'Zo?n kans laat je niet lopen?
Voor menigeen kwam het als een verrassing, het nieuws dat een van de meest prominente hoogleraren, de membraantechnoloog Matthias Wessling, vertrekt naar Aken. Vorige week werd in brede kring bekend dat hij daar met vijf miljoen euro een eigen onderzoekslijn kan opzetten. ‘Zo’n kans laat je niet lopen’. Een interview. Eerst wil Wessling even iets rechtzetten, voor zover daar een misverstand over zou bestaan. Zijn vertrek uit Twente heeft louter en alleen te maken met de Duitse toponderscheiding, de Alexander Von Humboldt-Professur (AvH) ter waarde van vijf miljoen euro, die hem onlangs is toegekend en hem de komende jaren bindt aan de Rheinisch Westfälische Technische Hochschule, kortweg: RWTH, in de aloude bisschopsstad Aken. ‘De UT is een uitstekende universiteit, waar ik mij thuisvoel, met prima collega’s en infrastructuur. Op mijn vakgebied ken ik bijna niks beters dan Twente. De inbedding van het onderzoek in instituten en hun onderlinge wisselwerking is werkelijk uniek. Er wordt veel samengewerkt, multi- en interdisciplinair. Ik heb daar oneindig veel profijt van gehad, hier kon ik mij ontplooien. Een heel verschil met wat je ziet in bijvoorbeeld Amerika, waar het vaak ieder voor zich is in de wetenschap. Maar de AvH-Professur als onderscheiding laat je als wetenschapper niet lopen. De hele wereld is mijn werkgebied. Soms komen er kansen voorbij en die verzilver je, zo simpel is het eigenlijk.’ Matthias Wessling (46) groeide op in Ahaus, studeerde chemische technologie in Dortmund en promoveerde in 1993 aan de UT die hij in een eerder interview ‘het paradijs voor membranen’ noemde. Vervolgens werkte hij anderhalf jaar bij een membraanbedrijf in de buurt van Stanford, Californië. Hij keerde in 1994 terug als universitair docent, werkte later nog een jaar bij Akzo Nobel en kwam in 1999 voor de derde keer naar de UT, nu om er hoogleraar membraantechnologie te worden. Wat doet zo’n prijs, die qua prestige en omvang valt in de allerhoogste hoogste categorie van wetenschappelijke onderscheidingen met Matthias Wessling? ‘Een absolute verrassing. Het is pas de tweede keer dat de Von Humboldtstichting vijftig miljoen beschikbaar stelt om topwetenschappers naar Duitsland te halen. Daarmee zet het land nadrukkelijk in op een technologische inhaalslag. Er waren ongeveer honderd voorstellen ingediend, dat wist ik, en dan hou je er eigenlijk geen rekening mee dat je zelf in de prijzen valt. Als je ook kijkt naar de historie van deze onderscheiding dan is deze prijs een bijzondere eer en het hoogste wat je als wetenschapper kunt bereiken. Het levert veel prestige op, drempels vallen weg, deuren gaan open. Je hoeft je niet meer te bewijzen. Je credibility als wetenschapper is ongekend.’ Wessling, die al jaren goede contacten onderhoudt met de RWTH, vertelt dat hij begin dit jaar werd gepolst met de vraag of ‘Aken’ hem als kandidaat mocht voordragen. Hij paste precies in het profiel dat de universiteit voor de toekomst heeft uitgezet. ‘Ze willen een vooraanstaande wetenschapper, een ingenieur, die in staat is een brug te slaan tussen de ingenieurswetenschappen en de meer fundamentele natuurwetenschappen. Dat zijn nu nog twee -op zichzelf- sterke eilanden en daartussen moet een verbinding komen. Dat is de nieuwe lijn die de RWTH tot 2020 heeft uitgezet. Die taak spreekt mij zeer aan, het gaat om de balans tussen, zeg maar, begrijpen en toepassen. Ik ga vertaalconcepten ontwikkelen om beide gebieden bij elkaar te brengen en zal daarbij gebruik maken van de allernieuwste inzichten in de membraantechnologie. Duitse universiteiten gebruiken hun Alexander-von-Humboldt professoren als boegbeeld van de nieuwe koers. Eerlijk gezegd legt dat wel een zware druk op mijn schouders.’ Het is niet de eerste keer dat Wessling wordt gevraagd elders te komen werken, maar al de derde of vierde maal. Het was nooit een echt serieuze overweging. ‘Het bijzondere was dit keer de grote onderscheiding en de faciliteiten daaromheen.’ In juni kon Wessling zijn collega’s van zijn vakgroep al inlichten dat zijn vertrek vanwege het winnen van de prijs nabij was. ‘Het was daarna een kwestie van nadere afspraken maken over salaris (‘volgens het protocol een afgeleide van het totaalbedrag’), huisvesting en andere faciliteiten. Ik neem voorlopig mijn intrek in een appartement en reis ieder weekend naar mijn gezin in Twente. Normaal is dat onderhandelen over je nieuwe positie in Duitsland een moeizaam proces, zeker als het gaat om wetenschappers met meerdere rufs, zeg maar aanbiedingen van andere universiteiten, op zak. Maar wij kwamen snel tot zaken. Ik ga begin november nadenken hoe ik de zaken ga aanpakken, qua onderzoekslijn, qua staf, qua apparatuur. Die vijf miljoen word ik geacht in vijf jaar uit te geven.’ Daarin heeft hij alle vrijheid, de richtlijnen zijn heel globaal van aard, zegt hij. De bedoeling is dat Wessling zijn lopende zaken bij de vakgroep membraantechnologie van de faculteit TNW met een dag per week continueert, vooral met het oog op de nog zittende aio’s. Dat zijn er twintig, dus dat kan wel even duren. Hoogleraren in Duitsland werken vier dagen aan hun eigen universiteit, de vijfde dag vullen ze naar eigen goeddunken in. ‘De toekomst zal uitwijzen in welke vorm de samenwerking tussen Aken en Twente gestalte kan krijgen. Beide zijn complementair en dat biedt kansen.’ Is de RWTH Aken een topuniversiteit? ‘Ja, Aken rekent zich met de TU’s van München en Karlsruhe tot de top drie van Duitsland. Het is een echte technische universiteit en dat is voor mij, als techneut, heel attractief. Nee, ik zal geen staf vanuit Twente meenemen. Wat wij met het vakgebied in Aken doen zal in afstemming gebeuren met wat we in Twente hebben opgebouwd.’ Wessling stond met anderen aan de wieg van de ontwikkeling van de membraantechnologie, zo’n twintig jaar geleden. ‘In de scheikundig-technologische wereld vormen wij, membranologen, een vrij kleine groep, maar de technologie wordt steeds volwassener en geavanceerder. Wat mijn betekenis is voor het vakgebied? Dat zou je anderen moeten vragen maar ik denk wel dat ik, gedreven als ik ben, een bijdrage heb geleverd aan de ontwikkeling en sturing van de membraantechnologie. Je ziet dat de hele waterwereld zich op de membranen stort. Kunstmatige nieren en longen -op basis van polymeermenbranen- zijn onmisbaar. Op het gebied van duurzaamheid en energie liggen er enorme kansen.’ Waarom afficheert de universiteit van Aken zich nog steeds als Technische Hochschule? ‘Er is geen verschil met een technische universiteit. Aken is gewoon een universitaire instelling, maar wel een bijzondere. Naar mijn idee blijven ze zich RWTH noemen omdat dat nou eenmaal een begrip is in Duitsland. Een merk, een brand. Een andere verklaring heb ik er niet voor. En die brand staat voor: de beste ingenieursopleiding in Duitsland.’ Vond je ‘Universiteit Twente, de ondernemende universiteit’ ook zo’n merk? ‘Jazeker. Verbazingwekkend dat de UT er afstand van doet. Kijk, met de nieuwe huisstijl valt nog wel te leven. Maar het overboord zetten van het aloude, zeer bekende ‘ondernemende universiteit’ is erg jammer. De UT mag zich dan ondernemend achten, het is toch wel erg fijn om dat steeds prominent en dominant bevestigd te zien. Daar is dus geen sprake meer van. Als je het niet benoemt, zakt het weg. Het afbreukrisico is groot. ’ Wat Wessling ook verbaast is dat de UT het drie jaar geleden nodig vond haar koers bij te stellen, alsof haar profiel niet helder was. ‘Ik vond juist van wel. De ondernemendheid is niet alleen economisch van belang voor de regio, maar is ook een kwestie van mentaliteit.’ Het neemt niet weg dat hij de uitgezette Route’14 prijst, al was het alleen maar omdat de UT er mee aangeeft waar ze voor staat. ‘De instituten zijn het onderscheidend element. Daar moet je op gaan inzetten. Thema’s als water, energie en gezondheid zijn belangrijke richtingen die aangeven wat een technische universiteit doet in de context van maatschappelijke verantwoordelijkheid. Maar het is absoluut onvoldoende om je daarmee te onderscheiden. Welke technische universiteit doet dat nou niet, energie en gezondheid? Twente moet staan voor multidisciplinaire wisselwerking, het opzoeken van de grenzen van disciplines. Ondernemend, strevend naar excellentie. Ambitieus en collegiaal. Zo heb ik ook mijn collegae leren kennen en in die zin mijn medewerkers en studenten mogen motiveren. Ik heb het vaak gezien: internationale visitatiecommissies die jaloers zijn als ze dit op de campus ervaren: de coherentie en collegialiteit in de technische instituten en faculteiten. Dat moet Twente koesteren en uitbouwen.’