirerende boodschap tot de verzamelde gemeente. Alleen de voorzitter van de studentenvakbond verheft zijn stem, maar wie zal er naar hém luisteren?